Archeologen vinden in Centraal Azië resten van een beschaving die net zo oud lijkt te zijn als die van de oude Soemeriërs.
Een 150 meter bij 150 meter
groot versterkt bouwwerk, gedateerd op 1800
v.Chr. in de Kara Kum woestijn van Centraal Azië te Margiana in
Turkmenistan
nabij de Afghaanse grens.
5 Mei 2001, Philadelphia in Pennsylvania. Een enorme beschaving gelijk aan die van Soemerië en Mesopotamië die floreerde in dezelfde tijd, zo'n 5000 jaar geleden werd verloren gewaand in de woestijn van de Sovjet Unie nabij de grenzen met Iran en Afghanistan. Er beginnen nu details boven te komen. Archeoloog Fredrik Hiebert van de Universiteit van Pennsylvania heeft van de Russische autoriteiten toestemming gekregen om potscherven die hij daar bij opgravingen gevonden heeft mee te nemen naar zijn werkplaats in de Verenigde Staten.

Overzichtkaartje getekend door Ardeth Abrams.
Er is geen enkele Amerikaanse archeoloog meer in dat gebied geweest sinds 1904 toen de archeoloog en geoloog Raphael Pumpelly uit New Hampshire er oude ruïnes had ontdekt in de buurt van Anau in zuidelijk Turkmenistan nabij Iran. De Sovjets besloten geen aandacht aan de vondst te schenken. In de jaren 70 rapporteerden Sovjet archeologen die ten westen van Afghanistan aan het werk waren enorme ruïnes, die gebouwd waren volgens een vastgesteld patroon; een centraal gebouw dat omringd was door een reeks muren. Honderden werden er gevonden in het grensgebied dat Afghanistan scheidt van het Russische Turkmenistan en Uzbekistan. Buiten een paar Russische kranten werd er met geen woord over gerept.
Pas in 1988 na de ineenstorting van de Sovjet Unie kreeg Dr. Hiebert voor het eerst toestemming om naar Anau te reizen. Hij heeft ontdekt dat het ongeveer 2000 jaar ouder is dan de vindplaatsen van Bactrië en Margiana verder naar het oosten, die terug gaan tot tenminste 4500 v.Chr. oftewel het bronzen tijdperk. De vondsten getuige van een hoog ontwikkelde graad van vakmanschap en in de zomer van 2001 vond Dr. Hiebert een zwart stuk steen met daarin rood gekleurde symbolen gegraveerd die tot op heden nog niet geïdentificeerd zijn, maar er wel op wijzen dat er een schriftkundige onafhankelijkheid van Mesopotamië bestond. De ontdekking is revolutionair te noemen omdat men er altijd vanuit is gegaan dat het Soemerische rijk de eerste beschaving was met een taal. Dr. Hiebert zal zijn bevindingen openbaren op een internationale ontmoeting van archeologen op Harvard.
Dr. Hiebert zegt hierover: "Ons werk verenigt Mesopotamië en Soemerië als zijnde een van de wereldbeschavingen in een gebied waar we niet hadden verwacht een vorm van beschaving te vinden. Dit ver ten noorden van de steden van het oude Mesopotamië, Iran en zelfs ten noorden van de Indus beschaving. Dit is in een gebied dat deel uitmaakte van de Sovjet Unie, dus de meeste westerse wetenschappers hadden geen toegang tot dit gebied.
Tijdens de laatste periode van mijn opgravingen deden we een wonderbaarlijk mooie ontdekking: een gegraveerde stenen stempel, die we konden dateren op 2300 v.Chr., met daarop duidelijke symbolen. De symbolen leken voor ons op een soort handschrift. We keken naar alle bekende systemen uit de omtrek. Was het misschien oud Mesopotamisch? Was het oud Iraans of Indus? We vroegen zelfs aan Chinese geleerden of het misschien oud Chinees was. Het bleek geen van allen te zijn.

Deze kleine 1,3 bij 1,4
cm. grote blinkende steen met een rood
geverfde inscriptie werd op de Anau opgravingen in juni 2000
gevonden door Dr. Hiebert. De steen werd gevonden in een laag
steenkool die gedateerd werd op 2300 v.Chr.
