Op zoek naar de heilige Graal.

Tegen het einde van de 12de eeuw gingen verhalen over een heilig voorwerp met mysterieuze krachten als een lopend vuurtje door West- Europa en Engeland. Deze verhalen, die meest in versvorm voorkwamen, vertelden hoe de Heilige Graal, zoals het voorwerp werd genoemd, in dromen en visioenen verscheen. Hij kon zieken genezen, de hongerige voeden en een lang leven schenken aan degenen die hem hadden aanschouwd.

Nog vreemder was dat de graal geen vaste vorm scheen te hebben, maar zich placht te manifesteren als kelk, schaal of schotel. In één versie van het verhaal veranderde hij in één enkel visioen maar liefst vijf maal van gedaante. Ondanks deze onduidelijke vorm werd de Heilige Graal zo vereerd dat de legendarische Ridders van de Ronde Tafel onder Koning Arthur de rest van hun leven besteedden aan een zoektocht naar de graal.

Al eeuwenlang hebben ontelbare anderen deze zoektocht ondernomen, en talloze koppen en schalen zijn gepresenteerd als de Heilige Graal. Maar niemand heeft tot de dag van vandaag de experts ervan kunnen overtuigen dat hier de echte graal bij is. Wat is deze onvindbare talisman nu eigenlijk? En waar komt hij vandaan?

In Jozef van Arimathea, een van de eerste graalromans, zoals deze verhalen worden genoemd, wordt de Heilige Graal heel duidelijk beschreven als de beker die Jezus gebruikte tijdens het Laatste Avondmaal. Het verhaal werd omstreeks 1190 geschreven door de Engelsman Robert de Borron, en vertelt hoe de beker in handen komt van Jozef van Arimathea die hem gebruikt om het bloed van Christus' wonden op te vangen, wanneer het lichaam wordt gewassen en gereed gemaakt voor de begrafenis.

Enige tijd later verschijnt Christus aan Jozef in een visioen en vraagt hem voor de beker te zorgen. Jozef reist met de Heilige Graal naar Engeland en bouwt in Glastonbury, in Somerset, een kerk die gewijd is aan de Heilige Maagd. De Borron verplaatst het verhaal dan naar de tijd van Arthur waarna het zoeken naar de graal begint. Deze lijkt nu meer een spookverschijning dan een echt voorwerp.

Percival en de Heilige Graal.

Historisch gegeven.

Hoe onwaarschijnlijk de Borrons verhaal ook klinkt, er ligt een historisch gegeven aan ten grondslag. De historicus A.N. Wilson heeft in zijn biografie Jezus onthuld dat er onder metaalarbeiders in Cornwall een legende bestond dat Jezus in zijn tienerjaren met zijn moeder en zijn neef Jozef van Arimathea in Engeland was geweest.

In dit tot in 1930 overgeleverde verhaal wordt ook beweerd dat Jozef 30 jaar na de dood van Jezus naar Engeland terugkeerde om de Heilige Graal bij Glastonbury te begraven. Merkwaardigerwijs ontdekte Wilson ook dat er in Palestina, waar Jezus als jongeman woonde, een dergelijke legende bestaat.

Er is geen sluitend bewijs dat Jozef van Arimathea een bloedverwant van Jezus was. Maar een bevestiging van Jozefs reis naar Engeland is te vinden in een brief uit 597 van St. Augustinus van Canterbury aan Paus Gregorius. In deze brief worden de apostelen Filip en Jakobus genoemd als de eerste zendelingen in Engeland, en eveneens Jozef van Arimathea. Maar vreemd genoeg wordt van de Heilige Graal helemaal niet gerept.

De graal zou in deze pilaar in een engels kerkje verstopt zijn.

De Franse connectie.

In een andere versie van de graalroman neemt Jozef van Arimathea de graal niet verder mee dan tot in Zuid- Frankrijk. Samen met zijn volgelingen bouwt hij een kasteel of een tempel op Mont Muntsalvach (de Berg van Verlossing), om er het reliek te bewaren.

Naar de exacte locatie van dit kasteel wordt al jaren gegist, maar algemeen wordt aangenomen dat het in Montségur, in de Zuid- Franse streek de Languedoc staat. Montségur was een bergfort van een heidense religieuze sekte genaamd de Katharen of de Albigenzen, die hun bloeitijd kenden in de 12e en 13e eeuw, toen ze ook door de katholieke kerk ernstig werden vervolgd.

Er zijn goed redenen om de graal te verbinden met de Katharen. Er werd beweerd dat zich vóór de overgave aan het leger van de Kerk in 1244 onder de schat van de Katharen die in Montségur werd bewaard, een "kostbare beker" bevond. Het is niet duidelijk of men aan deze beker magische krachten toeschreef, maar hij werd in ieder geval door de Katharen gebruikt bij een mystiek feest, de manisola. Het is interessant om te weten dat deze festiviteit erg schijnt te hebben geleken op het banket dat door de ridders van Koning Arthur werd aangericht in de graalromans, voordat ze op hun leven zweren om de graal te vinden.

Wat ook de oorsprong van de beker moge zijn, voor de Katharen was hij blijkbaar van onschatbare waarde. Een paar dagen voor Montségur zich overgaf aan de katholieken, waagden vier Katharen hun leven door midden in de nacht langs de stijlste helling van de berg naar beneden te klimmen. Ze hadden de schat bij zich, waaronder de beker, die ze zouden hebben verstopt in een geheime bergplaats.

Er bestaat een theorie dat de beker door de Tempelridders in devroege 14e eeuw mee naar Schotland is genomen. De Orde van de Tempeliers, die in 1119 werd opgericht, was een groep priestersoldaten die de christelijke pelgrims moest beschermen op hun reis naar en van Jeruzalem, de Heilige Stad.

