Het raadsel van de sfinx.

De Grote Sfinx van Gizeh die naar het oosten in de rijzende zon kijkt en het grootste stenen standbeeld ter wereld is, is al eeuwenlang een bron van mythen, fabels en legendes. Dit raadselachtige symbool van Egypte is altijd gesluierd geweest in geheimzinnigheid.

De huidige theorie is dat de Sfinx rond 2500 v.Chr. door Farao Khafre werd gebouwd. Toen in 1991 geologisch bewijsmateriaal aantoonde dat de Sfinx tenminste 6000 jaar v.Chr. was gebouwd, 3000 jaar voordat de oude Egyptische beschaving begon, bracht het een schok van ongeloof teweeg onder de conservatieve wereld van de egyptologie.

Hoewel ook de 19de-eeuwse egyptologen gewoonlijk stelden dat de Sfinx veel ouder was dan de piramiden, werd de toeschrijving aan Khafre pas in de 20ste eeuw aanvaard. Khafre regeerde van 2520 tot 2492 v.Chr.

John West.

Verschil van mening.

Eén man met doorzettingsvermogen, de Amerikaanse schrijver John Anthony West, had er 15 jaar voor nodig om de heersende ideeën te veranderen. De reden waardoor de gevestigde egyptologen geloofden dat de Sfinx door Khafre was gebouwd, was dat het gezicht overeenkomst vertoonde met het standbeeld van de farao in het Museum van Caïro. West liet aspecten zien in de zichtbare link tussen de Sfinx en Khafre die niet klopten, door ongewone methodes te hanteren.

West riep de hulp in van luitenant Frank Domingo, een gerechtelijk deskundige van de politie in New York, die gespecialiseerd was in het reconstrueren van gezichten waarvan de trekken verloren zijn gegaan of verminkt.

Domingo vergeleek het gezicht van de Sfinx met het standbeeld van Khafre in het museum. Uit de gedetailleerde schetsen die van beide gezichten werden gemaakt, concludeerde hij dat de twee standbeelden "verschillende persoonlijkheden" voorstelden. Domingo voegde daar aan toe dat: "Als er in de toekomst onweerlegbare informatie komt dat aangeeft dat de Sfinx Khafre is, dan waren de kunstenaars onbekwame technici".

Veel trditionele egyptologen doen laatdunkend over het werk van Domingo. Dr. James Romano van het Brooklyn Museum in New York zegt dat de Egyptische kunst geen "fotografie" was maar "veridealiseerde realiteit", en dat Domingo de "moderne normen" op "oude esthetica" toepaste, waardoor Domingo's analyse geen waarde had.

Frank Domingo.

Regen in de woestijn?

Omdat Domingo's bewijsmateriaal voor de egyptologen niet afdoende bewees dat de Sfinx ouder was dan voorheen werd gedacht, probeerde West het opnieuw. Hij stelde dat de erosie van de Sfinx niet was ontstaan door de woestijnwind en -zand, maar door het regenwater.

De laatste keer dat Egypte hevige regens had gehad, was na de laatste IJstijd die wel 12.000 jaar v.Chr. was begonnen.

West kon alleen de watererosietheorie bewijzen aan de trditionele egyptologen ddor de medewerking van een gerespecteerde academische geoloog, die bevestigde dat het steen inderdaad door water uitgesleten was. Na een lange zoektocht vond hij eindelijk een deskundige die wilde luisteren -Dr. Robert Schoch van de Universiteit van Boston.

Schoch's onderzoek bevestigde dat het lichaam van de Sfinx en de muren van de greppel waarin het zich bevindt, klassieke tekens van wateruitslijting vertonen. Hij ontdekte ook dat het monument en het nabij gelegen tempelcomplex uit dezelfde steen waren gehouwen.

Er was ook een vreemde afwijking. De Sfinx met de muren daaromheen waren zo ernstig uitgeslten dat ze groeven van een meter diep in het gesteente vertoonden. Ter vergelijking waren de identieke lagen van de rots daar dicht in de buurt nauwelijks door het weer uitgesleten. Dat gaf aan dat de Sfinx in fasen was uitgehouwen waarbij het vroegste bouwwerk aan watererosie blootgesteld was geweest, en het latere aan winderosie.

Seismografische experimenten onder leiding van Robert Schoch.

Antwoord in de grond.

