Ware oorsprong van graancirkels doet wetenschappers versteld staan.

Sinds de Hollywood film "Signs" en de documentaire "Crop Circles: Quest for Truth", staan de graancirkels plotseling in het middelpunt van de belangstelling. Belangrijke publicaties zoals in Scientific American, National Geographic en US News and World Report hebben ervoor gezorgd dat we bij graancirkels het idee krijgen dat ze stuk voor stuk gemaakt zijn door stiekeme mensen die de planten plat trappen met planken onder hun voeten. Dit zou redelijk genoemd kunnen worden als we geen informatie hadden die iets totaal anders suggereert.

Intrigerende gegevens in wijd verspreide wetenschappelijke tijdschriften geven aan dat sommige van deze geometrische figuren, die in tientallen landen gevonden worden, niet gemaakt zijn door "nozems met planken". In feite heeft een studie door een team wetenschappers, gesponsord door Laurance Rockefeller, de conclusie opgeleverd dat "het mogelijk is dat we hier te maken hebben met de effecten van een nieuwe of tot nu toe niet ontdekte energie bron."

In het begin van de jaren 1990 onderzocht William C. Levengood van het Pinelandia Biophysical Laboratory in Michigan planten en bodemmonsters van 250 graancirkels, die willekeurig in zeven landen geselecteerd waren. Voorbeelden en controle werd uitgevoerd door het in Massachusetts gevestigde BLT Research Team, een organisatie gebaseerd op vrijwilligheid met als doel het promoten van wetenschappelijk onderzoek van graancirkels, onder leiding van Nancy Talbott.

Levengood, die verantwoordelijk is voor meer dan vijftig artikelen in wetenschappelijke tijdschriften, merkte talloze veranderingen in de planten uit de meeste formaties op. Het meest in het oog springend waren enorm langgerekte knoesten (de knokkels langs de halm) en "uitdrijvingsholten" (gaten die letterlijk open waren geblazen bij de knoesten- dit is veroorzaakt door het verhitten van de inwendige vochtreserve tengevolge van blootstelling aan intense radioactieve straling. De stoom in de halmen ontsnapte door of het uitrekken van de knoesten, of in minder rekbaar materiaal door ontploffing zoals een aardappel ontploft in een magnetron.

Zaden van de planten die in het laboratorium werden opgekweekt toonden belangrijke veranderingen in de groei vergeleken met "normale" zaden. De gevolgen varieerden van het onvermogen om zaden te ontwikkelen tot een geweldige groei ontwikkeling, afhankelijk van de soort, de leeftijd van de planten toen de cirkel werd gemaakt en de intensiteit van het betrokken energie systeem.

Deze abnormaliteiten werden ook aangetroffen bij plukjes planten die binnen de graancirkels stonden- een resultaat dat duidelijk niet veroorzaakt werd door het mechanisch pletten van de gewassen- en in pollen willekeurig neergeslagen gewassen die in de nabijheid van de geometrische ontwerpen zijn gevonden. Deze feiten suggereren het werk van een soort natuurlijke, maar onbekende, kracht.

Een publicatie in Physiologia Plantarum (1994), het internationale tijdschrift van het European Societies of Plant Physiology, laat zien dat Levengood's gegevens aantonen dat "planten uit graancirkels anatomische abnormaliteiten vertonen die niet verklaard kunnen worden door aan te nemen dat de formaties namaak zijn." Hij definieert een "echte" formatie als een formatie "die is geproduceerd door externe energie die onafhankelijk van de menselijke invloed te werk gaat."

Een vreemde bruine "gloed" die de planten in een Britse formatie bedekte was het onderwerp van een artikel van Levengood en John A. Burke in het Journal of Scientific Exploration van 1995. Het materiaal dat de planten bedekte bestond uit puur ijzer dat in de planten ingebed was geraakt terwijl het nog gesmolten was. Kleine ijzeren bolletjes werden ook in de bodem aangetroffen.

