Grudge 13.
Vermiste overheidsdocumenten over ufo's, fatale confrontaties met buitenaardse wezens, dodelijke dreigementen van militaire instanties: Peter Brookesmith onderzocht het verhaal van een man die een geheim document hierover kent.
"Geen enkele ufo die door de luchtmacht is gesignaleerd, onderzocht en geëvalueerd, heeft ooit aanwijzingen opgeleverd voor een bedreiging van onze nationale veiligheid... noch zijn er bewijzen voor dat het bij "ongeïdentificeerd" genoemde waarnemingen om buitenaardse voertuigen gaat." Dat was de conclusie van het officiële Amerikaanse overheidsonderzoek naar ufo's, het zogenaamde Project Blue Book.
Dit project werd in 1952 opgestart en was de derde fase van een officieel onderzoek naar ufo's, dat in 1947 was begonnen als Project Sign. Die codenaam werd in 1949 gewijzigd in Grudge ("Wrok"), en in 1952 in Blue Book. Het onderzoek werd tot 1965 voortgezet. Toen het project werd afgesloten, had men 12.618 ufo-waarnemingen geëvalueerd en gecategoriseerd, en publiceerde het onderzoeksteam (geadviseerd door de bekende astronoom J. Allen Hynek) de bevindingen in een serie van 13 Speciale Blue Book-rapporten.
Veel ufologen waren teleurgesteld in de conclusies, maar dat was nog niet het eind van het verhaal. Hoewel er 13 rapporten op tafel lagen, heette het laatst gepubliceerde deel "Speciaal Blue Book-rapport 14". Het voorgaande rapport was 12 geweest- dus wat was er met 13 gebeurd?
Sommige zeiden dat dit getal gewoon was overgeslagen om dezelfde reden als waarom bij Amerikaanse wolkenkrabbers vaak de geheimzinnige 13de verdieping ontbreekt en waarom Britse kentekenplaten van overheidswege nooit het ongeluksgetal 666 hebben.

William S. English
UFO-onthullingen.
Onvermijdelijk begonnen geruchten de ronde te doen over explosief materiaal in Rapport 13, dat de Amerikaanse Luchtmacht niet openbaar durfde maken. Maar de ware inhoud van Rapport 13 staat al meer dan 30 jaar lang ter discussie. En toen kwam begin jaren "80 de heer William S. English op de proppen met een uiterst merkwaardige bandopname die hij kort daarvoor had gemaakt.
English, de zoon van een senator van Arizona, had een lang verhaal te vertellen. Hij beweerde in mei 1970 als officier bij de Speciale Landmachttroepen in Vietnam te zijn geweest. Zijn A-team moest een Boeing B-52 Stratofortress-bommenwerper localiseren (en indien mogelijk ook de bemanning ervan redden) die in Laos in de dichtbegroeide jungle was neergestort. De B-52 was, zo veronderstelde men, neergehaald na een vijandelijke aanval van een ufo, die in de laatste radioberichten van de bemanning werd omschreven als een "fel wit licht".
Volgens English werd de B-52 door zijn A-team met helikopters opgespoord. Het vliegtuig lag tussen de bomen "alsof het er door een reusachtige hand was neergelegd." Het toestel, de bomlading en de vegetatie eromheen, waren onbeschadigd. De voltallige bemanning zat in het vliegtuig in de stoelen, maar wél verschrikkelijk verminkt- hoewel er nergens bloed viel te bekennen. Het reddingsteam verwijderde de identiteitsplaatjes van de lijken en de codeboeken uit het toestel, en blies daarna de B-52 op. Volgens English kwamen de meeste leden van zijn A-team een paar weken later om het leven bij een jungle-hinderlaag. English werd gevangen genomen, maar kon ontsnappen en werd later door een Amerikaanse patrouille in de jungle teruggevonden.
Militaire gegevens.