We kunnen nu dus vaststellen dat de stempel het eerste bewijs van schrift is in het centraal Aziatische gebied. Met andere woorden, het is niet alleen maar een verbindingsgebied tussen de centra van beschaving. Het heeft nu ook de kenmerken dat het een geheel eigen beschaving heeft gehad zoals: steden, monumentale architectuur, een elite maatschappij met koningen en nu dus ook een vorm van schrift. Dit houdt in dat we de geschiedenis van de oude wereld kunnen gaan herschrijven. We kijken hierbij niet naar aparte, zich individueel ontwikkelende beschavingen die geen onderling contact hadden of niets wisten van elkaars bestaan. Het lijkt duidelijk te zijn dat dit nieuwe puzzelstuk erop wijst dat er een breedschalig mozaïek van culturen was die van elkaar afwisten en met elkaar meegroeiden. Dit is het belang van ons werk.
Hoe heeft u precies de stempel met de symbolen gedateerd?
De manier waarop archeologen zoiets doen, is door te kijken uit welke bodemlaag de vondst afkomstig is. In dit geval was het geluk aan onze kant. Het lag op de vloer van een gebouw als het ware tussen twee vloerlagen in. Op de vloer van dat gebouw vonden we wat steenkool. Steenkool staat ons de koolstof methode toe om de ouderdom te bepalen. We hebben dat vier keer gedaan en zodoende konden we de ouderdom op 2300 v.Chr. bepalen.
Dit alles lijkt erop dat het begin van de beschaving veel eerder was dan oorspronkelijk gedacht omdat de sporen erop wijzen dat er 5000 a 7000 jaar geleden al een volledige beschaving bestond?
Ja, en een van de methodes die we tijdens de opgravingen gebruiken noemen we de zogenaamde stratigrafische opgraving, waarbij we een kleinschalige opgraving met een grote diepte doen. En deze kleinschalige opgravingen stellen ons in staat om ons een idee te vormen van de ontwikkelingen die er hebben plaatsgevonden in de loop van de tijd. En op de vindplaats bij Anau- net over de Iraanse grens- hebben we een bijna doorlopende groei van de cultuur vast kunnen stellen gedurende een periode van 6500 jaar. En dat gaat zelfs terug tot de allereerste boeren die er in die streek waren. Het is duidelijk te zien dat ze er een bepaalde manier van landbouw en veeteelt op na hielden die bijna identiek is aan die van de Mesopotamiërs. We hebben dus bewijzen gevonden in Centraal Azië die erop wijzen dat ze dezelfde ontwikkeling hadden als het oude Mesopotamië.
We zien hier dus een deel van de wereld, hoewel nog maar weinig bezocht door westerse wetenschappers, dat daadwerkelijk zijn plaats als gelijke in de ontwikkeling van boeren (10.000 jaar geleden) tot vroege dorpjes innam zoals te zien is aan Anau (4500 v.Chr) tot aan de grote steden waar we nu de resten van hebben gevonden in de woestijn. Ik ben er dan ook stellig van overtuigd dat de oude Soemeriërs kennis hebben gehad van centraal Azië en hun kunstvoorwerpen en andersom.
Hoe groot zijn de opgravingen op dit moment?
We zijn bezig geweest in een deel van de Kara Kum woestijn met een lengte van 150 km. en een breedte van 75 km. Dit is een gebied dat vol met archeologisch interessante plaatsen staat. We noemen het dan ook "de oude oase". Het is een gebied geweest dat enorm waterrijk was voorzien van een netwerk van irrigatiekanalen en het zou dan ook een agrarische oase zijn geweest met een overvloedige tarwe en gerst produktie.
Heden te dage is het er zanderig. De vindplaatsen zijn bijna verdwenen. Er zijn opgravingen nodig om te weten hoe de gebouwen er uit hebben gezien. Als we de gebouwen bekijken zien we dat ze er heel anders uitzien in tegenstelling tot wat we tot nu toe hebben gevonden in Mesopotamië of Iran. De gebouwen zijn ongeveer 90 tot 150 meter lang aan elke zijde en zijn vaak voorzien van een aantal omringende muren die een afscheiding vormen met de omringende velden. Het lijken gebouwencomplexen met tientallen kamers. Dit is zeer ongebruikelijk en wijzen op een georganiseerde samenleving.
Het lijkt er dus op dat er veel mensen woonden. Heeft u enig idee hoeveel? Was er water te vinden? Heeft u bronnen gevonden of een nabijgelegen rivier?
Het is moeilijk na te gaan hoeveel mensen er precies in een gebouw gewoond hebben, of hoe lang. Misschien woonden ze wel eerst in het ene deel en vervolgens in het andere. Het wijst erop dat deze gebouwen bewoond werden door honderden mensen, waarschijnlijk geen duizenden. Ze zijn niet zo groot als een traditionele oude stad, maar de organisatie en de hoeveelheid kamers suggereert een redelijk grote bevolking voor dat specifieke gebied.
