Beroemde UFO-ongelukken.

Deze pagina bevat omschrijvingen van enkele van de meest beroemde UFO ongelukken en bergingen. U zult opmerken dat er zowel gevallen van oplichting als onverklaarde zaken beschreven staan.

Aurora

Eén van de vreemdste gevallen waarbij een neergestorte UFO genoemd werd, vond ongeveer 100 jaar geleden plaats in het stadje Aurora in Texas. Veel mensen geloven dat dit één van de vele gevallen van oplichting was die rond die tijd begonnen. In het jaar 1897 werden de V.S. overspoeld met meldingen van waarnemingen van vreemde luchtschepen.

Het verhaal kwam voor het eerst ter sprake op 19 april 1897, en ging over een vreemd luchtschip dat boven het stadje Aurora was verschenen. Vervolgens was het tegen een windmolen gevlogen en geëxplodeerd. Men had restanten verzameld waarop vreemde hiërogliefen stonden.

Ook had men tussen de resten een "buitenaardse levensvorm" aangetroffen die door de bevolking op de plaatselijke begraafplaats ter aarde werd besteld.

Verscheiden UFO-onderzoekers zijn op zoek gegaan naar ondersteunende documentatie, echter met weinig succes. Enkele getuigen waren nog steeds ter plaatse toen het incident in de jaren 1966-1977 werd onderzocht en zij gaven aan dat het werkelijk was gebeurd.

Het meeste bewijs dat door de onderzoekers werd ontdekt wees er echter op dat het allemaal een geval van oplichting was om zodoende de aandacht voor het stadje op te laten leven. Het was zelfs zo dat er op de aangegeven plaats helemaal geen windmolen had gestaan en dat het stuk grond eigendom was van de burgemeester.

Ofschoon het merendeel van de bezoekers de zaak heeft afgedaan als oplichting, zijn er nog steeds onderzoekers bezig met de zaak. Enkele jaren geleden heeft men zelfs geprobeerd om toestemming te krijgen om het graf van de "buitenaardse" te openen. Dit verzoek werd afgewezen door de plaatselijke autoriteiten.

Tunguska

Om 07.00 uur op 30 juni 1908 heeft er een hevige explosie plaatsgevonden nabij de Tunguska rivier in Siberië. Deze explosie was dermate hevig dat de schade tot op 650 km. merkbaar was en dat het geluid zelfs nog verder weg te horen was geweest. Ook de hitte die afkomstig was van deze explosie kon tot op honderden kilometers gevoeld worden.

Verscheidene opeenvolgende nachten werden de straten van de steden in Noord Europa verlicht door een vreemd schijnsel. Men ging eerst uit van de gedachte dat een enorme meteoriet was ingeslagen op de aarde.

Mede gezien de afgelegenheid van het gebied duurde het tot 1927 voordat er een expeditieteam werd uitgezonden om het rampgebied te onderzoeken. Dit team bleek niet in staat te zijn om ook maar het kleinste meteoor fragment te kunnen vinden. Dit was op zich al verbazingwekkend genoeg gezien de omvang van het rampgebied en de grootte die een eventuele meteoor had moeten hebben om een dergelijke schade te veroorzaken.

Een ander verbazingwekkend feit was de naar buiten lopende manier waarop de bomen waren gevallen en in het centrum waren de bomen blijven staan, hoewel de bast en de takken vernietigd waren.

Na de Tweede Wereldoorlog en de bombardementen van Hiroshima en Nagasaki, werden foto's van deze steden en foto's van het Tunguska terrein naast elkaar gelegd. De overeenkomsten waren frappant.

Naar aanleiding van deze onderzoeken waren de wetenschappers ervan overtuigd dat er een nucleaire explosie boven het gebied had plaatsgevonden. En gezien het feit dat er in 1927 nog geen nucleaire wereldmacht was, bleek het duidelijk te wezen dat de ramp het gevolg was van de explosie van een door kernenergie aangedreven buitenaards ruimteschip.

Andere theorieën gaan uit van plaatsgebonden "Zwarte Gaten" en antimateriedeeltjes.

Veel van de getuigen van de ramp spraken van een ovaalvormige massa die zich door de lucht voortbewoog, van koers veranderde en ook met een zeer lage snelheid kon vliegen.

