Heersers over de Andes
Rond 600, acht eeuwen voor de opkomst van de Inca's, beheersten twee koninkrijken de Andes: in het noorden de Wari's, bedreven wegenbouwers en pottenbakkers en in het zuiden de Tiwanaku's, de tempelbouwers van het Titicaca-meer.

Met pikhouwelen en schoppen waren plunderaars het koninklijke graf in de oude Andes-stad Wari in Peru binnengedrongen. Hun buit: alle mogelijke schatten die door het Wari-volk ter ere van hun doden waren achtergelaten. Nu kruipen onderzoekers met zaklantaarns dezelfde tombe binnen om het ingenieuze steenwerk van deze vergeten heersers over de Andes te inspecteren. Lang voor het ontstaan van het Inca-rijk, dat de hele Andes zou omspannen, stichtten de Wari's (Huari's) een imperium dat bijna even groot was- en dat veel langer heeft standgehouden. Terwijl het Inca-rijk nauwelijks honderd jaar heeft bestaan, hebben de Wari's het meer dan vier eeuwen uitgehouden, van omstreeks 600 tot ongeveer 1000. Hetzelfde geldt voor het rijk van de Tiwanaku's (Tiahuanaco's) in Bolivia. Samen stonden deze beschavingen aan de basis van latere imperia in de Andes.
Samen met archeoloog William Isbell daalt de onderzoeker via een touwladder af in de duisternis van de vijf meter diepe schacht, die op de bodem is bedekt met stenen. Met zijn lantaarn beschijnt hij de rotsmuur om zich heen. Elke steen is van zijn ruwe oppervlak ontdaan en sluit perfect aan op de steen ernaast. Isbell schreeuwt aanwijzingen.
"Achter je zie je een kleine opening. Daar kruip je in. En pas op je hoofd."
De onderzoeker laat zijn licht in het donkere gat schijnen en kruipt naar een andere kleine kamer, anderhalve meter onder de schachtbodem. Rechtop staan is onmogelijk, dus blijven beide onderzoekers gehurkt.

De enorme Poort van de Zon, van oorsprong een heilige toegangsdeur, is nu het nationale symbool van Bolivia. Dit Tiwanaku-bouwwerk leerde de volgende imperia een les: onderschat nooit de macht van het ontzag.
"De Wari's groeven de tombe in de vorm van een lama en bekleedden haar daarna met stenen. We bevinden ons nu in de kop van de lama," vertelt Isbell, die de lichtbundel van zijn lantaarn over de rand van de rotsmuren laat gaan. "Achter me, zie je een kamer die de oren vormt. En voor ons liggen de maag en de poten."
Isbell kruipt de buik van de lama binnen. Vier kortere kamers, de poten, vertakken zich van de lange ruimte waarin ze nu zijn. Overal gaan ze even kijken. Uiteindelijk, als ze over alle stenen en een enkel menselijk of dierlijk bot zijn geklauterd, bereiken ze de kleinste kamer van alle: de staart van de lama.
"We vermoeden dat dit de plaats is waar de koning werd begraven." Isbell leunt over de rand van een nauwe, cirkelvormige schacht die in de vloer is uitgegraven. Eerder hebben archeologen weliswaar in geen enkele kamer voorwerpen ontdekt die wijzen op een koninklijk graf, toch denkt Isbell dat deze unieke structuur moet zijn gebouwd voor het hoogste lid van de Wari-elite. Helemaal op de bodem van de graftombe, vier meter onder ons, bevindt zich een lege, met stenen beklede holte. Deze is ruim duizend jaar geleden gegraven en bevatte in die tijd mogelijk de mummie van een koning, keramische potten boordevol voedsel, de botten van geofferde lama's en allerlei prachtige zilveren, turkooizen en gouden voorwerpen.

"Je kunt je daar van alles bij voorstellen," zegt Isbell. "In elk geval komt uit dit soort bouwwerken duidelijk naar voren dat de Wari's meesterlijke architecten en bouwers waren."
