De Beschaving van de Olmeken: 1200 v.Chr. - 600 n.Chr.

De Olmeken waren een oud volk dat leefde op de laagvlakten van oostelijk Mexico. Ze worden vaak gezien als de moedercultuur van later Midden-Amerikaanse beschavingen. De Olmeken noemde zichzelf Xi (uitgesproken als Shi). Olmeken hadden grote hoofden waarvan sommige vervormd waren.

Hierboven de afbeelding van een man met de genoemde vervorming. Het levensgrote groenstenen hoofd werd gevonden bij Tenango del Valle, dat verrassend genoeg op een flinke afstand ligt van het land van de Olmeken rond Veracruz en Tabasco. Sommige onderzoekers beweren dat ze uit Azië afkomstig zijn en anderen zeggen Afrika.

Geografie

Het rijk van de Olmeken strekte zich uit van het Tuxtlas gebergte in het westen tot de laagvlakten van de Chontalpa in het oosten. Het was dus een gebied met aanzienlijke verschillen op zowel geologisch als ecologisch gebied. In het gebied heeft men meer dan 170 Olmeekse monumenten gevonden en 80% hiervan staan bij de grootste Olmeekse centra: La Venta, Tabasco, San Lorenzo Tenochtitlan, Veracruz en Laguna de los Cerros.

Deze centra liggen op een dusdanige manier verspreid dat elk centrum bepaalde soorten grondstoffen, die voor het gehele rijk van belang waren, kon exploiteren en controleren. La Venta, het oostelijke centrum, ligt in het vruchtbare kustgebied en kon ook zorgen voor cacao, rubber en zout. San Lorenzo dat in het centrum van het rijk lag, controleerde de enorme vlaktes van de Coatzacoalcos en de handelsroutes die langs of over de rivier liepen. Laguna de los Cerros, dat grensde aan het Tuxtlas gebergte lag vlakbij de belangrijkste vindplaats van basalt, dat gebruikt werd voor onder meer het bouwen van monumenten en het vervaardigen van beelden. Misschien dat onderlinge overeenkomsten hielpen bij het in stand houden van zo'n handelsnetwerk.

Kalenders en rekenkunde.

De Olmeken waren goede rekenaars en astronomen die in staat waren om nauwkeurige kalenders te maken.

De mensen die afstammelingen waren van de Olmeken en dezelfde gebieden bewoonden waren de eerste gebruikers van een "punt-streep systeem" om de datum te noteren.

Detail van een lange termijn kalender.

Het reliëf op deze steen toont een detail van een vier cijferige numerieke notatie, die gelezen moet worden als 15.6.16.18. Dit telsysteem is gebruikt in heel Midden-Amerika. Een waarde van 5 wordt aangegeven door een streep en een punt staat voor de 1, De drie strepen met punt staan dus voor 16. De Maya's hebben dit systeem later overgenomen voor gebruik in hun lange termijn kalender. De datum op deze steen is de oudst genoteerde in Midden-Amerika en hij staat voor een dag in het jaar 31 v.Chr.

Landbouw.

De Olmeken vormde een hoog ontwikkelde agrarische gemeenschap.

Het geschreven woord.

Het schrift van de Olmeken is uniek. De tekens zijn gelijk aan die van het Vai-volk afkomstig uit West-Afrika. De Olmeken spraken een vorm van Manding (Malinke-Bambara) zoals dat gesproken werd in West-Afrika.

Zowel de Olmeken als hun afstammelingen gebruikten het op hiërogliefen lijkende schrift. De taal gebruikt een schrijfstijl die gebaseerd is op het gebruik van lettergrepen en het werd gebruikt tussen 900 v.Chr. en 450 n.Chr.

De Olmeken introduceerde het schrijven in de Nieuwe Wereld. Het ontcijferen van het schrift heeft ons voorzien van een scherp inzicht in hun wereld.

Wetenschappers hebben lang geleden ontdekt dat de Olmeken veel symbolen en tekens aanbrachten op aardewerk, beeldjes, scepters en reliëfs die duidelijk herkend kunnen worden als mogelijke vorm van schrijven.

