Het geheim van Rendlesham.

Jenny Randles doet onderzoek naar het "Britse Roswell". Wat proberen de autoriteiten te verbergen?

Rendlesham is een onafzienbaar dennenwoud ten oosten van Ipswich, dat zich dwars door bet graafschap Suffolk uitstrekt tot de landtong van Orford Ness. Hier staan een belangrijke vuurtoren met nog wat gebouwen. In 1980 ging het gerucht dat deze werden gebruikt door de National Security Agency (NSA), een zeer geheime Arnerikaanse inlichtingendienst. Het wemelde van de verhalen over supergeheime onderzoeken, maar de officiële lezing was dat de gebouwen werden gebruikt voor onderzoek naar radar die "over de horizon kan kijken".

Dit alles speelde natuurlijk nauwelijks een rol voor de paar mensen die op Tweede Kerstdag vroeg op waren en vakantie vierden. Maar ieder van hen zou getuige zijn van iets ongelooflijks. Het verscheen plotseling boven de B-weg die zich lieflijk door het bosland tussen de dorpen Orford en Woodbridge slingert. Slechts binnen enkele ogenblikken was het geland.

De familie Webb, op weg naar huis van een feestje, zag het reusachtige witte licht boven de bomen. Het leek zich in de buurt van de NAVO-luchtmachtbases van Woodbridge en Bentwaters te bevinden, die verscholen in het bos liggen. Vliegbewegingen waren hier norrnaal- A 10-straalvliegtuigen en Chinook-helicopters verstoorden dikwijls de landelijke rust-, maar deze lichtverschijnselen deden niet aan militair vliegverkeer denken, zoals ze in de bossen doken en verdwenen.

"Het is absoluut niet waar dat er berichten over ufo-waarnemingen in de doofpot worden gestopt," verklaarde Michael Hesseltine, in 1983 Minister van Defensie.

Uit de lucht gevallen.

Dave Roberts en zijn vriendin lagen op het gras onder de bomen, en genoten van een rustig moment, zonder dat late voorbijgangers hen konden zien. Ze kregen de schrik van hun leven toen de hemel hel oplichtte en er iets op minder dan een kilometer afstand in het bos naar beneden viel. Ze renden weg toen een militaire jeep zich langs een smalle toegangsroute een weg baande naar de plaats van de inslag. Er klonken sirenes en er flitsten lichten aan en uit. Het leek een zeer belangrijke militaire operatie.

Gordon Levett bewoonde een afgelegen huis aan de rand van het bos, in Sudbourne. Hij had een waakhond, en stond daarmee in de tuin toen ze allebei naar boven keken en een merkwaardig voorwerp zagen aan komen suizen.

De ufo had de vorm van een paddestoel op zijn kop en gloeide groen-wit op. Hij zweefde kort boven hen, ter hoogte van het dak, en verdween daarna geluidloos in de richting van de basis Woodbridge.

De volgende dag werd de hond van Levett ziek, en dnrfde zijn kennel niet uit te komen. Zijn toestand verergerde, en binnen een paar dagen was hij dood. De dierenarts kon slechts aannemen dat hij op de een of andere manier was vergiftigd.

Die nacht hielden de patrouillerende Amerikaanse veiligheidsagenten John Burroughs en Budd Parker zich op bij de oostpoort van de basis Woodbridge. Ze bevonden zich op de beste plek om bet spectaculaire lichtverschijnsel waar te nemen dat gepaard ging met het neerkomen van het voorwerp uit de lucht boven het grote bos.

Eerst dachten ze aan een neerstortend vliegtuig, maar toen beseften ze dat er iets merkwaardigs aan de hand was. Het voorwerp zweefde naar beneden en leek onder controle. Er was geen inslag of explosie toen het de grond raakte, alleen een bewegende hoop gekleurd licht, als van een kerstboom. Burroughs belde de basis. Er mochten zich om 2 uur 's ochtends geen vliegtuigen in het gebied op houden. Binnen een paar minuten was sergeant Jim Penniston van de patrouille in zijn jeep op weg naar de plaats van et voorval, samen met zijn chauffeur Herman Kavanasac. Het was een noodgeval.

Eenmaal aangekomen, konden de twee militairen zelf zien wat er aan de hand was. Er waren nog steeds vreemde lichtflitsen te zien tussen de bomen, met merkwaardige maar bekoorlijke kleuren. Penniston nam de leiding en wilde van Burroughs en Parker horen dat er een vliegtuig was neergestort en in brand gevlogen. Niets daarvan, hielden de twee mannen vol. Wat het ook was, het was gewoon geland.

Budd Parker bleef achter om de oostpoort te bewaken, terwijl Jim Penniston John Burroughs en Herman Kavanasac mee het bos in nam.

Schets van de positie van de ufo.

Energieveld.

Er breidde zich een elektrisch veld uit over het bos en de radio-verbinding met de basis werd bijna verbroken. Daarom beval Penniston Kavanasac aan het begin van een toegangsweg te blijven staan waar nog contact was, zodat hij als verbindingpost kon dienen. De agenten Penniston en Burroughs liepen alleen het bos in. De hogere officier dacht nog steeds dat hij een brandend vliegtuigwrak zou aantreffen. Maar toen ze een open plek naderden begonnen er vreemde dingen te gebeuren. De lucht raakte vol met energie die knetterde als bij een onweer.