Daarnaast probeerden ze ook grote gebieden onder één heerschappij te brengen- en waren daarmee wellicht het eerste "imperialistische" volk op het Amerikaanse continent. Het Wari-rijk omvatte op zijn hoogtepunt een groot deel van de hoge Andes en strekte zich vanaf de zuidgrens van het huidige Peru 1500 kilometer noordwaarts uit. Net als andere imperialisten beheersten de Wari's verre koloniën, waaronder enkele langs de zuidkust van Peru. En net als veel andere rijken had het een rivaal: het Tiwanaku-imperium aan de oevers van het Titicaca-meer in Bolivia. Beide hadden een heersende elite die toezag op de bouw van grote steden, tempels en paleizen. Behalve van politieke maatregelen maakten beide rijken ook gebruik van bepaalde religieuze symbolen en overtuigingen, teneinde de heerschappij te verwerven over een omvangrijk gebied en grote aantallen mensen. En: beide rijken stortten ongeveer duizend jaar geleden ineen.
De Wari's en tot op zekere hoogte ook de Tiwanaku's hebben het "imperium" in de Andes geïntroduceerd," zegt archeologe Katharina Schreiber. "Dat maakte het voor de Inca's gemakkelijker om hun rijk op te bouwen, aangezien ze al wisten wat het inhield."
Tot voor kort leken de Wari's zo goed als verloren voor de geschiedenis. Lang zijn de Tiwanaku's door archeologen beschouwd als de "bedenkers" van het imperialisme in de Andes, ook al omdat de Inca's hen als hun directe voorouders bestempelden en geen melding maakten van de Wari's. Maar de afgelopen twintig jaar heeft een handjevol Noord- en Zuid-Amerikaanse geleerden het Wari-rijk geleidelijk herontdekt en studie gemaakt van de relatie tussen de Wari's en het Tiwanaku-rijk, hun machtige, meer mystieke buur. Zo kwam ook aan het licht hoeveel de Inca's van beide culturen hebben geleerd over de (krijgs)kunst van het opbouwen van een rijk.

Het Wari-imperium kwam voort uit kleine boerengemeenschappen in het droge dal van Ayacucho in Peru, tegen de westelijke hellingen van de Andes. Tegenwoordig is Ayacucho een middelgrote stad met een druk vliegveld en een universiteit- en toch hoef je maar een paar centimeter diep te graven of gewoon over een akker te lopen om op een scherf van Wari-aardewerk te stuiten.
"Op elke heuvel rond Ayacucho en verder het dal in tot aan de oude hoofdstad van het Wari-rijk (ongeveer elf kilometer verderop) zijn er Wari-vindplaatsen," aldus de Peruaanse archeoloog José Ochatoma. Hij en zijn vrouw, Martha Cabrera, hebben onlangs een van de grootste, de Wari-stad Conchopata, gedeeltelijk ontgraven. Op haar hoogtepunt was het een uitgestrekte stad met bedreven pottenbakkers. Mogelijk waren zij het die Conchopata voorzagen van het fraai beschilderde aardewerk.
De vindplaats grenst aan de start- en landingsbaan van het vliegveld van Ayacucho en gaat er gedeeltelijk onder schuil. De site staat bovendien centraal bij een landgeschil tussen de archeologen en een groep projectontwikkelaars, die inmiddels zijn begonnen met de bouw van stenen en adobe huizen boven op een aantal ruïnes.
De meeste Wari-sites, waaronder Conchopata en de Wari-stad met haar lamavormige graftombe, zijn door archeologen uit het begin van de twintigste eeuw over het hoofd gezien; de door de Tiwanaku's achtergelaten stenen monumenten maakten meer indruk. De veronderstelling was dat de overblijfselen van de twee beschavingen uit één cultuur afkomstig waren, die van de Tiwanaku's, en dat de Wari-sites slechts de bestuurlijke centra van het Tiwanaku-volk waren. Maar in de jaren dertig kwam de Peruaanse archeoloog Julio C. Tello tot het inzicht dat het om twee afzonderlijke culturen ging. Sindsdien is een archeologische schat van Wari-overblijfselen aan het licht gekomen. Hun hoofdstad, door onderzoekers eveneens "Wari" genoemd, beslaat zo'n vijftien vierkante kilometer.