Veel Tempeliers kwamen uit de streek van de Katharen in Zuid- Frankrijk en het was bekend dat een flink aantal met hen sympathiseerde, als ze niet zelf al Kathaars waren. Het is dus heel goed mogelijk dat de beker na de val van Montségur aan hen is toevertrouwd.

Zestig jaar later ondergingen de Tempeliers echter hetzelfde lot als de Katharen. Ze waren in de ogen van de Franse koning Filip IV te machtig geworden. In 1307 viel hij alle burchten van de Tempeliers tegelijkertijd aan. Volgens de legende ontsnapte een aantal van hen met de beker, bereikte Schotland en verborg hem in de Prentice Pilaar in de kapel van Kasteel Roslin, in Midlothian, waar hij zich tot op de dag van vandaag schijnt te bevinden.

Graalkerk.

Was de Kathaarse beker de Heilige Graal? Dat weet niemand zeker, want de Kathaarse schat is officieel nooit teruggevonden, Dr. Arthur Guirdham, een vooraanstaand Katharen- deskundige, meent echter dat hun schat een soort geheime kennis was. Als dat zo is, wat was die kennis dan?

Misschien de meest aanlokkelijke van alle verklaringen is dat de Katharen in het bezit waren van de spirituele leer van Jezus. Deze lee zou aan Jozef van Arimathea zijn overgedragen in plaats van aan de apostelen. de grondleggers van de Katholieke Kerk. Deze legende sluit naadloos aan bij de mening van sommige historici dat er misschien een geheime Graalkerk is geweest, oorspronkelijk gesticht door Jozef van Arimathea, die tot bloei kwam binnen de orthodoxe kerk ten tijde van de graalromans.

A.N. Wilson gelooft in dit verband dat er in de eerste eeuw na Christus heel goed twee kerken kunnen zijn geweest. De eerste verliet Palestina en verbreidde de boodschap van Christus door Europa, terwijl de andere kerk geloofde dat zijn geestelijk leer alleen voor de joden was bestemd.

Deze tweede tak werd misschien wel geleid door Jezus' moeder en zijn familie, en had wellicht de graal als belangrijkste symbool. Als Jozef geparenteerd was aan Jezus kan het heel goed zijn dat de familie de leer naar Zuid- Frankrijk heeft gebracht, waar zij tot bloei kwam als het geloof van de Katharen.

Als we de Katharen zien als het middelpunt van de graalverering, met als belangrijkste object de beker van het Laatste Avondmaal, dan is goed te verklaren waarom de kerk de Kathaarse beweging met wortel en tak uitroeide. Zoals de mythologie- expert John Matthews uitlegt in zijn boek De Graal, werd het bloed van Christus, en dus de beker die de druppels uit zijn wonden opving, geassocieerd met de kracht van het eeuwige leven en directe verbinding met God. Als die beker ook nog verband hield met de spirituele leer die Jezus aan Jozef van Arimathea had gegeven, dan zou de bewering van de Kerk dat zij de enige vertegenwoordiger van Gods wil op aarde was, van tafel zijn geveegd.

Er is alleen één probleem met al deze theorieën: nergens is er een aanwijzing te vinden dat de Heilige Graal ooit in het bezit van Jozef van Arimathea is geweest. Dat wil zeggen, tot het verhaal van Robert de Borron, meer dan 1000 jaar nadat Jozef de bewaarder van de beker zou zijn geworden. Alleen dit feit al heeft veel deskundigen ervan overtuigd dat de Heilige Graal nooit in fysieke vorm heeft bestaan.

Wandkleed met als onderwerp de zoektocht naar de graal.

Mythisch vat.

De meeste geleerden beschouwen de Heilige Graal als slechts één van een lange reeks geheime, magische vaten die teruggaat tot de Oudheid. In hun optiek hebben de graalromans veel ontleend aan de oude mythen en de mystieke traditie van het Nabije en het Verre Oosten.

Deze traditie kwam in de 12e eeuw naar Europa, met de kruisridders mee die tegen de moslims hadden gevochten om het bezit van Jeruzalem en het Heilige Land. De kruisvaarders raakten ook op de hoogte van legenden die bij de Bijbelse plaatsen hoorden, en flarden van de christelijke, spirituele leer die niet in het Nieuwe Testament stonden. Deze invloeden van heel ver bepaalden het beeld van de graal, die daarna werd "verchristelijkt" door hem te bestempelen tot de beker van het Laatste Avondmaal.

Als de Heilige Graal dus niet meer is dan een tijdsbepaald, cultureel fenomeen, waarom houdt dit dan zo lang stand? In De maskers van God, een allesomvattende studie van mythen uit de hele wereld, voert Joseph Campbell aan dat de graal het symbool is van een directe toegang tot de hemel. Hij ziet de graalverhalen als een tijdloze "mythologie van de mens", die de geestelijke ervaringen van het individu- de "innerlijke reis", boven de starre, religieuze dogma's plaatst.

De graal in onze tijd.

Als de deskundigen gelijk hebben, en de Heilige Graal geen fysiek voorwerp is, maar een symbool voor geestelijke verlichting, dan is zijn betekenis nog even groot als 800 jaar geleden, toen de meeste graalromans werden geschreven. Hij vormt onderdeel van oosterse religies zoals Zen en andere Boeddhistische stromingen, en leeft volgens Campbell in het westen bij aanhangers van New Age- ideeën.

Aan de andere kant is het mogelijk dat de geleerden het bij het verkeerde eind hebben en dat de graal wel degelijk echt bestaat, en op ontdekking wacht. Hoe dan ook, het lijkt erop dat de zoektocht naar de graal blijft voortduren.