Rafinesque (1832) heeft een belangrijk artikel gepubliceerd over het schrift van de Maya's. Dit artikel heeft ook geholpen bij het ontcijferen van het Olmeekse schrift. In het genoemde artikel geeft hij te kennen dat wanneer de hiërogliefen van de Maya's zijn terug gebracht tot hun basisvorm de gelijkenis met het Libyco-Berber schrift opmerkelijk zijn.

Het Libyco-Berber schrift kan niet gelezen worden in het Berber of het Toeareg, ofschoon deze volken een vrijwel gelijksoortig schrift gebruikten.

Het was een interessant artikel omdat de mogelijkheid werd geopperd dat de Maya tekens gelezen konden worden door ze te vergelijken met de Libyco-Berber symbolen. Dit was beslist geen vergezochte theorie, omdat we weten dat bijvoorbeeld het spijkerschrift werd gebruikt in vier verschillende talen: Soemerisch, Hittitisch, Assyrisch en Akkadiaans.

Samenleving.

Veel wetenschappers stonden in het begin afwijzend tegenover de mogelijkheid dat een gemeenschap met een dusdanig hoge ontwikkelingsvorm als die van de Olmeken in de tropische omgeving kon ontstaan en sommigen spraken dan ook de gedachte uit dat zij uit andere streken waren gemigreerd. Recente opgravingen door de INAH- archeologe Rebecca Gonzalez bij La Venta en door archeologe Ann Cyphers Guillen bij San Lorenzo hebben belangrijke aanwijzingen gegeven over de ouderdom van de plaatsen en de Olmeekse levenswijze. De koolstof methode vertelt ons dat de plaatsen al in 1700 v.Chr. werden bewoond door de directe voorouders van de Olmeken. Het waren maïsboeren die hun dieet door te vissen en te jagen aanvulden.

Centra van de Olmeken.

De grote Olmeekse centra die zich bij La Venta, San Lorenzo, Laguna de los Cerros bevonden en de kleinere zoals bij Tres Zapotes waren niet alleen religieuze plaatsen. Het waren dynamische nederzettingen bewoont door ambachtslieden en boeren maar ook religieuze leiders en de heersers. De Olmeekse architectuur die bijvoorbeeld te bewonderen is bij San Lorenzo laat openbaarceremoniële gebouwen, verblijfplaatsen voor de elite en huizen voor het "gewone" volk zien. De Olmeekse openbaarceremoniële gebouwen bestonden uit aardverhogingen met daarop een op een huis lijkende constructie. Bij La Venta kunnen we zien dat na 900 v.Chr. dergelijke aardverhogingen rond grote pleinen stonden en kunnen we zien dat er een nieuw ontwerp was ontstaan. Een piramide die als verhoging dienst deed.

Irrigatie door middel van stenen "buizen".

Een belangrijk facet van de Olmeekse centra was hun ondergrondse netwerk van stenen drainage leidingen- lange U-vormige basaltblokken bedekt met stenen. Nieuwe onderzoekingen doen veronderstellen dat die systemen in feite gebruikt werden voor de aanvoer van vers drinkwater. Sommige stenen kregen ook het karakter van een monument hetgeen doet vermoeden dat het systeem ook een heilig karakter had.

Het balspel.

Balspellen hebben een lange geschiedenis in Amerika en de ontdekking van verschillende rubberen ballen op de Olmeekse vindplaats bij San Lorenzo bevestigd dat ze door de Olmeken beoefend werden. Archeologen die twintig jaar geleden bij La Venta bezig waren troffen een plein aan waarvan beredeneerd werd dat het de overblijfselen waren van een wedstrijdveld en het is mogelijk dat deze velden een belangrijk onderdeel vormden van de architectuur van de Olmeekse centra.

Monumenten- Stenen hoofden.

In 1862 werd in de staat Veracruz een kolossaal stenen hoofd ontdekt. In de daarop volgende jaren werden talloze kunstvoorwerpen in Mexico en het overige deel van Midden-Amerika gevonden die afkomstig waren van een volk dat later bekend zou worden als de Olmeken .