Om deze theorie nog meer kracht bij te zetten, wilde West weten wanneer het steen rondom de Sfinx was uitgehouwen. Zo zou hij erachter komen wanneer de Sfinx was gebouwd. Toen haalde hij Dr. Thomas Dobecki erbij, een seismografisch specialist van een adviesbureau uit Houston.

Door de watererosie te analyseren op de grond rondom de Sfinx, kon Dobecki een schatting maken van wanneer het steen was uitgehouwen. Hoe verder de watererosie gaat en hoe langer de oppervlakte van het steen blootgesteld was geweest aan regenvallen, daarmee zouden Dobecki's experimenten aantonen hoe ver de erosie het steen had aangetast, en van daaruit kon hij de leeftijd van de Sfinx inschatten.

Dobecki's seismografische experimenten en Schoch's observaties bewezen dat het lichaam van de Sfinx inderdaad in verscheidene fases was uitgehouwen, en dat de zwaar uitgesleten voorkant van het monument de achterkant rond 3000 jaren antidateerde.

Het gezicht veranderd.

Schoch's conclusie was dat Khafre de Sfinx in een gedeeltelijk afgebouwde staat ontdekte. Khafre repareerde de Sfinx en de tempels daaromheen door granieten platen over de lijmsteen te plaatsen. Volgens Schoch moest de Sfinx vanwege zijn ouderdom vele reparaties hebben ondergaan over enkele duizenden jaren. En omdat het hoofd van de Sfinx relatief kleiner is dan het lichaam, hebben de oude Egyptenaren het waarschijnlijk met een ander gezicht ontdekt. Toen houwden ze de Sfinx uit in een Egyptische stijl.

Dobecki's experimenten onthulden ook een ander geheim- een aantal nog niet onderzochte tunnels en een grote rechthoekige kamer vijf meter onder de voorpoten van de Sfinx.

Nog vreemder was het feit dat de ontdekking van deze kamer bijna 60 jaar daarvoor door Edgar Cayce, de beroemde Amerikaanse "Slapende Profeet", voorspeld was. Op 29 Oktober 1935 stelde hij dat de overlevenden van Atlantis in 10.500 v.Chr. naar Egypte waren gekomen en de Sfinx en de Grote Piramide binnen 100 jaar na hun komst hadden gebouwd.

Atlantis.

Nog belangrijker was dat Cayce voorspelde dat voor het einde van de 20ste eeuw "een ruimte met gegevens... zou worden gevonden waar de schaduwlijn of het licht tussen de poten van de Sfinx valt". Binnenin de kamer is volgens Cayce een bibliotheek van wijsheden uit de verloren beschaving van Atlantis.

Dr. Schoch had een reputatie hoog te houden, en hij verklaarde in het openbaar dat de Sfinx niet eerder dan 8500 jaar geleden gebouwd was en hij zich niet inlaat met argumenten die niet in verband staan met de geologie. West is minder voorzichtig. Naar zijn mening is de Sfinx op zijn minst 12.000 jaar oud.

Hoe dan ook, de wetenschap lijkt er op te duiden dat de Sfinx lang voor de algemeen geaccepteerde datum werd gebouwd. Maar de grote vraag blijft: wie bouwde het en hoe? Een groeiend aantal onderzoekers waaronder schrijvers van best-sellers zoals Graham Hancock, Robert Bauval en Colin Wilson geloven dat het antidateren van de Sfinx bewijsmateriaal vormt voor een verloren beschaving.

In 1993 gaf West duidelijk aan dat dit het geval was. Dit resulteerde in een boze reactie van Dr. Zahi Hawass, de algemeen directeur van de Piramides in Gizeh, die West en zijn team niet langer toestond nog meer onderzoek te doen.

Sinds die tijd vond er een vreemde verandering plaats bij de Egyptische autoriteiten. In april 1996 kreeg Dr. Joseph Schor, een Amerikaanse miljonair die nauwe banden heeft met een uitgebreide organisatie die de leer van Cayce verspreidt, een nieuwe vergunning voor verder onderzoek.

Geheimen onthuld

Tegelijkertijd kondigden Dr. Schor en Dr. Hawass aan dat er geheime tunnels onder de Sfinx waren en dat ze deze kamers "live" voor een wereldwijd televisiepubliek zullen openen.

Als de kamer bewijsmateriaal levert over de leeftijd van de Sfinx, kan er ook een nieuw licht worden geworpen over de bewakers van het monument: de Piramides van Gizeh.