En nu over de bron van het drinkwater. Het is duidelijk dat water de sleutel was tot leven in het midden van de woestijn. De enige manier waarop de mens daar kon overleven was de aanwezigheid van een rivier- en er waren ook rivieren die de woestijn in liepen. Men veranderde dan de monding van die rivier. Met andere woorden, inplaats dat men de rivier een enorm moeras liet vormen, hakte men het kreupelhout weg en groef men irrigatiekanalen. Op die manier liet men de woestijn tot bloei komen. Kunt u zich dat voorstellen, 4000 jaar geleden een woestijn laten bloeien?
Het is ook in langs de Nijl in Egypte gebeurd.
Ja zeker, en op veel manieren kunt u deze centraal Aziatische woestijn oases vergelijken met de Nijl waar je ook met je ene voet in de vruchtbare grond kon staan en met de andere in het woestijnzand.
Het lijkt er dus op dat dit allemaal gelijktijdig gebeurde in Mesopotamië, Egypte en Centraal Azië en dat allemaal veel eerder dan iemand zich ooit gerealiseerd heeft?
Ja, en dat is een van de dingen die ons allemaal nog het meest intrigeert, namelijk het bestaan van een systeem waarvan we dachten dat dit 2000 jaar gelden pas bestond ten tijde van de Romeinse overheersing van het Middellandse Zee gebied en ten tijde van de Han Dynastie in China. Nu draaien we de klok enkele duizenden jaren terug het Bronzen tijdperk in. Een van de vragen waar we mee zitten is hoeveel handel er tussen de verschillende beschavingen onderling was. Was er echt een zijderoute in het Bronzen tijdperk, een 4000 jaar oude zijderoute? Ik denk dat we nog niet in staat zijn om die vraag te beantwoorden, maar we kunnen het wel over het belang van de oases hebben in verband met een "pre zijderoute beschaving".

Dr. Hiebert met in zijn
handen scherven van de oudste keramische
potten uit Anau, gedateerd 3500 v.Chr. In het midden de resten van
een
ronde vaas uit 2500 v.Chr. en daarnaast een goed bewaard gebleven
vaas uit 2500 v.Chr. Op het gekleurde doek ligt een gegraveerde
buis
uit 2000 v.Chr.
Hierop de tafel zie ik stukken liggen die op Chinees porselein lijken. Hoe is bijvoorbeeld het blauw witte met het delicate patroon samen met de andere delen in centraal Azië beland. Waar kijken we naar? Hoe oud is het en waar heeft u het gevonden?
Op de tafel voor ons ligt een serie potscherven. Deze potscherven zijn het beste wat ons in de archeologie kan overkomen, omdat mensen ze weggooien als er een pot breekt. Dit zijn de meest algemene resten die we gevonden hebben. Aan de hand van deze selectie scherven kunnen we ons een tijdlijn van het gebied voorstellen.
Het eerste stuk is blauw met wit keramiek met daarop een afbeelding van een vogel of een draak en het lijnenspel doet ons denken aan Delfts aardewerk. Dit is een 15de eeuwse pot afkomstig van de zijderoute. Hij kan plaatselijk gemaakt zijn als imitatie van het Chinese aardewerk. En het interessante hieraan is dat ze in centraal Azië Chinees aardewerk namaakten. Dit werd ook in Europa gedaan. Het was de Coca-Cola van het verleden.
Laten we op chronologische manier verder gaan, we kijken naar een andere goed gevormde pot die gemaakt is van zeer dun porselein.

Een precies gemaakte vaas
met wanden
van ongeveer 3 mm. dik en gedateerd op
2500 v.Chr.
Ongeveer 3 mm. dik?
Ja, dit is een stuk dat ongeveer 4500 jaar oud is (2500 v.Chr.), 2000 jaar ouder dan het blauw met witte stuk. Ongelooflijk precies gemaakt. Het is ongetwijfeld gemaakt door een meester pottenbakker in de woestijnoase van Turkmenistan en het laat de stijl van deze mensen zien. Zij schilderden hun potten niet. Je zou misschien kunnen denken dat ze daar de techniek niet voor hadden, maar het was in feite hun stijl om de potten niet te decoreren. Hij is enorm mooi gemaakt, gepolijst aan de bovenkant en roodachtig van onderen. Ze deden dat met opzet. Al hun keramiek van die periode en uit dat gebied zag er zo uit en het laat hun hoge graad van ontwikkeling zien.