In 1999 bekeek de Engelse onderzoeker Ronald Ashby de "gloed" door een elektronen microscoop. Hij stelde vast dat er intense hitte gebruikt was, die toegediend was in duizendsten van een seconde. "Er bestaat geen overtuigend proces dat het ijzer kan verhitten zonder de omgeving aan te tasten," schreef Ashby in zijn bevindingen. "Na uitputtend onderzoek hebben we vast moeten stellen dat er geen aannemelijke verklaring is voor de "gloed", zo concludeerde hij.

In een ander artikel voor Physiologia Plantarum (1999) suggereerden Levengood en Talbott dat de energie die verantwoordelijk is voor het ontstaan van graancirkels een atmosferische plasma vortex zou zijn. Dit is een meervoudige interactieve elektrische luchtmassa die microgolven uitzend als het rond de magnetische velden van de aarde draait.

De bliksem is ook een voorbeeld van een hoog energie plasma. In het artikel wordt beweerd dat een lagere energie stroom graancirkels kan creëren en er ontstaat dan een twee dimensionale afbeelding van een drie dimensionaal systeem. Deze vortex systemen ontstaan alleen als de omstandigheden gunstig zijn zoals microgolf frequenties, plaatselijke turbulentie, elektrische en magnetische velden. De kleinste verandering in deze omstandigheden kan de structurele samenstelling van het plasma systeem veranderen en hierdoor ontstaat dan de variëteit in graancirkels.


Sommige formaties bevatten echter kubussen en rechte lijnen. De astrofysicus Dr. Bernard Haisch van het Bay Area California Institute for Physics and Astrophysics zegt dat dergelijke "hoogst georganiseerde, intelligente patronen niet gemaakt kunnen worden door de krachten der natuur." Maar Haisch zegt ook dat niet alle formaties getest zijn, zodat niet met zekerheid gezegd kan worden hoeveel er echt zijn.

Het is ook niet aannemelijk dat dergelijke complexe ontwerpen zich zo snel kunnen ontwikkelen in de natuur. "Natuurlijke fenomenen maken berglandschappen en vormen continenten. De natuur leert geen geometrie in tien jaar," zegt Haisch, wetenschappelijk editeur van het Astrofysical Journal en schrijver van meer dan honderd artikelen.

In 1999 maakte filantroop Laurance Rockefeller het mogelijk om de meest definitieve en meest opzienbarende studie naar graancirkels te beginnen. Het BLT team verzamelde honderden planten en bodemmonsters van een zeven-cirkelige en 60 meter grote formatie in Edmonton, Canada die ontdekt werd in het afgelegen tarwe veld van Rusty Manuel. De planten hadden zowel uitgerekte knoesten en uitdrijvingsholten. De bodem bevatte de bijzondere ijzeren bolletjes die aangaven dat het hier een echte formatie betrof. Controles toonden geen van deze veranderingen. Mineraal-deskundige Dr. Sampath Iyengar van het Technology of Materials Laboratory in Californië onderzocht de specifieke hitte-gevoelige klei mineralen in de bodem met röntgen stralen en een elektronen-microscoop. Hij ontdekte dat er veranderingen te zien waren in de samenstelling van de atomen.

"Ik was verrast," zei Iyengar, een specialist op het gebied van klei-mineralen die zijn werk al 30 jaar doet. "Deze veranderingen worden normaal gesproken alleen aangetroffen in sedimenten die duizenden jaren onder steen begraven hebben gelegen, terwijl ze bloot hebben gestaan aan hitte en druk en niet in het oppervlak."


Ook het directe verband tussen de knoestlengte vermeerdering en de toegenomen kristallisatie in de bodemmineralen, die aangeeft dat een gewone energievorm verantwoordelijk is voor beide effecten, was verbazingwekkend. De wetenschapper kon echter niet verklaren hoe dit mogelijk was. De temperaturen die zorgen voor het veranderen van de kristallen in de bodem moeten tussen de 815 en 980 graden Celsius zijn. Deze temperaturen zouden de planten vernietigen.