De Wari's en de Tiwanaku's, ooit beschouwd als één cultuur, deelden weinig meer dan religieuze symbolen- en een betwiste grens. Onzeker is of ze oorlog voerden of dat ze een gewapende vrede handhaafden. Vermoedelijk stond zowel het keramieke Wari-gezicht (links) als de gouden Tiwanaku borstplaat voor een bepaalde rang.
Tot nu toe is slechts een klein deel van de plek afgegraven, maar er is genoeg van de stad over om de schattingen van archeologen, die oplopen tot zeventigduizend inwoners, te rechtvaardigen. De stad kende statige tempels, hoven, koninklijke graftomben, paleizen, en gebouwen met meerdere verdiepingen. De meeste muren en gebouwen waren bedekt met een witte pleisterlaag, wat de stad letterlijk glans gaf. Vanuit de hoofdstad bestuurden de Wari's hun rijk en hielden ze alles in de gaten, van het pottenbakken in het naburige Conchopata tot de graanproductie in verre koloniën- en dat alles zonder de hulp van een schrift. "Dat is een van de grote raadsels," zegt archeoloog Gordon McEwan, die opgravingen doet op Wari-sites in de vallei van Cusco, ruim 250 kilometer ten zuidoosten van Ayacucho. Voordat onderzoekers de Inca's volledig doorgrondden, was de algemene opvatting dat "rijken alleen konden bestaan in samenlevingen met een schriftstelsel", vervolgt McEwan. "Maar de Wari's hadden geen schrift en de Inca's evenmin. Dus hoe hebben die beschavingen dan hun imperia kunnen opbouwen?"
Conchopata heeft enkele aanwijzingen opgeleverd. De schat aan potten en offeranden die er de afgelopen vijf jaar is blootgelegd, duidt op een manier van besturen die veel lijkt op die van de Wari's. Van de eens zo bedrijvige nederzetting resteren slechts de lage funderingsmuren van talloze gebouwen, die meestal waren neergezet in een rasterpatroon. In haar hoogtijdagen was Conchopata, net als alle Wari-nederzettingen, een stad die in sterke mate was georganiseerd, met woonwijken, bestuurlijke centra en religieuze plaatsen. Veel van die religieuze centra bestonden uit gebouwen in de vorm van de letter D. (Deze worden niet aangetroffen in Tiwanaku- of Inca-nederzettingen.)
"Om nog onduidelijke redenen hielden ze van de kleur wit," vertelt Ochatoma in één van de tempels in Conchopata. Het pleisterwerk op de vloer heeft de tand des tijds grotendeels doorstaan en blinkt in de Andes-zon.

In hun officiële rode tenue inspecteren burgemeesters van dorpen rond Tiwanaku het tempelcomplex Kalasasaya, een van de grootste en meest omstreden opgravingen in Zuid-Amerika. De burgemeesters namen onlangs bezit van de site, nadat ze niet hadden mogen delen in de toeristische opbrengsten die de Boliviaanse overheid hun had beloofd. De poncho's staan symbool voor hun dorp, zoals de strak ingesnoerde hoofden van jonge kinderen (rechts) resulteerden in schedelvormen die ooit de mensen uit de diverse rijksdelen van elkaar onderscheidden.
Hoewel onderzoekers de kluwen van de Wari-godsdienst nog niet helemaal hebben ontward, duiden de ontdekkingen van Ochatoma erop dat de bevolking rituele en mogelijk ook door het rijk voorgeschreven offers van zowel mensen als dieren bracht. Onder de gepleisterde vloer heeft het Ochatoma-onderzoeksteam verscheidene kuilen uitgegraven met daarin verbrande menselijke schedels en de overblijfselen van geofferde kameelachtigen. Nog onduidelijk is of het gaat om beenderen van bergschapen of van kleine lama's, omdat de botten sterk op elkaar lijken.
Om deze offeranden te vinden, hoefde Ochatoma niet de hele vloer af te graven. Hij klopte er gewoon op met het handvat van zijn troffel, op zoek naar een hol geluid- een veelgebruikte methode bij het zoeken naar voorwerpen achter muren of onder vloeren.
