Onuitgesproken verklaring: bezoekers in de vroegste geschiedenis.

De tak die heel toepasselijk de benaming "paleo-ufologie" verdient bestrijkt een reeks aparte onderzoeken in de jaren "70, toen schrijvers zoals Otto Binder (Unsolved Mysteries of the Past), Richard E. Mooney (Gods of Air and Darkness), en Erich Von Daniken (Chariots of the Gods?) hun boeken schreven over een samenwerking tussen mensen en buitenaardsen in het allereerste begin van de geschiedenis of misschien zelfs wel eerder. Bewijzen van het bestaan van "goden" of "oude astronauten" kunnen overal gevonden worden en te oordelen naar geschriften uit die tijd werd elk belangrijk bouwkundig project "uitbesteed" aan buitenaardse aannemers. Paleo-ufologie verloor echter zijn aantrekkingskracht en verdween zelfs geheel uit de belangstelling tot het werk van Zechariah Sitchin er nieuwe belangstelling voor aanwakkerde. Er is op dit punt nog veel te leren over het ufo fenomeen.

De Guatemalaanse onderzoeker Oscar Rafael Padilla, die 30 van zijn 51 jaren aan het onderzoeken van het ufo fenomeen heeft gewerkt, is ook de samensteller van een buitengewone opsomming van buitenaardse wezens. Hij verdeelde ze onder aan de hand van het uiterlijk zoals de aanwezigheid -of gebrek- aan haar, het type ogen, de lichaamsvorm en overeenkomsten met de mens. Een van de soorten die genoemd worden in dit werk (Clasificaci¢n Exobiol¢gica de Entidades Extraterrestres) is te herkennen aan zijn grote hoofd en ogen in verhouding met zijn lichaam. Dit wezen is geclassificeerd als mensachtige, klasse primaten en subklasse Euteria. Padilla gelooft dat deze soort in het bijzonder een belangrijke rol heeft gespeeld in de oude tijden.

Dr. Padilla herinnert zich een vreemde zuil die tentoongesteld stond in het Guatemalaanse Museum voor Antropologie tot de verwijdering in 1990 toen het object verscheept werd naar Japan ten behoeve van een wetenschappelijke studie. De zuil liet het figuur zien van een wezen met enorme oren, handen met drie vingers, uitgerekte benen, geen voeten en twee vreemde uitsteeksels op het hoofd waarvan Dr. Padilla vermoedt dat het antennes waren.

Wetenschappers hebben Dr. Padilla's vermoedelijke buitenaardse terzijde geschoven als zijnde een kleurrijke primitieve afbeelding van een denkbeeldig monster- zoals onze science-fiction monsters- en hebben het daarbij gelaten. Er is echter groeiend bewijs dat oude ambachtslieden in geheel Zuid-Amerika zaken hebben uitgebeeld waarvan we nu de feiten hebben.

De Braziliaanse UFO onderzoeker Jean Alencar heeft ontdekt dat de mythologie van dit land is verzadigd met omschrijvingen en afbeeldingen van wezens die de mogelijkheid hadden om te vliegen. De legenden van de oorspronkelijke Braziliaanse bevolking vertellen, net als bij veel andere volken, over ervaringen met goden of reizigers uit de hemel die neerdaalden toen de mens nog niet meer was dan een dier om hen de kunst van de landbouw, astronomie, geneeskunst en andere disciplines te leren. Alencar noemt een wezen in het bijzonder, Bep-Kororoti, een krijger uit de ruimte die aanbeden werd door de stammen langs de Xing-Rivier. Net als de helden uit de Indiase Mahabarata bezat Bep-Kororoti een vliegend toestel dat in staat was om alles op zijn pad te vernietigen. Zijn uiterlijk maakte de mensen bang, totdat hij zijn kleding uitdeed en de mensen konden zien dat hij een goede huid had, dat hij er knap uitzag en dat hij vriendelijk was. Hij vermaakte de mensen met zijn "magie" tot hij heimwee kreeg naar zijn thuisland in de hemel en terugging.

De Popol Vuh, heilig voor de Maya's, zegt hierover ondubbelzinnig: "...mensen kwamen van de sterren, zij wisten alles en zij onderzochten de vier uithoeken van de hemel en het ronde oppervlakte van de Aarde." De Chilam Balaam is hierover zelfs nog uitdrukkelijker: "Wezens kwamen uit de lucht in vliegende vaartuigen... witte mensen in vliegende ringen die de lucht konden aanraken."