"geen enkele bekende energiebron kan tegelijkertijd de bodem en planten veranderen," zo wordt in het slot rapport van het BLT team aan Rockefeller gemeld.

Omdat hij de mogelijke vertakkingen van deze ontdekkingen begreep zocht Talbott hulp bij Dr. Robert C. Reynolds, professor in de geologie en minaralendeskundige aan het Dartmouth College. Deze werd in 2001 beloond met de prestigieuse Roebling Medaille en hij wordt door zijn collega's gezien als de meest bekende expert ter wereld op het gebied van röntgen ontleding van klei mineralen.

Reynolds analyseerde de bodemmonsters in zijn laboratorium waarbij hij vast stelde dat de BLT gegevens "waren verkregen door vakkundig personeel met behulp van moderne apparatuur."

De intense hitte die verantwoordelijk moet zijn geweest voor het veranderen van de kristallen "zou ieder plantaardig materiaal hebben vernietigd," zo bevestigd hij. "In het kort gezegd, geloof ik dat onze huidige kennis geen antwoorden kan vinden op de vraag." Reynolds is bezig met een artikel over zijn bevindingen en is van plan om vervolg studies te doen.

Meteoroloog Dr. James W. Deardorff, professor in ruste aan het College of Oceanic and Atmospheric Sciences dat verbonden is aan de Oregon State University en voormalig wetenschapper aan het National Center for Atmospheric Research, verklaart in een artikel in het Physiologia Plantarum dat de variëteit, ingewikkeldheid en kunstzinnigheid van graancirkels "het werk van een intelligentie weergeeft" en geen plasma vortex. "Dat is ook de reden dat de hypothese van de grappenmakers zo heftig verdedigd werd," zegt hij. Hij legt uit dat de abnormale veranderingen in de planten stengels nooit en te nimmer door oplichters veroorzaakt kunnen zijn.

Deardorff beschrijft een Engelse formatie uit 1986 waarbij de ligging van de gewassen "elke mogelijke verklaring tart." "Geen enkele atmosferische vortex, met of zonder plasma, geen enkele oplichter zou het voor elkaar krijgen om elke stengel in een gebogen vorm kunnen leggen en vervolgens een andere laag in een tegengestelde kromming kunnen leggen," zo schrijft hij.


Als toevoeging aan de puzzel hebben professionele filmers bizarre "lichtballen" opgenomen op plaatsen waar graancirkels zijn gevonden. De Engelse fotograaf Andrew Buckley fotografeerde een vogel die op een lichtbal afdook alsof hij hem wou vangen. Vervolgens vloog de vogel vlak voor zijn vangst in een andere richting. Hiermee werd het drie dimensionale aspect benadrukt. Steven Alexander fotografeerde een boer met zijn tractor die stopte om een lichtbal te bekijken die over zijn hoofd heen vloog.

Licht fenomenen werden ook door talloze getuigen waargenomen op de plaats van de Canadese graancirkel die zo nauwkeurig onderzocht kon worden dankzij het geld van Rockefeller.

Dr. Eltjo Hasselhoff, onderzoeks- en experimenteel natuurkundige uit Nederland bestudeert al meer dan tien jaar graancirkels, en hij geeft toe dat hij niet kan zeggen waar de lichtballen vandaan komen. Hij beschrijft ze als "helder fluorescerende vliegende licht voorwerpen... waarvan de afmetingen variëren van een ei tot een voetbal."

Voor een artikel voor Physiologia Plantarum heeft Hasselhoff de knoesten bestudeerd, die door Levengood en Talbott worden beschreven, van drie Nedrlandse graancirkels om te zien of deze gevolgen terug te leiden waren tot een effect van een "elektromagnetische bron" boven het midden van een cirkel die de hitte uitstraalt. Er werd tijdens de vorming van een van deze cirkels melding gemaakt van vreemde lichten.