In de buurt van de muren vond hij honderden scherven van prachtig beschilderde en opzettelijk stukgegooide potten, soms ter grootte van wijnvaten. In andere kuilen lagen kapotte kruiken die waren versierd met de afbeelding van een hallucinogene plant. Later bleek dat een van de kruiken ooit chicha bevatte, een van maïs gebrouwen drank die ook nu nog in de Andes wordt gedronken.
Mogelijk hebben zowel de beschilderde potten als de inhoud ervan een rol gespeeld in de wijze waarop de Wari's hun imperium hebben opgebouwd. Ze geloofden namelijk dat er een verband was tussen deze voorwerpen en het bovennatuurlijke, aldus archeologe Anita Cook. Cook en William Isbell werken al jarenlang in Conchopata, en hun project wondt mede gefinancierd door de National Geographic Society. De afbeeldingen op de potten, die overal terugkomen, wijzen op een samenleving die was gericht op macht en gezagsuitoefening: de pottenbakkers mochten uitsluitend door het rijk goedgekeurde symbolen schilderen.

In tegenstelling tot de Tiwanaku-tempels waren de ceremoniële ruimten van de Wari's zeer besloten. Hun regionale centrum Pikillacta, in de Peruaanse Cusco-vallei, was een wirwar van kleine, witgepleisterde kamers omgeven door een ruim tien meter hoge muur. Mogelijk hebben de Wari's hier de voorouderlijke mummies van overwonnen volken opgeslagen om hun land in handen te krijgen. Onderdanen woonden in de stad rituelen bij waar de elite chicha dronk uit rituele bekers, zoals de jaguarbeker rechts.
Uit een plastic zak haalt Cook grote scherven van een aantal kruiken, alle versierd met abstracte afbeeldingen van condors, katachtigen en kameelachtigen- stuk voor stuk symbolen van het bovennatuurlijke in Andes-religies, ook in die van de Tiwanaku's en de Inca's.
"De symbolen gaan zeker terug tot het Pucará-volk, dat rond 200 voor Christus het bekken van het Titicaca-meer bewoonde," vertelt Cook. "We weten niet precies wat ermee wordt gezegd, maar het zijn wel symbolen die iedereen in de Andes zou hebben herkend."
Enkele motieven zijn maar voor één uitleg vatbaar: ze laten de Wari's zien als een agressief volk, krijgslieden die er niet voor terugdeinsden krijgsgevangenen te offeren. Dit is volgens Cook "de eenvoudigste verklaring" voor de potten met afbeeldingen van afgehakte hoofden, armen en benen, en van met dierenmaskers getooide krijgers die als trofee hoofden vasthouden die herinneren aan de onder de tempel van Ochatoma gevonden schedels.
De kruiken van de Wari's dienden als staatspropaganda en droegen boodschappen van de gedeelde religieuze overtuiging, maar ook van terreur en macht. "Het grootste deel van de aardewerkproductie werd van bovenaf gecontroleerd", zegt McEwan. "Veel ervan was uitsluitend bestemd voor feesten en werd na afloop, als onderdeel van het ritueel, stukgegooid. De ceremonie had een wederkerig karakter: de elite richtte een groot feestmaal aan om de plaatselijke bevolking te danken voor haar dienstbaarheid en trouw, en iedereen dronk na elkaar chicha uit de symbolisch beschilderde potten." De volgorde werd daarbij bepaald door de plaats in de maatschappelijke hiërarchie. Tijdens de feestelijkheden deelden bestuurders ook mondelinge bevelen uit die de plaatselijke leiders moesten uitvoeren.
Die bevelen moeten soms erg wreed van aard zijn geweest, aldus imperiumdeskundige Katharina Schreiber. Haar onderzoek toont aan dat de Wari's in sommige delen van hun koninkrijk hele dorpen verplaatsten, waarbij mensen die in hooggelegen gebieden aardappelen teelden, werden gedwongen te vertrekken naar lagergelegen gebied om daar maïs te verbouwen- een praktijk die honderden jaren later door de Inca's werd overgenomen. De Wari's hadden grote hoeveelheden maïs nodig voor hun door de staat aangemoedigde rituele feesten, die het imperium bij elkaar hielden. Onderworpen volken hebben waarschijnlijk ook het grootste deel van de mankracht geleverd voor de grote bouwconstructies van de Wari's- hun steden met meerdere verdiepingen tellende gebouwen, hun stenen aquaducten en het uitgebreide wegennet dat nu vaak ten onrechte aan de Inca's wordt toegeschreven.