Er zijn aanwijzingen gevonden dat er op het Amerikaanse continent duizenden jaren geleden iets heel vreemds heeft plaatsgevonden. Santa Maria Canyon bevat bewijzen voor het feit dat er een beschaving van intelligente wezens heeft gewoond die vee hielden, wapens maakten en begrafenis rituelen uitvoerden en dat alles ongeveer 1 miljoen jaar geleden. Als we besluiten om ons vast te houden aan wat de academici zeggen, kunnen dit nooit en te nimmer mensen geweest zijn. Waren het overlevenden van een "Ouder ras", gestrande ruimtewezens of kolonisten die probeerden om een nieuwe planeet te temmen? Tijdens de prehistorische conferentie die in 1962 in Rome werd gehouden, toonde Dr. W. Matthes de oudste sculptuur die er bestond, gemaakt door een vergeten kunstenaar 200.000 jaar geleden toen de mens net het vuur had ontdekt.

Vreemde details die het bezoek van buitenaardse reizigers suggereren kunnen gevonden worden in de aanwezigheid van technologische zaken die veel te complex zijn voor de culturen waar ze in zijn gevonden. Sandaal en lendedoek culturen in Amerika en het Midden-Oosten blijken het maken van aluminium (gewonnen uit bauxiet- een ingewikkeld proces) meester te zijn geweest en platinum (dat temperaturen van duizenden graden vereist). Toch hadden dezelfde culturen geen weet van elementaire technologie zoals het wiel. Was deze kennis door niet-aardse wezens aan een "priesterschap" bestaande uit primitieve mensen geleerd, die het verborgen onder een waas van mystiek?

Zijn er misschien buitenaardse leraren achtergebleven, buiten het zicht, in een adviserende functie? Het Cuzco Museum in Peru bevat een hoogst interessant voorwerp dat ruimschoots de aandacht van antropologen heeft gekregen, maar waar nog geen echte antwoorden voor zijn: een vreemd gevormde schedel met onmogelijk grote oogkassen, die gevonden is tijdens opgravingen in Peru. Experts bevestigen dat de vervormingen niet op een kunstmatige manier zijn ontstaan (schedel-misvorming werd grootschalig toegepast door Meso-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse culturen) en dat de schedel ook niet van een abnormaal mens is. Is het mogelijk dat het museum het enige tastbare bewijs heeft van een buitenaards bezoek aan de Aarde?

De Sahara, een warme subtropische woestijn, beslaat bijna 4,5 miljoen vierkante kilometer. De relatieve luchtvochtigheid kan dalen tot zo'n 20% en krachtige droge winden, zoals de harmattan, dragen bij aan de droogte. Dergelijke ongastvrije omstandigheden maken het overleven voor dieren zoals de gazelle, antilope, jakhals, diverse reptielen en insekten een bijna onmogelijke zaak.

Toch houdt de mens vastbesloten vast aan het leven in deze omgeving, en blijken dat ook gedaan te hebben in een ver verleden toen het klimaat nog niet zo wreed was. Deze menselijke culturen, die nu verloren zijn voor ons, hebben een prachtige maar ook verontrustende verzameling tekeningen achtergelaten. Deze hebben voor een discussie gezorgd vanaf de dag dat ze ontdekt zijn.

Bijna 9000 jaar geleden floreerde een van deze culturen op Djebel Zenkekra in het Tassili-n-Ajjer Massief, een natuurlijk gevormd fort dat overdag beschutting bood tegen de brandende zon en de dieren die door het neolithische moeras doolden.

De Tassili Cultuur, bij gebrek aan een betere naam, heeft een verzameling van 4000 tekeningen achtergelaten die geschilderd zijn in kleuren waar hun tijdgenoten (Grotten van Lascaux) nog geen beschikking over hadden. Zij gebruikten vuursteentjes als penseel, donker rood, geeltinten en groentinten om mengkleuren te maken. Het hoofdonderwerp was het leven van alledag- de eindeloze cirkel van jagen, oorlog en huishoudelijk leven. Dit alles is vastgelegd op de rotsen. Er zijn echter ook afbeeldingen van figuren te zien die overal buiten lijken te staan en een sterk contrast vormen met de mensen in de taferelen. Ondanks dat er veel van dergelijke vindplaatsen zijn in de Sahara springt deze duidelijk naar voren.