Monumenten vormen ook een van de belangrijkste karakteristieke kenmerken van de Olmeekse centra. Ze geven ons nu een goed idee over de ideologie van het volk. De enorme hoofden zijn eisende portretten van individuele Olmeekse heersers en het grote symbool dat weergegeven wordt op de "helm" blijkt een kenmerk te zijn van die betreffende persoon.

Kolossale hoofden verheerlijkten de heersers toen zij nog leefden en deden de mensen hen vereren als heilige voorouders na hun dood.

De tronen van de Olmeekse heersers werden gevormd door altaren. De gravure in het voorste deel beeldde de betreffende heerser uit zittende in een nis die symbool stond voor de grotingang naar de bovennatuurlijke krachten van de onderwereld. Die scène moest aan het volk verduidelijken dat de heerser over kosmologische krachten beschikte.

De magnifieke kolossale stenen hoofden, de massieve altaren en de gedetailleerde menselijke en dierlijke beelden die gevonden zijn bij Veracruz en Tabasco zijn de oudst bekende monumenten in het pre-Spaanse Mexico.

In 1939 werd er nabij het gigantische hoofd een gravure ontdekt met een karakteristiek Olmeeks ontwerp aan de ene zijde en een datum symbool op de andere zijde. Deze vondst zorgde voor een schok: de Olmeken hadden het voorrecht om zich de moedercultuur te noemen. Honderden jaren eerder dan iemand had kunnen vermoeden maakte simpele dorpjes plaats voor een complexe gemeenschap die geregeerd werd door koningen en priesters met indrukwekkende ceremoniële centra en kunstwerken. Veel mensen vinden de naam moedercultuur misleidend maar het is duidelijk dat de Olmeken er het eerst waren.

In de tussenliggende jaren werden er nog meer hoofden gevonden die allemaal Afrikaanse gezichtskenmerken hadden. Het is niet noodzakelijk om meteen te zeggen dat de stichters of de leiders van de Olmeekse beschaving uit Afrika kwamen. Veel van de originele bewoners van landen zoals Cambodja en de Filippijnen hebben dezelfde gelijkenissen. Deze kenmerken zouden geïmporteerd kunnen zijn toen de eerste mensen Amerika binnenkwamen vanuit Azië.

Bij La Venta begonnen Stirling and Philip Drucker met opgravingswerkzaamheden op de plaats van een plein (Complex A) aan de noordzijde van de 32 meter hoge aarde piramide. Ze deden al snel verbazingwekkende ontdekkingen. De kuilen lieten gepolijste beitels van jade, kleurrijke aardewerken vloeren en verscheidene koninklijke begraafplaatsen zien. In een graf stond onder andere een grote zandstenen sarcofaag die in de vorm van een bovennatuurlijke kaaiman was uitgehakt. Twee andere graven kwamen tevoorschijn in een grafkamer die gebouwd was met basalten kolommen. Alle graven bevatten geschenken in de vorm van prachtige groenstenen figuren, sieraden en beitels.

Toen Stirling zijn ontdekkingen voor de Mexicaanse Vereniging voor Antropologie (Sociedad Mexicana de Antropologia) in Tuxtla Gutierrez (1942) presenteerden begon er onmiddellijk een discussie over de ouderdom van La Venta en de Olmeken.

Drucker geloofde dat La Venta gelijktijdig bestaan heeft met de Maya beschaving terwijl Alfonso Caso en Miguel Covarrubias beweerden dat de Olmeken de voorgangers waren van de Maya's en alle andere grote beschavingen in Mexico. Stirling was het eens met Caso en Covarrubias. Daar de ontmoeting zulke grote vraagtekens had achtergelaten schreef de historicus Wigberto Jimenez Moreno dat zelfde jaar "Het raadsel van de Olmeken". Het heeft nog 15 jaar geduurd voor de vraag over de ouderdom van de Olmeken beantwoord werd.

In 1957 bevestigden de eerste radiokoolstof dateringen (800- 400 v.Chr.) de mening van Caso, Covarrubias, en Stirling. Recente metingen plaatsen het ontstaan van het Olmeekse rijk in de tijdspanne tussen 1200 en 1500 v. Chr. De bossen zijn nu weg bij La Venta en er staat een grote raffinaderij, maar de archeologen hebben een grote kennis vergaard over de Olmeken. Ze lijken niet meer zo raadselachtig als in 1942.