Drie verdiepingen onder de grond onderzoekt archeoloog William Isbell een lamavormige graftombe, waar mogelijk leden van de koninklijke familie van Wari werden begraven. Hoewel de tombe in de oude Wari-hoofdstad grondig is geplunderd, is zij het mooiste voorbeeld van "houwsteenarchitectuur" dat tot nu toe in het Wari-rijk is gevonden- door de Tiwanaku's werd het nog geperfectioneerd. Beide culturen aanbaden de stafgod die rechts op een Wari-potscherf is afgebeeld. Men dacht dat deze machtige godheid de oogst, regen en bliksem beheerste.
"De Wari's waren zonder twijfel een dictatoriaal volk," zegt McEwan. Hij vermoedt dat Pikillacta, de Wari-stad die hij bij Cusco heeft opgegraven, als vorm van belastingbetaling is gebouwd door plaatselijke arbeidskrachten. Net als Conchopata en de stad Wari werd Pikillacta in een raster ontworpen. De systematiek in de ruïnes ten spijt, zou iemand in de Wari-tijd maar moeilijk de weg hebben gevonden in Pikillacta.
"De muren waren aan beide zijden een meter of twaalf hoog," zegt McEwan tijdens een wandeling over een van de oude wegen van Pikillacta. "Er waren geen ramen, dus we hadden maar een klein stukje hemel kunnen zien. Er waren meer dan zevenhonderd kamers, maar slechts zeven wegen. Alle gebouwen waren bovendien in Wari-stijl spierwit gepleisterd."
McEwan denkt dat Pikillacta een provinciaal centrum is geweest voor de uitermate belangrijke rituele feesten met hun wederkerige karakter. "Je kwam hier als gast, bijvoorbeeld van het lokale bestuur. Je kwam Pikillacta niet zonder uitnodiging of gids binnen. Alléén zou je nooit de weg kunnen vinden."
"Bij de bouw was Pikillacta met opzet ontoegankelijk gemaakt," zegt McEwan. Mogelijk heeft een deel van de stad gediend als opslagplaats voor mummies. Volgens McEwan hadden de Wari's de macht over hun koloniën te danken aan hun succes bij het buitmaken van de voorouderlijke mummies en skeletten van andere volken: die werden "in gijzeling" gehouden, waarmee tegelijk de levenden gijzelaars werden, omdat hun eigendomsrechten waren gekoppeld aan hun voorouders.
Voorouderverering is lange tijd erg belangrijk geweest in de Andes-culturen. Een duizenden jaren oude traditie die doorliep tot in de tijd van de Inca's. (Ook tegenwoordig koesteren veel volken in de Andes een diepe verering voor hun gestorven familieleden.) Mogelijk verschilden de samenlevingen op details van elkaar, maar in het algemeen bewaarden mensen de botten van hun voorouders bij zich in de buurt, opgeslagen in urnen of manden. Zo konden ze gemakkelijk worden vereerd of om zegen en raad worden gevraagd. De bewaarde botten waren ook van praktisch nut: de verzorgers ervan verkregen rechten op land en water. Ze vormden het tastbare bewijs dat iemands betovergrootvader het land had bewerkt en dat het deze persoon dus rechtens toekwam.
"Ik denk dat de Wari's dit geloof gebruikten voor het stichten van hun rijk," zegt McEwan. "Ze maakten de mummies van andere volken buit of gaven ze opdracht de mummies van hun voorouders naar plaatsen als Pikillacta te brengen, waar ze werden opgeslagen. De enige manier voor iemand om zijn voorouders te benaderen- en dus zijn land en water- was via de staat. Als iemand zich daar niet bij neerlegde, werden zijn voorouders door de Wari's vernietigd, wat de persoon in kwestie berooid achterliet. De Inca's deden dit ook, maar het idee is waarschijnlijk afkomstig van de Wari's."
