Sterrenkijkers

Het was 21 juni -midzomer- en onderzoeker John Glover wilde als eerste foto's maken van de zonsondergang op de langste dag bij de schilderachtige 4000 jaar oude stenencirkel van Castlerigg in het Engelse Lake District. Glover wist dat twee stenen in de cirkel een rechte lijn vormden met de zon als die onderging achter de heuvels van Latrigg in het noordwesten. Dat was berekend door de archeo- astronoom -expert op het gebied van prehistorische astronomie- professor Alexander Thom.

Het moment van de zonsondergang kwam naderbij. Glover keek toevallig om en zag tot zijn stomme verbazing een langgerekt "schaduwpad" dat zich spectaculair van de hoogste steen uitstrekte tot de andere kant van de vallei. "Mijn eerste opwelling was om zo hard als ik kon over dat schaduwpad te rennen," vertelt Glover. "Het was alsof ik terecht was gekomen in zo'n sprookje: als je op het juiste moment op de juiste plek bent, ontdek je een geheim pad dat naar een schat leidt."

Stonehenge.

Geavanceerde kennis.

De lijn van het punt waar de zon onderging, liep via Castlerigg langs de helling in zuidoostelijke richting, waardoor de stenen in de cirkel de langst mogelijke schaduw wierpen. Glover wist zeker dat de bouwers van de cirkel daarmee rekening hadden gehouden, en dat ze misschien zelfs de helling hadden afgegraven om dat effect te bereiken.

Zelfs als het landschap bij Castlerigg niet op die manier door mensenhand is vormgegeven, wijst het ontwerp van de stenencirkel op een diepgaande kennis van de sterrenhemel, een kennis waar onze voorouders volgens de geschiedenisboeken nooit over beschikten. Maar uit onderzoeken van de afgelopen 40 jaar blijkt nog iets veel opmerkelijkers: overal op de wereld zijn er prehistorische monumenten waaruit dezelfde geavanceerde astronomische kennis spreekt als uit Castlerigg. Alleen al in Europa zijn er letterlijk honderden op de sterrenhemel gerichte prehistorische bouwwerken, waaronder de befaamdste plek van allemaal, Stonehenge. In het Franse Bretagne liggen de brokstukken van wat ooit de hoogste monoliet op aarde moet zijn geweest. Die steen, onder andere bekend als de Er Grah (de Elfensteen), woog 340 ton en moet 21 meter hoog geweest zijn. Thom heeft berekend dat hij als baken kilometers in de omtrek zichtbaar was en zo fungeerde "als ijkpunt voor belangrijke maanstanden op basis waarvan allerlei andere megalitische bouwwerken werden opgetrokken." Zo zijn er ook in Egypte veel tempels gebouwd waarbij met uiterste precisie rekening werd gehouden met de stand van de sterren. Op het tempelcomplex van Karnak bij Luxor loopt de lengte- as van de tempel van Amon parallel aan de zonsopgang op de langste dag. Het meeste wat daar nu nog te zien is, dateert uit het Nieuwe Koninkrijk (1567 - 1086 v.Chr.), maar op het Karnak- complex werden eeuwenlang tempels opgetrokken en weer afgebroken, waarbij altijd werd uitgegaan van die belangrijke zonne- as.

Jarenlang begrepen de archeologen maar weinig van die bijna obsessieve fascinatie met de sterrenhemel onder oude volken. Tot voot kort dacht men dat hun buitengewone kennis van de astronomie alleen de landbouw diende -zodat de boeren precies wisten wanneer ze moesten zaaien en poten.

Hohokan ruïne.

Godsdienstige rituelen.

De aloude heilige Indiase stad Vijanagara bij Hyderabad heeft een plattegrond die geheel en al op de poolster is gericht. Het stratenpatroon van de 2000 jaar oude Mexicaanse stad Teotihuacan, dat op een paar graden na net niet precies het kompas volgt, blijkt te zijn gericht op het punt waar het sterrenbeeld de Pleiaden elk jaar 's ochtends vroeg voor het eerst boven de horizon komen. De Pleiaden hadden om onbekende redenen grote betekenis voor de Indianen van Midden- en Zuid- Amerika. Die ontwerpen hadden duidelijk niets te maken met voorspellingen over de landbouw, maar dienden een ander doel. De vraag is: wat was hun ware functie?

Veel onderzoekers zijn er nu van overtuigd dat de op de sterren gerichte bouw van oude tempels en monumenten vooral godsdienstige en kosmologische doeleinden had. Bijna al die oude volkeren leefden in een magische wereld, waar rituelen de allerbelangrijkste activiteit vormden. Zo was de astronomie van de Indianen wel gericht op de zon en op de landbouw, omdat die de momenten bepaalde waarop moest worden gezaaid en geoogst, maar de belangrijkste rol was het aangeven van de beste tijdstippen voor rituelen en ceremonieën.