Het merendeel van de mensen gelooft vandaag de dag dat er een meteoor is ingeslagen in het gebied, hoewel ook de theorie van het "buitenaardse ruimteschip" veel aanhangers heeft. Zoals met de meeste gevallen die lang geleden plaatsvonden zullen we het ook in dit geval misschien nooit zeker weten.

Roswell

Deze zaak heeft waarschijnlijk de meeste aandacht gekregen in de geschiedenis van de Ufologie, hoewel hij meer dan 30 jaar lang geheim is gehouden. De code van de stilte werd echter langzamerhand verbroken waardoor onderzoekers de mogelijkheid kregen om hun speurtocht naar de waarheid te beginnen.

Ik kan hier maar een klein gedeelte geven van deze zaak maar ik hoop dat er genoeg informatie is voor de beginner. Mensen die geïnteresseerd in deze zaak zijn verwijs ik hierbij naar boeken van de schrijver Kevin Randle.

De feiten treft u hieronder aan in chronologische volgorde.

Dinsdag, 1 juli 1947

Er wordt een vreemd voorwerp waargenomen op de radarschermen van Roswell, White Sands en Alamogordo. De ongelooflijke snelheid en het onvoorspelbare gedrag duiden erop dat het geen vliegtuig of meteoriet kan zijn.

Woensdag, 2 juli 1947

Er wordt een ovaal voorwerp waargenomen door het echtpaar Wilmot terwijl dit over hun huis in Roswell vliegt.

Donderdag, 3 juli 1947

Radar operator Steve MacKenzie wordt naar White Sands gestuurd om het voorwerp 24 uur per dag te volgen.

Vrijdag, 4 juli 1947

Officier Robert Thomas en zijn team arriveren vanuit Washington om de achtervolging en mogelijke opsporing te coördineren.

Mac Brazel en vele anderen rapporteren dat zij een enorme ontploffing hebben waargenomen.

William Woody en zijn vader observeren een vlammend voorwerp dat neerstort ten noorden van Roswell.

Jim Ragsdale en Trudy Truelove zijn getuige van een fel licht dat neerstort nabij hun kampeerplaats.

Het voorwerp dat gedurende drie dagen op radar werd gevolgd verdwijnt plotseling van de schermen. Het opsporingsteam verzamelt zich en gaat op weg naar de berekende plaats van het ongeluk.

Zaterdag, 5 juli 1947

Een schaapherder vindt de resten van een neergestorte schotel maar maakt hier pas jaren later melding van.

Een groep archeologen stuit ook op de resten van het voorwerp. Zij bellen Sheriff George Wilcox omdat ze denken dat het de resten zijn van een of ander neergestort vliegtuig. Wilcox meldt het bij de plaatselijke brandweer die al snel op de plaats des onheils arriveert.

Het speciale opsporingsteam lokaliseert het neergestorte luchtschip, noteert de namen van alle burgers die ter plaatse zijn en escorteert hen naar elders. De plek is schoon en veilig gesteld na 6 uur terwijl er ook 5 lichamen verwijderd zijn.

Mac Brazel vindt een vreemd soort afvalstukken op zijn gebied. Dit afval bestaat uit een folieachtige substantie, balsahoutachtige balken en een vreemd soort koord. Geen van Brazels schapen durft in de buurt van de afvalstukken te komen.

Lydia Sleppy, een journaliste van KSWS, probeert het eerste "onofficiële" verslag van het ongeluk per telex te versturen. De boodschap wordt onderschept door de FBI, die haar de opdracht geeft de verzending te staken.

Melvin Brown, één van de veiligheidsbeambten in de vrachtwagen die de lichamen vervoerde, vertelt dat de lichamen klein van formaat waren met grote hoofden en dat hun huid een oranje/gele kleur had.

Glenn Dennis wordt gebeld door de bevelvoerend officier van het mortuarium van Roswell met vragen over het conserveren van lichamen, het maken van kleine kisten en hoe men lichamen moet behandelen die blootgesteld zijn aan zonlicht.