Veel van de monumentale Olmeekse kunst is beschadigd en verminkt. De portretbeelden van de heersers zijn onthoofd en van de altaren ontbreken grote stukken. Alleen de kolossale hoofden hebben bijna ongeschonden de tand des tijd doorstaan. Ofschoon de schade toegeschreven werd aan veroveraars of revoluties is gebleken dat vernieling gedurende de 700 jaar na de bouw regelmatig voor kwam. De meeste wetenschappers gaan er echter van uit dat de schade door de Olmeken zelf is toegebracht om heilige of rituele redenen. Misschien werden de monumenten wel vernield als de bijbehorende heerser was gestorven. Nieuwe bewijsstukken duiden erop dat sommige delen van monumenten opnieuw gegraveerd en voor andere gebouwen gebruikt werden.

Het is nu bekend dat twee enorme stenen hoofden bij San Lorenzo eerst grote rechthoekige altaren zijn geweest die later bewerkt werden tot hoofden. Als een heerser stierf werd hij dan op deze manier vereerd?

Geologen hebben vastgesteld dat het basalt voor het maken van de meeste monumenten bij San Lorenzo en La Venta afkomstig is uit het gebied van het Tuxtlas gebergte. In 1960 ontdekte de archeoloog Alfonso Medellin Zenil de Llano del Jicaro: een Olmeekse basaltgroeve en werkplaats. De groeve ligt slechts 7 km. van Laguna de los Cerros en viel ook onder de verantwoording van deze plaats. Opgravingen in 1991 bij Llano del Jicaro hebben gegevens opgeleverd over het productieproces van de monumenten. Een groot onafgewerkt altaar liet zien dat de basisvorm al in de groeve gemaakt werd waarna het naar de plaats van bestemming getransporteerd werd voor verdere afwerking.

Ofschoon archeologie op vele vragen een antwoord heeft gevonden staan er nog steeds vragen open. Het onderzoek heeft zich voornamelijk toegespitst op San Lorenzo en La Venta maar er weinig bekend over Laguna de los Cerros, of de kleinere centra waaronder de boerendorpjes. Er zijn ook erg weinig gegevens over de periode tussen 500 en 300 v.Chr. en we kunnen dus niet met zekerheid zeggen hoe de Olmeekse beschaving aan zijn einde kwam. San Lorenzo en La Venta gingen in belangrijkheid achteruit, hetgeen misschien te wijten was aan de grote veranderingen in de loop van het rivierensysteem. In het noorden van het rijk was er lang na 500 v.Chr. nog sprake van een culturele vooruitgang. Tres Zapotes werd een belangrijk na-Olmeeks centrum en Laguna de los Cerros bleef tot ver in de Klassieke Periode voortbestaan als belangrijke plaats.

Een van de grotere beelden die gevonden werden bij La Venta.
Het hoofd is ongeveer 1,8 meter hoog en 1,5 meter breed.
De steen waar het uit gemaakt werd kwam uit een groeve die
op meer dan 75 km. afstand van de vindplaats lag. Na deze
ontdekking werd er hevig gespeculeerd over de wijze van vervoer.

Kunst.

De Olmeken waren vaardige pottenbakkers en ze sneden de mooiste jade sieraden.

Hun vaardigheden op artistiek gebied waren al vroeg ontwikkeld.

De meest wonderbaarlijke vondsten zijn wel de beelden. De Olmeken gebruikten hout, basalt en jade om de beeldjes te vervaardigen. De houten kunstvoorwerpen zijn de oudsten in heel Midden-Amerika.

Zij gebruikten basalt om de grote stenen hoofden te maken.

De hoogte van deze hoofden varieerde van 1,5 meter tot 3,3 meter.

Sommige zeggen dat de hoofden verband houden met offergaven. Anderen denken dat het afbeeldingen zijn van belangrijke voorouders. Weer anderen beweren dat het krijgers of balspelers waren.

Basalt werd ook gebruikt voor het maken van tronen.