Pikillacta lag vlak bij de grens van het Wari-rijk. De Wari's hebben dieper in de Cusco-vallei nog een paar nederzettingen gebouwd. Maar hoe meer ze naar het zuiden oprukten, hoe dichter ze bij het Titicaca-meer kwamen en bij het gebied van hun belangrijkste rivalen: de Tiwanaku's.
Tiwanaku, het Mekka van de Andes, was rond 200 voor Christus een boerendorp vijftien kilometer ten zuiden van het Titicaca-meer. De stad was in 700 uitgegroeid tot welvarende rijkshoofdstad met geterrasseerde piramides, paleizen en geïrrigeerde landbouwgrond, goed voor het voeden van zestigduizend monden. De Pumapunku-tempel aan de westzijde wordt beschouwd als een van de mooiste voorbeelden van Tiwanaku-architectuur. De soms 120 ton zware zandstenen platen van de tempel passen precies- aanleiding tot fantastische theorieën over buitenaardse bouwtechnieken. Onderzoeker Alexei Vranich meent dat de Pumapunku diende als "opvangcentrum", waar bedevaartgangers uit alle delen van het rijk de staatsgodsdiens werd bijgebracht met behulp van chicha (een gefermenteerde drank), hallucinogenen en ritueel theater. Daarna konden de bekeerlingen verder naar andere tempels in het rituele centrum van de stad, zoals de zeventien meter hoge Akapana-tempel. Een rampzalige droogte maakte rond 1100 mogelijk een einde aan het Tiwanaku-bewind over het zuiden van de centrale Andes.
De Inca's hebben dan misschien de praktische methoden voor het handhaven van een imperium van de Wari's overgenomen, voor geestelijke zaken keken ze naar Tiwanaku. Daar kwamen hun voorvaderen vandaan, zo vertelden de Inca's aan de Spanjaarden, waarmee ze te kennen gaven dat de bloedverwantschap hun het recht gaf over de Andes te heersen. Archeologen hebben nog niet kunnen vaststellen of de Inca's terecht aanspraak op dit erfgoed maakten. Maar dat ze het verband wilden leggen, spreekt volgens onderzoekers boekdelen over het belang van Tiwanaku.
"Iedereen in de Andes wist van het bestaan van Tiwanaku," aldus archeoloog Alexei Vranich, die bezig is met het ontgraven van de Pumapunku, een Tiwanaku-tempel. "De tempel was van groot religieus belang en was tevens een bedevaartscentrum, en trok mensen naar Tiwanaku. Het laat zich gemakkelijk raden waarom. Kijk maar eens wat er gebeurt als we naar de top van de tempel klimmen."
De onderzoekers begonnen aan de klim van ongeveer een kilometer van het tempelcomplex. In de Tiwanaku-tijd begonnen de pelgrims hun voettocht waarschijnlijk aan de oevers van het zo'n vijftien kilometer verderop gelegen Titicaca-meer, een van de heiligste plaatsen in de Andes. Volgens de godsdienst in het berggebied is de schepper er uit het water verrezen om de aarde en de mensen te vormen. Langs de oevers van het meer staan overal ruïnes van kleine heiligdommen en tempels, die soms teruggaan tot 700 voor Christus. Tiwanaku, vermoeden onderzoekers, was oorspronkelijk zo'n klein religieus centrum. Maar in de zesde eeuw na Christus is het een vooraanstaand bedevaartscentrum geworden, mogelijk door zijn centrale plaats in de mythologie van de Andes of vanwege de politieke macht van het Tiwanaku-volk. Sommige bedevaartgangers legden waarschijnlijk grote afstanden af en staken het azuurblauwe water van het meer over op rieten vlotten. Net als de onderzoekers zijn ze vervolgens in oostelijke richting gelopen, over de grasvlakte van de Altiplano naar de hoge toppen van de Andes. Een groot deel van die reis moet de hoogste berg, de Illimani, hen "als een baken" hebben gewenkt, zegt Vranich. "Illimani was hun heiligste berg, waar volgens hen veel voorouders na hun dood naartoe gingen."