Op andere plekken, zoals de Maya- piramide El Castillo im Chichen Itza, de heuvel die de Mississippi- Indianen bij Cahokia in het zuiden van Illinois opwierpen, of het megalitische monument van Callanish op het Hebriden- eiland Lewis, lijkt het erop dat de priesters gebruik maakten van spectaculaire visuele effecten om hun volk te doordringen van bepaalde kosmologische of mythologische waarheden.

Verhoogd bewustzijn.

Volgens onderzoeker schrijver Paul Devereux, die over de hele wereld prehistorische monumenten heeft bestudeerd, zijn de rituelen ontworpen als spektakelstukken die bij de toeschouwers moesten zorgen voor een bepaalde staat van verhoogd bewustzijn. Volgens Devereux blijkt dat nergens duidelijker dan bij het Ierse Newgrange.

Daar is rond 3200 v.Chr. een heuvel opgeworpen van elf meter hoog en met een doorsnee van 900 meter, waarin vervolgens ruimtes en gangen werden uitgegraven. Volgens de Ierse legenden is het de verblijfplaats van de Heren van het Licht. Op 21 december, op de korste dag van het jaar, valt het licht van de opgaande zon er naar binnen door een speciale opening boven de ingang van een 19 meter lange gang die leidt naar de grote uit stenen opgetrokken ruimte in het hart van de heuvel. De binnenvallende zonnestraal zorgt voor een lichtplek op de vloer van de gang die centimeter voor centimeter naar de grote ruimte kruipt.

Als de straal de ruimte heeft bereikt, loopt hij vrijwel horizontaal en vormt hij een smalle strook licht op de vloer die steeds breder wordt en in een tijd van 17 minuten als een verlichte klokwijzer door de ruimte glijdt. Terwijl de ruimte zich vult met licht, beginnen de prachtig bewerkte rotsblokken te gloeien als brandend goud. Mensen die dit hebben meegemaakt noemen het allemaal een onvergetelijk moment.

Uit grotschilderingen over de hele wereld, die soms 6000 jaar oud zijn, blijkt dat onze voorouders bij hun rituelen hallucinogene planten gebruikten. Devereux vermeodt dan ook dat veel astronomische bouwwerken werden gebruikt als decor voor "psychedelische lichtshows waarbij de deelnemers werden meegenomen naar het geestenrijk waar hun hemelse goden woonden."

Niet iedereen is het erover eens dat de astronomie in prehistorische tijden alleen symbolische waarde had. Zo is Alan Alford, die onderzoek doet naar eeuwenoude mysterieën, ervan overtuigd dat de kennis van onze voorvaderen over de hemel, net als veel andere vaardigheden, alleen maar kan worden verklaard uit het bestaan van een technologisch ver ontwikkelde samenleving. In zijn boek Gods of the New Millenium (Goden van het nieuwe Millenium) stelt Alford dat dit "ras" bestond uit de goden van de oudheid, die door de mensen uit die tijd werden gezien als "onsterfelijk, maar van vlees en bloed." Alford neemt als voorbeeld de Sumeriërs, de oudst bekende beschaving en de uitvinders van de astronomie. Hoe kan het, vraagt hij zich af, dat de Sumeriërs opeens, aan het begin van hun beschaving bijna 6000 jaar geleden, over een vrijwel volmaakte kennis van de sterren beschikten? De Sumeriërs stelden honderden accurate astronomische formules en tabellen op waarmee zonsverduisteringen, de gestalten van de maan en de loop van de planeten konden worden voorspeld. Ook lieten ze ons denkbeelden na zoals een astronomie waarin de bolvorm centraal staat, de cirkel van 360 graden, de equinox -de dag-en-de-nacht- de polen en de horizon. Nog opmerkelijker is, dat ze kennelijk wisten dat de aarde om zijn as slingert in een cyclus die bijna 26.000 jaar duurt. Zoals Alford zegt, weet niemand hoe de Sumeriërs zulke ingewikkelde maar accurate gegevens konden vergaren, of waarvoor ze die nodig hadden.

Machu Picchu.

Blijvend mysterie.

De meeste onderzoekers op dit gebied moeten niets hebben van de suggestie dat onze voorouders hun technologie van buitenaardse wezens kregen. Zoals Devereux eens heeft gezegd:" Het is geschiedvervalsing om te zeggen dat oude volkeren opeens uit het niets hun kennis over astronomie verkregen. Misschien waren ze er al duizenden jaren mee bezig voordat het in de steden van de Sumeriërs tot bloei kwam als volwassen tak van wetenschap. We mogen ook niet vergeten dat de mens het heelal vroeger op een heel andere manier onderging dan nu. Het lijkt me niet verstandig om hun technologische kennis aan een buitenaardse beschaving toe te schrijven als we nog niet eens precies weten hoe ze toen dachten." Of die oeroude kennis van de sterren nu te maken had met godsdienstige rituelen of met een wetenschap die was achtergelaten door buitenaardse goden, één ding is zeker. Onze voorouders waren verre van achterlijk en beschikten over technologieeën die in veel opzichten verder ontwikkeld en creatiever waren dan de onze.