Dan gaan we nu verder met drie kunstvoorwerpen, geen potten, van metaal en bot gedateerd op 2000 v.Chr. waarmee ze ongeveer 4100 jaar oud zijn. We gaan met grote sprongen terug in de tijd. Hier zien we bijvoorbeeld een bronzen bijl in de vorm van de kop van een vogel met een veer die naar achteren steekt en een heel duidelijk oog.
Bronzen bijl in de vorm
van een vogelkop met oog en veer
uit ca. 2000 v.Chr.
En datgene wat we een "benen pijp" noemen. Ik wilde dat we er een betere naam voor hadden. Ze zijn altijd gepolijst en versierd met: zeer gedetailleerde ogen, hoofddeksel, haar, halskettingen of baard. We denken dat deze pijpjes deel uitmaakten van een oud ritueel. En het rituele leven is iets waar we als archeologen ook naar kunnen kijken. We kunnen kijken naar de manier waarop hun huizen gebouwd zijn, de manier waarop ze handelden door middel van de stempels die we vinden, hun produktie wijze zoals pottenbakken en zelfs naar de verschillende soorten religieuze voorwerpen die ze gebruikten zoals de benen pijp.

"Benen pijp" met gestileerd
hoofd
uit ca. 2000 v.Chr.
Waar werd de benen pijp voor gebruikt?
We weten het niet zeker, maar het voorwerp werd in een stapel afval gevonden die voor een groot deel bestond uit ephedra resten. Ephedra is een plantensoort die in die tijd werd gebruikt om een rituele drank te maken die de gebruiker in staat stelde om te hallucineren en dichter bij hun god te komen. Het kan dus zijn dat de pijp gebruikt werd in een ritueel waar ephedra aan te pas kwam. Ephedra heeft ook een geneeskrachtige werking en wordt gebruikt in laxeermiddelen. Als je het echter in een bepaalde hoeveelheid in combinatie met opium inneemt krijg je hallucinaties.
Hoe zit het met de beige pot?

Dunne porseleinen vaas uit
ca. 2500 v.Chr.(links) en de oudste
scherf tot nu toe gevonden bij opgravingen in centraal Azië
uit ca. 3500 v.Chr.(rechts).
We hebben twee potten, de een 1000 jaar ouder als de andere. Dit is een mooie vaas gemaakt van gepolijst porselein van 3 mm. dik uit 2500 v.Chr.. Deze is gemaakt in de tijd dat het Soemerische rijk bestond. Het zou de tijd waarop bepaald Chinees porselein gemaakt is wijzigen. Het is dus van belang dat er een beschaving in centraal Azië was rond die tijd. We kunnen dus vanaf de opgravingen 2500 jaar terug gaan in de tijd.
De laatste pot is de meest versierde. Hij is beschilderd met prachtige boommotieven die omgeven worden door vierkanten met een trapmotief. Hij is op een enorm kundige manier gemaakt, 3 mm dik en heeft dus een prachtige beschildering. Dit is de oudste pot die we hebben (3500 v.Chr.) en hij geeft de kundigheid van de mensen in centraal Azië weer in de tijd voor ze grote steden gingen bouwen.
Als u naar het gebied kijkt waar u werkt, als u hen een bloedlijn zou moeten geven, welk land zou er dan het dichtst bij komen?
Dat is natuurlijk een vraag waarop wij het antwoord graag zouden kennen, maar we hebben helaas de middelen nog niet. Als we vanuit het oude standpunt zouden kijken, dat er individuele beschavingen waren die onderling geen contacten hadden, dan zou ik zeggen dat de Turkse mensen die in de buurt wonen hun afstammelingen zijn.
Heeft u ooit skeletten gevonden tijdens deze werkzaamheden?
De mensen werden er op een formele manier begraven. Ze bouwden een stenen bouwwerk, een klein huisje, en zetten er porseleinen potten zoals u hier gezien heeft in. Soms lieten ze een laatste rituele maaltijd achter bij de overledene. Dit heeft ons veel geleerd over de mensen. We hebben niet zoveel graven gevonden als langs de Indus of in Mesopotamië, maar we hebben genoeg gevonden om ons een idee te vormen over de begrafenisrituelen en het leven na de dood waarvan de centraal Aziaten dachten dat het bestond.