Op een bepaald punt op het pelgrimspad verdwijnt de Illimani plotseling uit het zicht. In plaats daarvan rijst de Pumapunku op, een piramidevormige tempel van klei en steen met een afgeplatte top. De tempel is nu grotendeels een ruïne. Maar tijdens de pelgrimstochten van weleer is er geen spoor van steenwerk te zien geweest. Vranich kan zich goed voorstellen dat de tempelmuren waren bekleed met platen bladgoud en zilver, en met kleurrijke stoffen bewerkt met kostbare stenen en metalen; de lemen vloeren waren schitterend gekleurd met dieprode, blauwe en groene schilderingen.
"Het moet overweldigend zijn geweest," zegt Vranich. "Een geestverruimende ervaring die het leven verandert, nog versterkt door de verdovende middelen die ze gebruikten." In de ruïnes van Tiwanaku zijn een hallucinogene cactus, andere hallucinogene planten, hulpmiddelen voor het gebruik daarvan en snuifpoeder gevonden. Recentelijk heeft een andere archeoloog een mummie van een sjamaan opgegraven, compleet met zijn dosis verdovende middelen en medicijnen.
Wari snijwerk
Vranich vermoedt dat de architecten van Tiwanaku zeer bewust de tempel zo hebben gebouwd dat de berg uit het zicht bleef. "Ze wisten wat voor effect het zou hebben als de Illimani zou verdwijnen," zegt hij. "Het was een van de optische illusies die ze hier tot stand hebben gebracht."
Alleen wie de allerlaatste trap beklimt en de afgeplatte bovenkant van de tempel bereikt, ziet de berg weer opdoemen, met zijn blauw-witte gloed.
"Kijk maar om je heen," zegt Vranich. "De Illimani ligt voor ons, het Titicaca-meer achter ons. In de kosmologie van de Andes vormt dit echt een plek tussen hemel en aarde."
De Pumapunku is maar een van de vele tempels en ingewikkelde binnenhoven met stenen beelden en sculpturen die de Tiwanaku's op een gebied van vijf vierkante kilometer hebben gebouwd. Om het religieuze centrum heen legden ze een gracht aan, waarbij in feite een miniatuurmeer ontstond met het tempelcomplex als een eiland in het midden.
De centrale tempel, die Akapana wordt genoemd, kent zeven niveaus, kennelijk met de bedoeling om deze te laten lijken op de toppen van de nabijgelegen Quimsachata. Om dit effect nog te versterken, brachten de Tiwanaku's een afwateringssysteem in de tempel aan, zodat het water zich er in het regenseizoen met donderend geweld doorheen zou storten. "Het was een manier om de aarde te vernieuwen en het circulatiesysteem van het universum in stand te houden," aldus archeoloog Alan Kolata. Hij vermoedt dat de Tiwanaku's vruchtbaarheids- en andere riten uitvoerden wanneer het water door hun bergtempel raasde.
Andere riten hadden een wreder karakter. De Tiwanaku's waren net als de Wari's agressief en ze vierden hun overwinningen met het offeren van gevangenen. Rond de Akapana zijn stoffelijke overschotten zonder ledematen gevonden. Wat ze eveneens met de Wari's gemeen hadden, was dat ze hun keramiek versierden met gruwelijke scènes van krijgers-met-poemamasker die een afgehakt hoofd in hun handen hielden of die een gordel met hoofden als trofee droegen, de tong uit de mond en met weggedraaide ogen.
Op hun hoogtepunt, tussen 700 en 1000, beheersten de Tiwanaku's bijna het hele bekken van het Titicaca-meer, evenals naar het zuidoosten gelegen gebieden in Bolivia en naar het zuidwesten in Chili. De Tiwanaku's waren, net als de Wari's, uiterst bedreven bouwkundigen en boeren, en ze maakten het brede rivierdal van de Katari, die het Titicaca-meer van water voorziet, tot de graanschuur van hun hoofdstad. Ze gebruikten daarbij een uitgebreid stelsel van kanalen en wegen om zevenduizend hectare opgehoogde akkers voor maïs, aardappelen, quinoa en andere gewassen te bevloeien. "Ze hebben zelfs meanders uit de rivier gehaald en lieten het water in een rechte lijn dwars door de vallei stromen," aldus archeoloog John Janusek, die verscheidene Tiwanaku-nederzettingen in de buurt heeft opgegraven.