De tekeningen werden ontdekt door de 19de eeuwse ontdekkingsreiziger Henri Lhote. Hij noemde de figuren "marsmannetjes" en omschreef ze als simpel van vorm, onartistiek en met ronde hoofden. Het enige detail is het dubbele ovaal in het midden van de figuren, waarmee ze lijken op de ideeën die wij vandaag de dag hebben over marsmannetjes.

Lhote's rondhoofdige afstammelingen van de Rode Planeet werden door de primitieve kunstenaars uitgebeeld met pakken die ons sterk doen denken aan de pakken die de astronauten op de maan droegen, zelfs de laarzen zijn als dusdanig te herkennen. Er bestaan honderden van die tekeningen en ze zijn verspreidt over een gebied van vele kilometers groot: vreemd gehelmde figuren met antennes op het hoofd, die vaak schijnbaar gewichtloos rond lijken te zweven alsof de kunstenaar een wandeling op de maan heeft bijgewoond. Andere tekeningen hebben een technologische inslag zoals iets wat lijkt op zonnepanelen, ruimtestations en zwevende bollen met daarin mensachtige figuren.

Onwillig om toe te geven aan de gekte die ontstaan is rond de oude astronauten, hebben antropologen een geheel andere betekenis aan de figuren gegeven. Namelijk dat de "rondhoofden" van de Tassili niets meer zijn dan ceremoniële dansers of priesters met een lege kalebas over het hoofd. Het probleem van deze benadering ligt in het feit dat de agrarische kennis en de bronnen om kalebassen te kweken niet bestonden in Noord-Afrika ten tijde van de Tassili, en deze bronnen zouden dat waarschijnlijk de komende duizend jaar ook niet toelaten.

Kan het zo zijn geweest dat buitenaardse bezoekers het toen welvarende Tassili gebied tijdens een rooftocht in de oude menselijke geschiedenis hebben bezocht? Tientallen boeken in evenzoveel talen hebben bewijs proberen te leveren voor niet-menselijke bemoeienissen in aardse zaken. Bijbelse teksten spreken van "de zonen van God" die zich aangetrokken voelden door "dochters van de mens". Reliëf stukken van de Maya's beelden iets uit wat verklaard zou kunnen worden als zijnde een ruimtereiziger, enzovoorts. Maar het is dit verlaten Afrikaanse complex bomvol met tekeningen die een illustratie geven van een dergelijk fenomeen.

In 1976, bereikten Jorge Blaschke, Rafael Brancas en Julio Mart¡nez ondanks de vele gevaren onderweg, zoals de brandende woestijn, Polisario terroristen en twijfelachtige Algerijnse veiligheidstroepen, het Tassili Massief om er een systematische studie te organiseren van de raadselachtige tekeningen. Tijdens hun onderzoek waren zij verbaasd over een duidelijke tekening van een figuur in ruimtepak en met helm. Dit figuur was door middel van een kabel met een groot, bolvormig voorwerp verbonden terwijl het bezig was om drie vrouwen naar binnen te leiden. Dr. Martinez zag dat de kunstenaar grote aandacht had besteed aan het uitbeelden van de vrouwelijke figuren; een van hen was een puber, de andere een moeder met kind en de derde was duidelijk een zwangere vrouw. Kan dit misschien een voorloper uitbeelden van de genetische experimenten zoals die vandaag de dag door de groothoofdige Grijzen worden uitgevoerd.

UFO's laten hun aanwezigheid nog steeds zien boven de Sahara. Zo is er een melding uit 1942 betreffende een UFO die zo'n 375 km. ten westen van Tassili-N-Ajjer opgemerkt werd. Een groep meteorologen merkte het voorwerp dat op een hoogte van 5500 meter vloog op en omschreven het als een ronddraaiende planeet. Het voorwerp bleef twee dagen zichtbaar tot het verdween. Sigaarvormige voorwerpen werden talloze malen gezien in de jaren "50 en de Franse luchtmachtbasis bij Tessalit (Algerije) zag een laagvliegende UFO aan voor een DC-3 die op het punt stond om te landen. Het mysterieuze licht maakte een draai van 90 graden en verdween uit het zicht. Ook een Spaanse expeditie in 1976 werd getrakteerd op een UFO nabij de woestijn landingsbaan in Salah. Deze was op weg naar Tassili.

