Meester-bouwers uit de oudheid.

De tempel van Jupiter bij Baalbek in Libanon.

Veel van de graftomben, tempels en monumenten uit de oudheid hebben zulke enorme afmetingen, of zijn gebouwd van zulke machtige megalitische steenblokken, dat ze ons versteld doen staan. Hoe kreeg de pre-technologische mens zulke enorme constructies overeind? Dit soort reusachtige ruïnes heeft ons door de eeuwen heen ontzag ingeboezemd en talloze legenden over reuzen en bovennatuurlijke wezens in het leven geroepen. In onze tijd wordt zelfs gespeculeerd over hulp van "oude astronauten", want zulke bouwwerken vereisten ongetwijfeld een technologische expertise die toen niet aanwezig was.

De plek waarover het allermeest is gespeculeerd, is de Grote Piramide van Gizeh, één van de oorspronkelijke Zeven Wereldwonderen. Dit kolossale bouwsel dateert van ca. 2.500 v.Chr., is meer dan 147 meter hoog en aan elke zijde 230 meter lang, en heeft een grondoppervlak van meer dan 5 hectare.

Uit de verte gezien lijkt de Grote Piramide volmaakt glad, maar bij nader inzien wordt het duidelijk dat op het hoogste punt de deksteen ontbreekt en dat de schuin aflopende wanden worden gevormd door rijen ruwe kalksteenbrokken, die trapsgewijs oplopen. Elk blok is zeker 1 meter hoog en weegt gemiddeld 2 ton. De piramide bevat naar schatting bijna 2 miljoen van deze blokken, die dan ook de grootste massa van het bouwsel vertegenwoordigen.

Bij zo'n indrukwekkend stuk oude architectuur is het begrijpelijk dat in onze tijd zo druk wordt gespeculeerd over mogelijke hulp van buitenaardse krachten. Er doen ook legenden de ronde over hogepriesters die met toverstokjes de steenblokken beroerden en toverspreuken mompelden, waarna de blokken net iets boven de grond voortbewogen konden worden- naar verluidt een occulte praktijk die bekend staat als akoestische levitatie.

Maar de echte archeologen en egyptologen willen hier niets over horen. Zij geloven namelijk det er hellingen van kleisteen werden gebruikt waarop de blokken door grote groepen arbeiders naar hun plek werden getrokken. Maar hoewel bewezen is dat de oude Egyptenaren voor bepaalde trekwerkzaamheden inderdaad zulke methodes toepasten, bestaan er grote bezwaren tegen het denkbeeld dat deze hellingen ook bij de bouw van de Grote Piramide van Gizeh zijn gebruikt.

De obelisk van koningin Hatshepsut in Karnak.

Praktische verklaring.

Een ander cruciaal gemis in de hellingtheorie is het feit dat de blokken in dat geval door vele tienduizenden arbeiders getrokken moesten worden, wat ter plekke vrijwel onoverkomelijke logistieke en organisatorische problemen veroorzaakt zou hebben. Maar hoe kwamen die steenblokken dan wèl op hun eindbestemming?

Het is jammer voor de voorstanders van de "oude astronauten" -theorie, maar de meest plausibele oplossing van het bouwraadsel van de Grote Piramide wordt aangedragen door de Britse bouwmeester Peter Hodges. Hij baseert zijn ideeën op het verslag van historicus Herodotus, die meer dan 2000 jaar geleden van de Egyptenaren te horen kreeg dat de blokken voor de Grote Piramide van de ene laag naar de andere werden getild mmet niet nader omschreven mechanische middelen. Hodges wist dat de oude Egyptenaren geen katrollen kenden, maar begreep ook dat de Grote Piramide, alvorens met vulstenen te zijn afgewerkt, een uit honderden lagen bestaande trapstructuur geweest moest zijn. Hij kon aantonen dat men tijdens de opbouw van de piramide die trapstructuur zelf gebruikt moet hebben, in plaats van hellingen en stellages. Als proef op de som liet Hodges zien dat er slechts kleine groepjes arbeiders nodig waren voor het ophijsen van de ruwe blokken van de ene trap naar de andere, met behulp van hefbomen en stutbalken.

Sacsayhuaman in Peru.

Raadsel van paaseiland.

Nog zo'n megalitisch raadsel waar de moderne mens geen raad mee weet, zijn de stenen beelden op Paaseiland in de Stille Oceaan, 2300 mijl buiten de Chileense kust. Een paar van die reusachtige figuren of moai staan op stene plateaus, andere zijn in de grond aangebracht, en weer andere zijn half begraven in de steengroeven waar ze uitgehakt zijn.

De afgewerkte beelden op de plateaus variëren in grootte van ruwweg 2 tot 10 meter, en wegen tussen de 4 en 82 ton. Erich von Däniken, die over oude astronauten heeft geschreven, schatte dat deze "robotachtige" beelden het werk waren van tijdelijk gestrande ruimtewezens.

Maar archeologen denken dat het afbeeldingen zijn van voorouders van de oude Paaseilanders. Men heeft zich lang het hoofd gebroken over de manier waarop de beelden vanuit de steengroeven werden vervoerd en op de plateaus werden gehesen. De legende wil dat ze op houten sleden werden vervoerd, maar aangezien er geen bomen zijn op Paaseiland, hebbenonderzoekers lange tijd aangenomen dat de legende door de generaties heen enigszins vervormd was. Darom hield men het op diverse transporttechnieken waar geen hout bij nodig was, maar de resultaten bleken verre van overtuigend. Het raadsel werd uiteindelijk opgelost toen uit pollenanalyse bleek dat het eilandje ooit wel degelijk bebost was geweest. Proeven toonden aan dat sleden, gemaakt van jong hout, die over korte rolblokken gleden, inderdaad snel en tamelijk effectief een stenen beeld konden verplaatsen; het grootste probleem was het afremmen. Nu weten we dat de geleidelijke verdwijning van hout en touwmateriaal een belangrijke oorzaak is geweest van de plotselinge teloorgang van de beeldenfabricage (sommige beelden zijn onafgemaakt in de steengroeven achtergelaten). Door hun intense belangstelling voor hun megalitische vooroudercultus hebben de oude Paaseilanders zichzelf beroofd van hun bestaansmiddelen, zo lijkt het.

Tempel van Ur in Irak.

Verloren technologie.

Het heet jaren van pijnlijk nauwgezet en vaak ondankbaar onderzoek gekost om erachter te komen hoe oude bouwwerken als de Grote Piramide van Gizeh en de beelden van Paaseiland mogelijk tot stand zijn gekomen. De experts hebben intussen ontdekt dat deze oude beschavingen, ondanks de theorieën van de "oude astronauten" -fans, zich een aantal opmerkelijke vaardigheden hadden eigengemaakt, die wij zelf niet meer nodig hebben en ons derhalve perplex doen staan.

De laatste tijd lijkt het idee opgang te maken, dat het ware geheim van de meesterbouwers gezocht moet worden in een combinatie van menselijk vernuft, aangeboren praktische eenvoud, zweet, en vooral lang geleden verdwenen vaardigheden- en niet in occulte krachten of een soort voorloper van de ruimtetechnologie.