Kennelijk hadden de Tiwanaku's grote hoeveelheden maïs, aardappelen en coca nodig om de bedevaartgangers die naar hun tempels kwamen, van voedsel te voorzien en te imponeren. Archeologen weten nog niet of de Tiwanaku's dorpen onder dwang verplaatsten, zoals de Wari's deden, maar ze vermoeden wel dat de Tiwanaku's een opener samenleving hadden en dat de stad Tiwanaku niet zo strikt werd gecontroleerd als Wari-steden als Pikillacta.
"Tiwanaku was een zeer kosmopolitische stad. Een stad die mensen aantrok," zegt fysisch antropologe Deborah Blom, terwijl ze voorzichtig twee in Tiwanaku gevonden schedels ter vergelijking naast elkaar zet. Blom bestudeert de migratie van volken binnen het oude koninkrijk en heeft ontdekt dat mensen uit alle windstreken hier blijkbaar welkom waren. De beide schedels zijn daar een goed voorbeeld van.
"De manier waarop mensen hun hoofd vormgaven, liep in de verschillende delen van het Tiwanaku-grondgebied sterk uiteen," zegt Blom. "Het hoofd van een baby werd met een koord omwikkeld of er werd een lat op gebonden, om het een speciale vorm te geven." Eenmaal volwassen droeg zo iemand dan een hoed die paste bij de specifieke vorm van zijn hoofd. Een van de schedels van Blom is lang en buisvormig en doet denken aan de top van een vulkaan, wat misschien ook de bedoeling was. De andere schedel is van voor tot achter platgedrukt, zodat de zijkanten uitpuilen. "De buisvormige zijn afkomstig van mensen van de oostelijke oever van het meer, de afgeplatte komen van Moquegua, niet ver van de Peruaanse zuidkust," aldus Blom. Uit genetisch onderzoek blijkt "dat ze hier naar toe zijn gereisd en onderling trouwden." Blom heeft nog geen enkel spoor ontdekt van Wari-kolonisten (die de achterkant van hun schedel eenvoudig afplatten).
De Wari's en de Tiwanaku's trouwden misschien niet onderling, maar er is evenmin bewijs dat hun verstandhouding vijandig was. Beide rijken hadden koloniën in Moquegua, een warme streek waar maïs werd verbouwd. Toch is er niets te vinden dat op veldslagen wijst. "Zij waren de grote, belangrijke mogendheden van hun tijd," zegt Schreiben. "Ze moeten met elkaar te maken hebben gehad, maar we weten niet hoe?"
Nog altijd wordt volop onderzoek gedaan naar de chronologie van de geschiedenis van beide koninkrijken. Sommigen zeggen dat het Wari-rijk het eerst is ingestort, volgens anderen was dat het Tiwanaku-imperium. Heeft het ene rijk het andere veroverd, of zijn beide door een periode van droogte op de knieën gedwongen? Wat de oorzaak ook is geweest, beide rijken beleefden blijkbaar een abrupt einde. In Conchopata legden de pottenbakkers op een dag hun gereedschap neer en vertrokken; mogelijk werden ze verdreven door een nog onbekende indringer. In Tiwanaku staakten de steenhouwers hun monumentale bouwprojecten, waarbij ze tempels onafgemaakt achterlieten, alsmede een groot aantal reusachtige andesietblokken langs het Titicaca-meer. Die liggen daar nu in het gras als grote gestrande walvissen- vergeten is het doel dat ze dienden.
Niettemin hebben zowel de Wari's als de Tiwanaku's iets in de Andes tot stand gebracht wat nooit helemaal is verdwenen: het idee van een imperium. Vierhonderd jaar later bliezen de Inca's, voortbouwend op de achtergebleven fundamenten, dit idee nieuw leven in.