English zegt in 1973 uit het leger te zijn gegaan. In 1976 werkte hij in Engeland als inlichtingenanalist bij RAF Chicksands, een vitale elektronische afluisterpost van de Amerikaanse Luchtmacht en het Nationale Veiligheidsbureau. Zijn vrouw was lerares op de school van de basis. Op 29 juni 1976 kreeg hij een document van 625 pagina's te analyseren, met als titel Rapport Grudge/ Blue Book 13. Er stonden details in over buitgemaakte vreemde vliegtuigen inclusief bewapening, autopsies die waren uitgevoerd op de vreemde bemanning en rapportages van confrontaties met buitenaardse wezens. Bij de laatstgenoemde categorie waren foto's gevoegd die English in Laos hed gemaakt van de dode bemanning van de neergehaalde B-52. De aanblik van zijn eigen foto's overtuigde English er mede van dat het rapport echt was. Dat meldde hij dan ook in zijn verslag.
Vervolgens beweerde English dat hij een paar weken nadat hij dit rapport had geanalyseerd, op staande voet werd ontslagen door de basiscommandant, die hij kolonel Robert Black noemde. Nog diezelfde dag werd English teruggestuurd naar de V.S. en naar zijn woonplaats Tucson, Arizona gevlogen. Kort daarna was English op het Pima Community College bij een lezing van de bekende ufoloog Stanton Friedman, aan wie hij zijn verhaal vertelde. Dat relaas was kennelijk op de band opgenomen.
Vervolgens kreeg English een baan in Tucson bij de Onderzoeksorganisatie voor Luchtverschijnselen (APRO), destijds een van de belangrijkste ufo-research-instanties van Amerika. Tijdens een zakenreis voor APRO ontmoette hij de astronoom J. Allen Hynek, tevens adviseur voor het Project Blue Book, die de echtheid van het Grudge-rapport 13 zou hebben toegegeven. Maar Hynek zei erbij dat hij alles zou ontkennen wanneer English het gesprek in de openbaarheid bracht.
De volgende akte van het drama speelde zich rond 1980 af. English woonde nog steeds in Tucson, Arizona, waar hij werd benaderd door kolonel Robert Black en zijn voormalige sergeant. Die beweerden dat ze ook uit de Luchtmacht waren ontslagen, en wel op gronden die met het Grudge-rapport 13 te maken hadden, hoewel ze niet precies uitlegden hoe of waarom deze betrokkenheid een eind aan hun militaire carrieres had gemaakt. Kolonel Black zei tegen English dat hij kon bewijzen dat ergens op de raketbasis White Sands in New Mexico een grote ufo lag begraven. Hij nodigde English uit voor een gezamenlijke zoektocht op die plek. English verkocht meteen zijn lederwarenzaak, schafte een bus aan die hij uitrustte met fotocamera's, video-apparatuur, magnetometers, gravitometers, geluidsdetectoren en infrarood sensoren, en het trio drong White Sands binnen.
Raket aanval.
Op een avond bevond English zich op zo'n 900 meter van de bus, toen er helikopters verschenen die de bus met raketten aanvielen, waardoor het voertuig werd vernield en zijn reisgenoten om het leven kwamen. English wist te voet naar Tucson te ontkomen, waar hij wat bijkwam in het huis van de ufo-deskundige Wendelle Stevens. Daarna merkte hij dat zijn eigen huis werd bewaakt en verdween hij uit Tucson. Hij verhuisde uiteindelijk naar Lynchburg, Virginia, waar hij een paar jaar als tv-cameraman werkte.
In september 1988 dook English weer op en begon het verhaal te vertellen aan eenieder die het maar horen wilde. In december 1988 beweerde hij via een Internet-bericht dat er 15 aanslagen op zijn leven waren gepleegd sedert hij naar Amerika was teruggestuurd omdat hij zoveel over het Grudge-rapport 13 wist. Bij één aanslag, zo zei hij tegen de Amerikaanse ufoloog Don Ecker, hadden twee mannen met machinepistolen een kwartier lang onafgebroken op zijn huis in Lynchburg staan vuren. Een lage schatting wijst uit dat het in dat geval minstens 2000 schoten geweest moeten zijn. Maar niemand kwam te hulp, zo beweerde English, ook al lag het politie-wijkbureau 180 meter verderop.
