Goden van het nieuwe millennium.

Geschenken van de goden?

Alan Alford.

(Samenvatting)

II

Er wordt over het algemeen vanuit gegaan dat de eerste beschaving ter wereld werd gesticht door de Sumeriërs, die 6000 jaar geleden in Mesopotamië (het tegenwoordige Irak) woonden. In de laatste 100 jaar zijn daar op eeuwenoude plekken duizenden kleitabletten opgegraven die van het Sumerische ras afkomstig zouden zijn.

Op die tabletten staat te lezen dat deze vroege beschaving niet het werk van mensen was, maar een geschenk van een zeer geavanceerde cultuur van zogenaamde goden, die echter in alles van vlees en bloed leken. Volgens de Sumerische overlevering daalden deze goden vanaf een planeet genaamd Nibiru op de aarde neer. Opmerkelijk genoeg, komen de eeuwenoude beschrijvingen van deze onbekende planeet nauwkeurig overeen met de specificaties van de zogenaamde "Planeet X", waarnaar op dit moment in ons eigen zonnestelsel door astronomen wordt gezocht.

Maar wat- en waar- is die mysterieuze Nibiru/Planeet X dan? Hoewel hedendaagse astronomen nog maar kortgeleden een theorie over het bestaan ervan hebben opgebouwd, is de ontdekking van de Sumerische tabletten het vroegste bewijs van het feit dat onze vroege voorouders deze planeet hebben gekend.

De Sumeriërs werden in Mesopotamië opgevolgd door de Babyloniërs die veel van hun cultuur overnamen en daarna uitbreidden op basis van hun eigen astronomische en kosmologische ideeën. Een andere opmerkelijke bron van informatie die op de ongelooflijk uitgebreide astronomische kennis van deze vroege beschaving wijst, is een 4000 jaar oude gewijde tekst genaamd de Enuma Elish. In 1976, 100 jaar nadat George Smith van het Britse Museum zijn vertaling van deze heilige tekst had gepubliceerd, trad de in Rusland geboren geleerde en historicus Zecharia Sitchin naar voren met een verbazingwekkende en tot op heden niet tegengesproken theorie. Hij verklaarde dat de Enuma Elish eigenlijk een verslag is van een kosmologisch epos dat een accurate beschrijving geeft van de formatie van ons zonnestelsel zo'n 4,6 miljard jaar geleden.

De Enuma Elish verhaalt van een planeet die de Babyloniërs "Marduk" noemden- dezelfde die door de Sumeriërs de naam Nibiru was gegeven. Volgens Sitchin was Marduk een "zwervende" planeet die door een onbekende kosmologische gebeurtenis in het zonnestelsel werd gelanceerd. Zijn koers, via Neptunus en Uranus, geeft een met-de-klok-mee richting aan, in tegenstelling tot de tegen-de-klok-in rotatie van de andere planeten rond de zon.

Hemelse botsing.

Tiamat schijnt bij de botsing met Marduk in tweeën te zijn gespleten- het losgekomen bovenste deel identificeert Sitchin als de toekomstige aarde, die door een van Marduks manen in een nieuwe baan werd gedwongen. De creatie werd echter pas voltooid toen Marduk nogmaals naar de plek van de hemelse botsing terugkeerde en daarbij tegen de overblijvende helft van Tiamat botste, waardoor de asteroïde-zone tussen Mars en Jupiter werd gecreëerd.

Maar hoe ondersteunt dit opmerkelijke verslag van de creatie van ons zonnestelsel het geloof van onze vroege voorouders dat het menselijk leven werd voorafgegaan door buitenaardse bezoekers? Volgens de bijbel heeft God hemel en aarde gecreëerd, maar aan de bijbelse hemel wordt allang de interpretatie van een onzichtbare wereld, misschien wel een wereld in een andere "dimensie", gegeven.

Kijken we echter naar het bijbelse concept van de hemel in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst, dan zien we dat hemel als twee woorden wordt geschreven, sham en ma'im, wat letterlijk "waar de wateren waren" betekent. Dit is bijna zeker een verwijzing naar Tiamat, de waterige planeet waarmee de aarde en de asteroïde-zone werden gecreëerd. De "hemel" van Genesis is dus een fysieke plaats- de omloop van Tiamat. In deze context is het ook van betekenis dat de Sumeriërs de goden AN.UNNAKI- "Zij die van de hemel naar de aarde kwamen"- noemden. Het geeft immers duidelijk aan dat volgens hen de goden van de planeet Marduk/Nibiru kwamen. Was Nibiru dus de planeet van de goden? Een van de door Sitchin aangevoerde bewijzen hiervoor is een gedeeltelijk beschadigde lemen planisfeer die in de ruïnes van de eeuwenoude Babylonische bibliotheek van Nineveh werd gevonden en die waarschijnlijk een kopie van een Sumerisch origineel is. Deze planisfeer of gebogen schijf staat vol met een unieke verzameling van tekens en pijlen. Sitchin bestudeerde de schijf en ontdekte dat er aan de zijkanten tekens worden herhaald die "tot leven kwamen" als men ze als Sumerische woorddelen las.