De Olmeken gebruikten kunst om hun leiders af te beelden als bovennatuurlijke wezens die deels mens en deels dier waren. Het dier was meestal een panter. Er wordt aangenomen dat deze beelden na de dood van de leider werden gesloopt. De beeldjes van jade waren klein en geslachtsloos. Enkele van de meer gedetailleerde beelden droegen overdadige hoofddeksels met een lange sleep, rechthoekige borstplaten en zaten met gekruiste benen, leunden voorover en keken recht voor uit.

Een karakteristiek ontwerp binnen de Olmeekse kunst is een menselijk gezicht met de mond van een panter die ook wel "weer-panter" wordt genoemd (zoals bij weerwolf). Dit zou kunnen wijzen op het feit dat het Olmeekse geloof een variant is van het sjamanisme en zijn gedaanteverwisselingen. Er zijn bewijzen gevonden dat de Olmeken mensenoffers brachten, waaronder ook kinderen.

Panterkind.

Het bekendste aspect van het sjamanisme in het Midden-Amerikaanse geloof- en in het gehele primitieve sjamanisme- is de mogelijkheid om eigenschappen van dieren over te nemen. Dergelijke dieren werden nahuales genoemd en de bekendste hiervan binnen de Olmeekse kunst is de panter. De optimale geest zou in staat zijn om het verstand van een mens en de kracht en behendigheid van een panter aan te nemen. Het Panterkind verduidelijkt deze combinatie. En het werd vaak uitgebeeld met nadruk op de toegeknepen ogen en de gebogen mond zoals op de foto hierboven.

De geest van de adelaar.

De toegeknepen ogen en de gebogen mond zien we ook terug in de foto hierboven, en dus is ook bij dit beeld de menselijke geest aanwezig. De wenkbrauwen zijn voorzien van veren zoals die van de adelaar, dit figuur beeldt waarschijnlijk de mogelijkheid van de sjamaan uit om zich als een adelaar door het luchtruim te bewegen. Uit het oogpunt van de sjamaan heeft de ziel een dierlijk medium nodig om de diverse werelden- de hemel, aarde en onderwereld- te betreden.

Monolithisch hoofd.

Hierboven zien we een van de vele hoofden zoals die door de Olmeken gemaakt zijn. Bijna al deze hoofden hebben dezelfde uiterlijke kenmerken: afgeplatte neus, brede lippen en een soort helm. Het zijn de mogelijke kenmerken van de Olmeekse krijger-koningen. Ze werden meestal gemaakt van vulkanisch gesteente op de plaats waar de steensoort gevonden wordt. Vervolgens werden de hoofden met vlotten naar de belangrijkste steden langs de kust gebracht. Van de negen hoofden die in de ruïnes van San Lorenzo werden gevonden heeft het bovenstaande hoofd de naam San Lorenzo 6 gekregen.

De kleine figuren in de bovenstaand scène zijn neergezet in hun originele posities nadat ze zijn gevonden bij La Venta. Er is geen definitief antwoord gevonden op de vraag wat de scène voorstelt. Een van de opmerkelijkste zaken aan de beeldjes is dat ze allemaal verlengde schedels hebben, hetgeen het resultaat is van moedwillige schedelmisvorming op jonge leeftijd. Bij de Maya's was dit gebruik alleen weggelegd voor kinderen van adel.

Sjamaan rijdend op slang.

De sjamaan die een groot hoofddeksel draagt zit op de buik van een grote ratelslang. De slang in deze afbeelding zou wel eens de voorouder van Quetzacoatl- de gevederde slang- kunnen zijn en het is aannemelijk dat deze slang een regen- of windgod vertegenwoordigt. De sjamaan houdt een zak vast die waarschijnlijk de hallucinogene planten of paddestoelen bevat die nodig waren om de spirituele wereld te bereiken.

Olmeekse hiërogliefen 900 - 500 v.Chr.