De grotschilderingen in diverse Spaanse en Franse grotten laten zien dat onze verre voorouders in staat waren om de dingen die ze zagen zo helder en simpel weer te geven dat het gewoonweg verbazingwekkend is voor de ogen van moderne mensen. Deze vaardigheid om zaken weer te geven uit zich ook in het weergeven van gebouwen zoals koepelvormige objecten, sommige daarvan in bomen en weer andere op een onderstel of met antennes.

Het kleine Franse stadje Le Cabrerets ligt vlakbij de indrukwekkende grotten van Pech Merle- een enorm uitgestrekt labyrinth van bijna 1,5 km. lang. Gebruik makend van een rode pigment soort hebben Cro-Magnon kunstenaars een wezen getekend dat op een perfecte manier in Dr. Padilla opsomming past: Een enorm groot, kaal hoofd met een ongebruikelijk puntige kin, geen oren en grote ogen die oplopen naar de slapen. De rechte lijnen die het figuur doorkruizen lijken te wijzen op verwondingen die toegebracht zijn met de speren van de grotbewoners. Ook is er een hoedvormig voorwerp te zien dat boven het hoofd van het wezen lijkt te vliegen. Pech-Merle is echter geen uitzondering; 30 km. verderop, in de grot van Cougnac, is een overeenkomstig figuur gevonden. Voor het geval dat we zouden denken dat de Cro-Magnon niet in staat waren om de menselijke figuur op een goede manier af te beelden, moeten we opmerken dat er in andere grottenstelsels tekeningen van duidelijk herkenbare menselijke figuren, inclusief van mensen met maskers, zijn gevonden. De "dode mensen" van Pech-Merle en Cougnac stellen duidelijk iets anders voor. Archeologen vertellen ons dat de tekeningen ongeveer 20.000 jaar geleden gemaakt zijn.

Het Ojo Guarea grottencomplex, dat zijn pad kilometers de grond in weeft, laat een niet ontcijferbaar raadsel zien. In zijn boek "En Busca de la Historia Perdida (In Search of Forgotten History)", verklaart de Spaanse auteur en filmmaker Juan G. Atienza dat sommige ingangen van het grottenstelsel geacht worden "slecht" te zijn en de plaatselijke boeren weigeren de grond te betreden of er zelfs maar in de buurt te komen. In één van deze ingangen staat een oude petroglief van iets dat alleen, hoe verbazingwekkend het ook moge klinken, een uitbeelding kan zijn van een DNA structuur.

Maar de Oude Wereld heeft zeker geen monopolie positie op het gebied van paleolithische raadsels. Noord-Amerika bezit ook een groot deel aan raadselachtige prehistorische tekeningen. Een heel indrukwekkende kan gevonden worden in het Canyonlands National Park in Utah. Daar kan men een tweetal wezens (opmerkelijk identiek aan de uitgebeelde wezens in Tassili) zien die bezig zijn met een vreemde activiteit: een van hen lijkt met een voorwerp (een zaklantaarn?) naar de grond te wijzen. Verder naar het zuiden heeft een kunstenaar van de Mexicaanse Tlatilco cultuur een perfecte tekening gemaakt van een kleine man die de indruk wekt laarzen en een vierkante helm te dragen.

Petrogiefen gevonden op eilanden zoals Puerto Rico laten ook vaak hoogst ongebruikelijke afbeeldingen zien zoals, harige, bebaarde mannelijke figuren, met gehelmde hoofden en slangen die hun hoofd met hun rug lijken te verbindenen zelfs meer verontrustende tekeningen. Een van de petrogliefen gevonden in Cueva de Las Maravillas (Santo Domingo) beeldt een bebaarde figuur met een voorwerp dat in de lucht lijkt te zweven uit. Afbeeldingen in de Tainogrotten op een ander deel van het eiland laten vliegende voorwerpen met daar uit bungelende ladders zien.

Als zelfs notoire ontkenners van het bestaan van UFO's bereid zijn om toe te geven dat bezoek vanuit de ruimte niet zomaar van de hand gewezen kan worden, kunnen wij met een gerust hart geloven dat de bewijzen die voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn geen gebeurtenissen weergeven van gewone zaken, gezien vanuit het oogpunt van een primitief mens. Ook kunnen we dan geloof beginnen te hechten aan de oude Soemerische en Babylonische vertellingen over wezens die uit de ruimte kwamen om de mensen het begin van de beschaving te leren. Dit onderwerp zal helaas leiden tot een eindeloos debat.