Sitchin vond verwijzingen naar geografische elementen als "lucht" en "bergen" en naar handelingen zoals "observerend" en "neerdalend". Ook trof hij getallen aan die men kan zien als een mathematisch perfect berekende dalingsweg voor de landing van een ruimtevaartuig. Sitchin concludeerde dat de schijf niets anders was dan "een routekaart die aangeeft welke weg de goden langs de planeten namen, en vergezeld van instructies". Ondanks Sichins bewijzen en de Sumerische verslagen over hoe de oppergod Anu eigenlijk op Nibibru leefde, is het hoogst onwaarschijnlijk dat de goden zich op Nibiru ontwikkelden Door de regelmatige cataclysmen die men zou hebben ervaren terwijl Nibiru zich door de asteroïde-zone bewoog, moet het voor welke species dan ook moeilijk zijn geweest om zich langer dan enige tienduizenden jaren op de planeet te ontwikkelen.

Maar waar hadden die goden zich dan wel ontwikkeld? Een veel meer voor de hand liggende plek dan Nibiru is een aarde-achtige planeet in een naburig zonnestelsel. Aan de andere kant moeten we ook de mogelijkheid niet uitsluiten dat er een species met intelligentie op aarde of Mars ontstond en toen het zonnestelsel verliet om er later terug te keren. Een logische conclusie lijkt dat de goden niet van Nibiru, maar via Nibiru naar de aarde zijn gekomen, wat inhoudt dat Nibiru niet hun thuisplaneet was, maar door hen als een transportmiddel of een astronomisch observatorium werd gebruikt.

Natuurlijke rijkdommen.

Maar waarom maakten die zogenaamde goden dan de lange reis naar de aarde? Volgens Sumerische teksten was dat om er de overvloed van natuurlijke rijkdommen te exploiteren. En om hen bij dat proces hulp te verschaffen, zouden deze hoofdgoden toen primitieve, hybridische wezens hebben gecreëerd- mensen. Hoewel deze theorie door deskundigen een pure mythe wordt genoemd, kan niet worden ontkend dat er in eeuwenoude geschriften herhaaldelijk wordt verwezen naar gebeurtenissen die plaatsvonden toen de goden nog alleen op de aarde waren en de mens nog niet was gecreëerd.

Als we bijvoorbeeld een tekst getiteld Toen de goden als mensen het werk deden letterlijk nemen, dan ontdekken we dat de creatie van de mens vooraf werd gegaan door 40 ma, oftewel 40 perioden van lijden door de gewone goden. (Volgens Sitchin stond een ma voor 3.600 jaar, de tijd die Nibiru nodig had voor een complete cyclus.) Het was na deze 40 perioden dat de jongere goden in opstand kwamen tegen hun werkbelasting. Hun rebellie viel samen met een bezoek aan de aarde van de oppergod Anu. Om de rebellen tevreden te stellen, verzonnen Enki (Anu's oudste zoon) en Ninharsag (Enki's halfzuster) een slimme oplossing: het genetisch creeren van slavenarbeiders "naar het beeld van de goden". Deze beweringen over de creatie van de mens zijn in onze encyclopedieën onder "religieuze mythes" gerangschikt, maar het is een feit dat het Hebreeuwse woord voor aanbidden en geloof belijden, avod, letterlijk vertaald "werk" betekent. Bovendien worden deze eerste menselijke wezens in Sumerische teksten voortdurend LU.LU genoemd, dat de bijbetekenis werker of bediende heeft.

Alle taken waarvoor de mens werd gecreëerd, hadden te maken met de mineralen die moesten worden ontgonnen voordat ze konden worden bewerkt en gebruikt. Volgens de eeuwenoude tekst Atra-Hasis had Enki de supervisie over deze taak. Hij werd hiervoor naar een gebied in de "Lagere Wereld" gestuurd dat Abzu heette. De meest algemene vertaling van Abzu is "oeroude diepe bron"- wat dus ook weer connotaties met mijnen heeft. Deze theorie wordt ondersteund door het feit dat een van Enki's bijnamen BURU zou zijn geweest: "God van de mijnen!"

Zecharia Sitchin.

Terug naar Afrika.

Sitchin heeft uit een aantal aanwijzingen de conclusie getrokken dat met de "Lagere Wereld" het zuidelijk halfrond wordt bedoeld, waardoor Afrika de meest voor de hand liggende lokatie voor Abzu wordt. Afrika is zeer rijk aan allerlei mineralen, waaronder ijzer, kobalt, goud en diamanten. De Sumeriërs beweerden dat een van de oorspronkelijke steden die door de goden werden gebouwd, zo'n 250.000 jaar geleden, BAD TIBIRA heette, wat "Plaats van de stichting van metaalbewerking" betekent. MA.GUR UR.NU AB.ZU, ofwel "Schepen voor ertsen van de Lagere Wereld"werden de schepen genoemd waarmee men mineralenertsen naar deze plaats vervoerde. Hoewel het vrijwel onmogelijk is om te bewijzen dat er 200.000 jaar geleden op aarde mijnen werden ontgonnen, is er de laatste jaren meer en meer bewijs gevonden voor de theorie dat de mens uit Afrika stamt- niet alleen de Homo erectus, maar ook, en belangrijker, de Homo sapiens. Zou het, ook al gezien de problemen met Darwins evolutietheorie, kunnen zijn dat deze eeuwenoude mythen de sleutel vormen tot de mysterieuze oorsprong van de mens?