Gebrek aan bewijs.
Wat moeten we geloven van Bill English' fantastische beweringen? Enig elementair detectivewerk toonde aan dat zijn beweringen zo goed als ongegrond zijn. Uit Luchtmachtarchieven blijkt overduidelijk dat er tussen juli 1969 en juli 1972 geen enkele B-52 in Zuidoost-Azië is neergestort. Mocht er in april of mei 1970 inderdaad een B-52 zijn neergekomen in de Laotiaanse jungle, dan is dat feit uit de officiële dossiers geschrapt. Maar een B-52 is een groot, peperduur vliegtuig, en als er een vermist wordt zal dat altijd wel door iemand worden opgemerkt. Bovendien is de geschiedenis gedocumenteerd van elk individueel toestel dat tussen november 1951 en oktober 1962 de Boeing-fabrieken heeft verlaten- en daarvan ontbreekt er geen enkel.
Maar de cruciale vraag is: waarom zou iemand, ook al waren er hele eskaders ufo's bij betrokken, een B-52 willen vergeten die was neergehaald in een oorlogsgebied? Het feit dat er een oorlog aan de gang is, moet immers al voldoende zijn om een vermiste bommenwerper te verklaren?
English beweert dat hij tijdens zijn grote onderzoek heeft verzuimd de staartregistratie van de B-52 te noteren, omdat hij "de ballen van vliegtuigen afwist." Maar militaire zegslieden melden dat reddingsploegen als die van English altijd op pad worden gestuurd met gegevens als het staartnummer van het toestel, de namen en dienstnummers van de bemanningsleden, en zelfs specificaties van de codeboeken. English beweert daarentegen dat hij nog precies weet op welke dag hij uit Engeland teruggestuurd werd, en kent de codes op het omslag van het Grudge/ Blue Book-rapport 13 nog uit zijn hoofd. Tijdens de Vietnamoorlog was het zeer ongebruikelijk een A-team van de Speciale Landmachttroepen op pad te sturen voor de opsporing van een neergehaalde B-52. Hooguit werden er in zeer bijzondere omstandigheden ook zeer bijzondere maatregelen getroffen. Maar de Luchtmacht had zelf een effectief systeem waarmee neergestorte vliegtuigen opgespoord en overlevende bemanningsleden gered konden worden. Bovendien scheen de Luchtmacht te weten dat er ufo's in het spel waren. Mochten de legenden over ufo's en buitenaardse wezens die op de basis Wright-Patterson werden verborgen wáár zijn, dan zou de Luchtmacht deze gebeurtenis zeker geheim hebben gehouden.
Officiële misleiding.
Bij dit alles blijft de vraag of English wel bij RAF Chicksands heeft gewerkt en of hij het Grudge-rapport 13 inderdaad heeft gezien- of op z'n minst iets dat zo werd genoemd.
De Amerikaanse Luchtmacht heeft het bestaan van het Rapport Grudge 13 altijd ontkend. De officiële reden voor deze afwezigheid heeft echter niets met ongeluksgetallen te maken. Het materiaal dat oorspronkelijk bedoeld was voor het Rapport Blue Book 13 (de resultaten van een studie die Project Stork werd genoemd) werd opgenomen in het speciale rapport 14 van het Project Blue Book. Maar wat heeft English dan wérkelijk gezien als hij in de jaren "70 inderdaad in Engeland voor het Nationale Bureau Veiligheid werkte en daar iets heeft gelezen waar Grudge/Blue Book Rapport 13 op stond?
Misschien bestaat het Grudge 13-rapport wel degelijk, niet als verbijsterende onthulling over menselijk contact met buitenaardse wezens, maar om de scherpzinnigheid van inlichtingenpersoneel te testen door middel van het "voeren" van verbazingwekkende informatie en observatie van hun reacties. Geen wonder dat zo weinigen bevestigen het document te hebben gezien.