Volgens Hasselhoff's berekeningen kunnen de gemeten abnormaliteiten verklaard worden "door aan te nemen dat een lichtbal de vergroeiingen bij de planten heeft veroorzaakt." Een vorige studie door Levengood heeft ook een lineaire overeenkomst aangetoond tussen de veranderingen in de planten en de afstand vanaf een centrale energiebron, waarbij de vergroeiingen het duidelijkste waren in het midden van de cirkel.

Dit lineaire verband met de vergroeiingen correspondeert met een bekende natuurkundige wet namelijk het Beer-Lambert Principe. Deze wet beschrijft de opname van elektromagnetische energie door materie. Dit onderzoek is suggestief, maar het geeft geen afdoende oplossing voor de aanwezigheid van de lichten of hun relatie tot de schepping van de ontwerpen.

In augustus van het vorige jaar was BLT directeur Nancy Talbott tot haar verbazing getuige van het ontstaan van een graancirkel in Nederland. Vlakbij rustende koeien begonnen enkele minuten voor de gebeurtenis onophoudelijk te loeien.

"Ik zag drie kolommen van draaiend wit licht. Ze flitsten vanuit de lucht met een helderheid die deed denken aan de zoeklichten van een helicopter, maar dan zonder de daarbij behorende geluiden," zo vertelt ze. "Ik was in staat om de afbakening van elke lichtkolom duidelijk gedurende enkele seconden waar te nemen."

Haar gastheer, Robbert van der Broeke, zag de licht kolommen vanuit een raam op de begane grond. Talbott en hij keken naar de lucht toen de gebeurtenis achter de rug was, maar ze zagen niets meer. Toen ze de achtertuin instapten, vergezeld door Robbert's ouders, waren ze stomverbaast door wat ze zagen; een verse graancirkel in het bonenveld dat naast het huis lag. Talbott zag stoom van de planten afkomen.

De daar op volgende dag werden er foto's gemaakt en werden er matingen verricht. De bonen waren geweekt en in brede bogen platgelegd.

"Ik was verbaasd door de intense energie van de gebeurtenis en de ongelooflijke precisie. Het was alsof er iemand aan een knop had gezeten," zei Talbott. "Ik kan niet begrijpen waarom de planten geen schade hebben geleden. Ze waren nog volledig intact."

Ten gevolge van de grote uitdaging om dergelijke gebeurtenissen aan de conventionele wetenschap te presenteren, het verband met de valse beelden die door de media verspreid worden en het gebrek aan financiële middelen doet wetenschappers aarzelen om met een studie naar het fenomeen te beginnen. "De mensen willen niet naar de mogelijkheden luisteren en wetenschappers hebben te maken met de belachelijkheidsfactor," zo legt de gepensioneerde meteoroloog James Deardorff uit.

Een uitgave van de Scientific American illustreert het probleem. Het blad wijdt een hele pagina aan een artikel van een zelf uitgeroepen "kunstenaar" die beschrijft hoe hij graancirkels heeft gemaakt. Hij concludeert gelijk ook maar dat ze allemaal door mensen zijn gemaakt. De schrijver beweert ook dat het belachelijk is om aan te nemen dat de experts een echte graancirkel kunnen onderscheiden van een nagemaakte. Een kant artikel geeft een lijst met mogelijke oorzaken van graancirkels zoals dolle egels, de duivel en landende ruimteschepen.

Toch zien wetenschappers zich voor echte en serieuze vragen gesteld als ze worden geconfronteerd met dit mysterie. Hebben we hier misschien te maken met geheime laser technologie vanuit satellieten die in de ruimte hangen? Is het een natuurlijk fenomeen? Is er een bewuste of intelligentie die een onbekende energie vorm naar ons toe stuurt?

"Kijken naar het bewijs en niet overtuigd weggaan is een ding," zegt Haisch. "Niet kijken naar het bewijs en toch tegenstander zijn is iets anders. Dat is geen wetenschap." En het is zeker geen goede vorm van journalistiek.