Ongeveer 3000 jaar geleden hadden de dorpsoudsten en de leiders van de kleine boeren gemeenschappen in Midden-Amerika een gedeelde visie op hun wereld. Deze denkers van de Olmeekse beschaving hebben hun geloof vastgelegd op gepolijste stenen voorwerpen en hebben daarna rode verf in de groeven gewreven. Het is een geheimschrift dat door iedere denker die het geloof kende gelezen kon worden. De hierboven afgebeelde steen geeft het verhaal van de schepping weer. Het toont de Wereldboom die uit de Berg der Schepping ontspruit op de Plaats van de Drie Stenen, het centrum van de nachtelijke hemel, de hernieuwde hemel, de berg en de hernieuwde aarde. Verder zien we de wedergeboorte van de Eerste Vader als Maïs.

Olmeekse heerser of god.

Een Olmeekse heerser of god- zoals hierboven afgebeeld- verbond de lichamelijke met de geestelijke wereld. Zijn pose geeft zijn verlangen weer om zich te verbinden met de bovennatuurlijke wereld. De naar beneden gebogen mond- een katachtige uitstraling- suggereert dat de menselijke heerser werd bijgestaan door een dierlijke macht zoals een kat of een panter, die in een spiritueel licht bezien de begeleidende geesten waren van sjamanen en koningen.

Goden en godinnen.

De Pantergod

Sommige mensen geloven dat de belangrijkste godheid van oorsprong een god van de aarde was ofschoon zijn macht niet tot aardse zaken beperkt was en hij nam de vorm aan van een panter. Deze godheid kon een water-aarde persoonlijkheid hebben. Deze godheid had waarschijnlijk de heerschappij over alle aardse en hemelse zaken.

Deze god zou er uitzien als half panter en half slang. De panter vertegenwoordigde Moeder Aarde en de slang het water. De godheid was dus een combinatie van het werkelijke leven.

God van de regen.

Men is lange tijd van de gedachte uitgegaan dat de Olmeken maar één god vereerden. Dit was een regengod die afgebeeld werd als "weer-panter". Studie heeft echter aangetoond dat er minstens tien verschillende goden werden afgebeeld in de Olmeekse kunstuitingen. Aanwezigheid van een vuurgod, regengod, maïsgod en een gevederde slang zijn vastgesteld. Andere aspecten van de geestelijke cultuur zijn minder bekend. Sommige Olmeekse beelden en monumenten vertonen niet kalendrische hiërogliefen die tot op de dag van vandaag niet ontcijferd zijn.

Van de Olmeken wordt aangenomen dat ze één van de eerste stammen waren die meededen aan sjamanistische rituelen. In hun beschaving kun je het steeds terugkerende motief van de "weer-panter" in veel beeldjes en snijwerken terug zien. Aangezien de Olmeekse cultuur wordt aangezien als moedercultuur is het ook te verklaren dat het sjamanisme werd verspreid over de andere belangrijke beschavingen. De Olmeken worden aangezien als de voorouders van de panter. Het volk geloofde dat de panter een regen- en vruchtbaarheidsgod was. De panter werd gekozen omdat de mensen dachten dat het het meest krachtige en gevreesde dier was. Ze geloofden ook dat het dier de vermomming van de doden en de levenden was.

De mannen offerden bloed aan de panter, droegen maskers en lieten zwepen knallen om zo het geluid van de donder te imiteren. Dit ritueel werd in de maand mei uitgevoerd. Ze offerden ook jade beeldjes aan de panter.

De Olmeken maakten talloze beeldjes van "weer-panter" mensen. Ze werden afgebeeld met de bekende grimas van de panter op het gezicht maar met een menselijk lichaam. Men geloofde dat het hun eigen mensen waren die in een panter aan het veranderen zijn. Eén van deze veranderende sjamanen kan bekeken worden in het beeld "beeld van een knielende panter-mens".

Beeld van een knielende panter-mens.

Het is een bijna zwart beeldje van een man die in diepe vervoering geknield zit tijdens zijn transformatie. Het beeld toont de menselijke en roofdierachtige karakteristieken op een opmerkelijke manier. Het hoofd en de oren blijven menselijk maar de top van het hoofd is glad alsof hij geschoren is. De uitdrukkingen van het gelaat lijken in elkaar over te vloeien en de oogkassen zijn breed en diep.

Staand beeld van een "weer-panter".