Is het mogelijk dat u zo weinig menselijke resten hebt gevonden omdat de overledenen misschien gecremeerd werden?
Dat is zeer zeker mogelijk. Er was een bepaald ritueel in het oude Perzië waar men de overledenen achter liet in de woestijn zodat ze op die manier naar de natuur terug konden keren.
Dus in het woestijnklimaat zouden ze compleet gedesintegreerd zijn?
Ja, dus het aantal menselijk resten dat gevonden is hoeft niet noodzakelijkerwijs het bevolkingscijfer weer te geven.
En het zou dus voor archeologen heel moeilijk worden om het aantal inwoners destijds vast te stellen?
Ja, we kunnen gissingen doen, maar we zullen de omvang van de toenmalige bevolking nooit precies weten te vertellen.
Wat heeft u het meest verrast in de tijd van 1980 tot nu?
Wat mij het meest verraste was niet de vondst zelf, maar de reacties van onze collega's. Toen we met het afpellen van de lagen begonnen en een beschaving ontdekten in de oases, wilden sommigen ons niet geloven. Sommigen geloofden ons weer wel. Sommigen trokken de oorsprong van onze vondsten in twijfel en weer anderen negeerden de hele zaak. Wat we nu zien is dat in loop van deze jaren het gebied een plaats heeft ingenomen in het rijtje van grote beschavingen van de oude wereld.
U zegt dus dat uw collega wetenschappers niet ruimdenkend tegenover de ontdekking stonden?
Ik weet niet of ze er minder ruimdenkend tegenover stonden. Ze hadden dit gebied van de wereld nog nooit onderzocht. En hoe meer we eraan werken, hoe meer we er overtuigd van raken dat het een heel belangrijk deel is van onze wereld. Het was een belangrijk deel in het verleden en het was verbonden met de andere gebieden. Hoe meer we eraan werken en besef kweken in het Engels sprekende gedeelte van de wereld te meer krijgen we het idee dat we een enorme beschaving hebben ontdekt uit het Bronzen tijdperk.
Bestaat er een verband tussen de Keltische wereld en de steencirkels en uw vondsten?
Deze vraag over een verband tussen de Keltische wereld en het oude Nabije Oosten is 100 jaar geleden al gesteld. De oprichting van de grote megalithische monumenten heeft parallellen in het Zwarte Zee gebied en misschien zelf op de Euraziatische vlakten.
We kunnen deze monumentale werken niet vergelijken met het soort samenleving waar we nu over praten omdat de bouwers van de stenen cirkels geen samenleving hadden. We hebben geen bewijzen van gevestigde boerenbedrijven of een stedelijk leven. Geen steden. Geen huisdieren of planten. Het was een type samenleving, zo we daar al van kunnen spreken, die totaal anders was als die in centraal Azië, de Indus vallei of China.
Om ruimdenkend te zijn moeten we onszelf toestaan om de complexiteit van de samenleving van de steencirkel bouwers begrijpen, maar het begrijpen van het verschil is ook erg belangrijk. In centraal Azië bouwden de mensen steden net zoals in Mesopotamië en de Indus vallei. In de Europese landen deed het boeren bestaan er langer over om voet aan de aarde te krijgen. Het was pas duizenden jaren later voor het in Europa net zover was als in centraal Azië.
Met welke werkzaamheden gaat u nu verder?
We zijn zeer opgetogen over de vondst van de stempel uit 2300 v.Chr. We gaan zeker terug om te zoeken naar verdere bewijzen van het bestaan van schrift en hopen misschien zelfs een handelsadministratie te vinden. We hopen verder te graven dan deze beschaving, want we hebben de bodem nog niet bereikt. We kijken ernaar uit om nog een paar seizoenen terug te gaan naar het gebied. Daarna gaan we onderzoek doen naar de handelsroutes in het gebied.
Hoe diep zit u al?
We hebben een vindplaats die ongeveer 10 meter boven het huidige oppervlak uitkomt en we hebben 4,5 meter diep gegraven. We gaan echter nog dieper. Dat betekent dat het oppervlak gedurende de tijd omhoog is gekomen. Er zijn resten aangetroffen die afkomstig zijn uit de bergen zoals modder. We weten dus niet hoeveel dieper we nog moeten gaan. Het opwindende is dat we steeds ouder worden zaken moeten onderzoeken. Dat maakt het werk als archeoloog zo opwindend. Je kunt nooit voorspellen wat je zult vinden. Ieder seizoen zijn er weer nieuwe verrassingen."