Het haar van de beide mannen stond overeind en ze kregen kippenvel.

Daar bevond zich het voorwerp, recht voor hen. "Dat staat absoluut niet in Jane's Book of World Aircraft," bedacht Penniston zich. Het was een kegelvormig voorwerp, ongeveer zo groot als een auto, dat op lichtstralen leek te zweven, zo'n 30 cm boven de grond. (Anderen meenden dunne poten te hebben gezien.) Er hing een vreemd, mistig waas omheen, en op de zijkanten bevonden zich bewegende zwarte markeringen, die letters zouden kunnen zijn.

Penniston had wat tijd nodig om tot zichzelf te komen, maar besefte dat hij de leiding had en dus een onderzoek moest instellen. Het was bijna onmogelijk om naar het voorwerp toe te gaan. Alsof hij door stroop moest lopen. Tijd en ruimte leken zich uit te strekken alsof de aard van de werkelijkheid was veranderd. Ze konden gewoon niet dichterbij komen.

Plotseling was er een lichtflits en schoot het voorwerp omhoog. Op dat moment brak er een pandemonium los onder de dieren in het bos, alsof ze van een betovering waren verlost. Vogels vlogen op, herten renden naar een beschutte plek. De twee militairen keken met open mond naar de hemel.

Waarschuwingsbord bij de bases.

De vuurtoren-theorie.

Het lijdt geen twijfel dat men in de vroege morgen van 26 december 1980 in het bos van Rendlesham iets merkwaardigs heeft zien neerkomen. Maar volgens sceptici als de astronoom Ian Ridpath, betrof het slechts een heldere meteoor die rond tien voor drie in de ochtend over East Anglia kwam. Eenmaal het bos ingelokt door deze waarneming, zouden de militairen de stralenbundel van de vnurtoren van Orford Ness, 6,5 km verderop, verkeerd hehben geïnterpreteerd, ook omdat ze de omgeving niet kenden. Volgens Ridpath is het "een verschrikkelijke blamage" voor de ufologie dat de ufo-gemeenschap deze zaak nog van enig belang vindt. Maar Charles Halt wijst deze theorie van de hand: "Een vuurtoren beweegt zich niet door een bos, ontploft niet, verandert niet van vorm en zendt geen lichtstralen naar beneden."

Ridpath heeft inmiddels steun gekregen van andere critici, zoals de psycholoog Nicholas Humphrey, wiens bevindingen voor een documentaire van Channel 4 gestaafd werden door het tijdschrift New Scientist. Deze theorie hield in dat de ufo in feite de politieauto was die naar het bos was gedirigeerd om een onderzoek in te stellen. Maar zoals de officiële rapporten duidelijk laten zien, ging de politieauto naar het bos toen de waarnemingen door de militairen al waren gedaan, en als direct gevolg van diezelfde waarnemingen door de militairen.

Uit berichten van burgergetuigen en uit het officiële rapport van Burroughs en Penniston blijkt dat zij hun ufo waarnamen ver voordat de meteoor voorbij zou zijn gekomen. Het is zelfs mogelijk dat de "meteoor" die men die ochtend boven zuid-oost-Engeland zag de vertrekkende ufo was. De beide mannen blijven er ook bij dat zij zowel de vuurtoren als de ufo hebben gezien. Ze woonden al een tijdje in het gebied, en speciaal Burroughs picknickte wel eens in het bos en wist van het bestaan van de vuurtoren.

Volgens een andere theorie hebben de mannen misschien een Russisehe raket gezien die terugkwam in de atmosfeer van de aarde. De astronoom John Mason zegt dat veel mensen in zuidoost-Engeland de raket hebben gezien, iets wat leek op een "heldere natuurlijke vuurbol". Weer anderen beweerden dat het niet om een raket ging maar om een atoomreactor aan boord van een neergestort vliegtuig. Hoe dan ook, er zijn geen rapporten en geen bewijzen van de onvermijdelijke wrakstukken.

Een van de getuigen heeft deze tekening gemaakt van het voorwerp.

Deze theorieën bieden een uitweg aan degenen die weigeren na te denken over een buitenaardse verklaring, en het zwijgen van de overheid doet de speculaties alleen maar toenemen.

Nick Pope merkt op: "Het ministerie van Defensie heeft een belangrijke mogelijkheid voorbij laten gaan door de zaak niet direct gedetailleerd te onderzoeken." Maar het lijkt erop dat Britse inmenging onmogelijk was vanwege de aanwezigheid van Amerikaanse diensten.

Penniston en Burroughs beweren dat zij heel dicht bij een voorwerp zijn geweest dat op niets leek wat zij ooit eerder hadden gezien. John Burroughs. die later tot sergeant werd gepromoveerd, hield vol: "Ik weet niet of dit een of andere machine was die door een intelligentie werd bestuurd, of een wonderbaarlijk natuurverschijnsel- een zeldzame vorm van energie. Wat ik zeker weet, is dat het niet van deze wereld was. Er bestaan geen woorden om het wonder te beschrijven dat wij hebben aanschouwd."