Bij het bovenstaande beeld zien we een andere sjamaan tijdens het veranderingsproces. Dit figuur staat met een been naar voren om zich in evenwicht te houden. De armen zijn gestrekt en elke hand is tot een vuist gebald, zoals bij een bokshouding. Net als bij het beeld van de "knielende figuur" is ook hier de vervoering tijdens de verandering te zien. De handen en voeten zijn overmaats omdat ze al iets van de panter hebben overgenomen. Bij beide figuren zien we gepijnigde gelaatstrekken- niet van pijn of agressiviteit- maar van een ondraaglijke emotionele druk. Dat is precies het soort lichamelijke en geestelijke druk die op zou treden bij het overschrijden van de drempel tussen twee werelden.

De verandering werd op gang gebracht door een reeks activiteiten zoals zingen of het bezweren van de panter-god. De sjamaan danste rond en zong voor de geestenwereld onder een begeleiding van tromgeroffel. Men neemt ook aan dat de Olmeek een geestverruimend middel innam en rookte om de transformatie te bevorderen. Bewijs hiervoor kan gezien worden in het beeldje "het holle beeld", waar een man aan een pijp snuift.

Het holle beeld.

De "weer-panters" werden ook uitgebeeld in acrobatische standen hetgeen staat voor de lenigheid van het roofdier. Men geloofde dat de sjamaan in staat was om achterover te duikelen en te veranderen voor hij weer op zijn voeten landde. Er zijn vele beeldjes gevonden die deze acrobatische behendigheid uitbeelden. Bij de beelden "figuur met voeten op het hoofd" en "slangenmens in de vorm van een boot" worden sjamanen in complexe houdingen getoond. Zij lijken de houding met gemak in te nemen en vol te houden.

Figuur met voeten op het hoofd (links) en slangenmens in de vorm van een boot (rechts).

De Olmeken hadden vele geloven. Hier onder meer het geloof in dwergwezens (chaneques) die in watervallen leefden. Ze hadden ook een eigen geloof in kosmologie. De Olmeken hadden ook natuurlijke heiligdommen die toegewijd waren aan de heuvel waar ze op stonden en aan het water.

Uit deze afbeelding die afkomstig is uit Izapa blijkt duidelijk dat de
Olmeken de Boom des Levens kenden.

De bovenstaande afbeelding bevestigt de traditie die genoteerd is door Broeder Diego de Landa betreffende twaalf migraties van de Olmeken naar de Nieuwe Wereld. Het bevestigt ook de traditie genoteerd door de beroemde Maya historicus Ixtlixochitl betreffende zijn bewering dat de Olmeken naar Nieuw Mexico kwamen in "schepen van boomschors" en aan wal kwamen bij Pontochan alwaar zij zich vestigden.

De boom heeft zeven takken en twaalf wortels. De zeven takken staan vermoedelijk voor de zeven belangrijkste families. De twaalf wortels staan vermoedelijk voor de "twaalf wegen over zee" zoals beschreven door Broeder Diego Landa.

Artikelen

Juni 2002 - World Scientist

Sinds de 18de eeuw hebben verzamelaars, geologen en archeologen het antwoord op een frustrerend raadsel gezocht: De Olmeken maakten de beelden uit een prachtig soort blauw-groene jade maar de steensoort kon nergens in Amerika gevonden worden.

Wetenschappers denken dat ze de bron ontdekt hebben- een enorme lading jade in Guatemala die veel zou kunnen vertellen over de oude Amerikaanse beschavingen en over de vorming van het continent waarop ze leefden.

Sinds Alexander von Humboldt begon met het verzamelen van jade in Latijns-Amerika zijn er Olmeekse beeldjes en bijlen gevonden in het gebied dat zich uitstrekt van Mexico tot Costa-Rica.

In 1999 nam Russell Seitz, een geofysicus die 23 jaar naar de bron van het Olmeekse jade had gezocht, zijn verloofde mee naar de koloniale stad Antigua in Guatemala.

Op het dak van een winkel vond hij jade dat erg verschilde met het ondoorzichtige jade dat hij in Mexico en Midden-Amerika had gezien. Dit gesteente was identiek aan de doorzichtige blauw-groene gesteente dat zo gewild was bij de Olmeken.