Dennis krijgt later de opdracht om een gewonde piloot te behandelen. Terwijl hij ter plaatse is, ziet hij diverse ambulances en wrakstukken. Vervolgens wordt hij bedreigd door twee officieren met de mededeling vooral niets te zeggen over hetgeen hij gezien heeft.

Mac Brazel keert later terug naar de plaats van het ongeval, verzamelt nog enkele wrakstukken en laat deze zien aan zijn buren, Floyd en Loretta Proctor. Zij stellen voor dat hij de sheriff informeert.

Zondag, 6 juli 1947

Brazel rijdt meer dan 100 km. naar Roswell en toont enkele wrakstukken aan sheriff Wilcox die op zijn beurt de militairen inlicht. Wilcox zendt vervolgens twee hulpsheriffs naar de boerderij.

William Woody en zijn vader proberen bij de plaats van het ongeluk in de buurt te komen. Zij worden echter tegengehouden door een grote militaire aanwezigheid die hen de toegang tot het terrein ontzegd.

Kolonel William Blanchard, commandant van het 509e eskader stuurt Jesse A. Marcel naar het bureau van de sheriff om de gerapporteerde wrakstukken te onderzoeken. Marcel ontmoet Brazel en besluit, na het zien van de wrakstukken, om naar het terrein te gaan waar deze gevonden zijn. Hij wordt hierbij vergezeld door kapitein Sheridan Cavitt en Mac Brazel. Blanchard geeft vervolgens het bevel dat alle wrakstukken uit het kantoor van de sheriff in beslag genomen en overgebracht naar de luchtmachtbasis Fort Worth worden. Alhier worden ze overgedragen aan Kolonel Thomas DuBose.

Marcel en Cavitt arriveren te laat in de avond om het terrein nog te onderzoeken en brengen daarom de nacht door bij Brazel en zijn gezin. Ze krijgen ook de gelegenheid om enige wrakstukken, die Brazel mee had genomen, te onderzoeken. Ze hadden geen van allen ooit zoiets gezien. Het kon niet verbrandt worden en het kon niet bekrast worden. Hield men het echter in de hand, dan voelde het aan alsof het gewichtloos was. Als men de folieachtige materie tot een bal verfrommelde, keerde het terug naar zijn oorspronkelijke vorm.

Maandag, 7 juli 1947

Enkele wrakstukken en lichamen worden naar de Luchtmacht basis Andrews gestuurd.

Brazel, Marcel en Cavitt komen op het terrein waar de wrakstukken liggen aan. Het is een terrein van ongeveer 1200 bij 900 meter groot. Zij brengen de dag door met het bij elkaar brengen van zoveel mogelijk wrakstukken en rijden vervolgens terug naar Roswell.

Generaal Nathan Twining, commandant van de Luchtmacht Materiaalvoorziening verzet zijn lopende afspraken en vertrekt plotseling naar Alamogordo.

Geruchten beginnen in Roswell de kop op te steken dat er een vliegende schotel zou zijn buitgemaakt.

Dinsdag, 8 juli 1947

Marcel besluit om zijn gezin enkele van de wrakstukken die hij verzameld heeft te tonen voordat ze als geheim bestempeld worden. Hij vertelt zijn zoon dat ze afkomstig zijn van een vliegende schotel.

Marcel en Cavitt hebben een ontmoeting met kolonel Blanchard om hem te rapporteren over hun ontdekkingen. Als resultaat van deze ontmoeting geeft Blanchard opdracht om het gebied waar de wrakstukken gevonden zijn hermetisch af te sluiten.

Brazel heeft de maandagavond doorgebracht bij Walt Whitmore , eigenaar van KGFL radio, en wordt geïnterviewd over het gebeurde. Dit interview wordt op band vastgelegd. Whitmore krijgt vanuit Washington te horen dat hij het interview beter niet uit kan zenden.

Brigade Generaal Roger Ramey beveelt Blanchard om Marcel naar Fort Worth te sturen.

Mac Brazel wordt gedurende enkele dagen ondervraagd door militair personeel.

Luitenant Walter Haut legt de laatste hand aan een persbericht dat door kolonel Blanchard wordt uitgevaardigd. Hij geeft kopieën aan radio en kranten. Het vrijgegeven verhaal vertelt dat "de luchtmacht erin is geslaagd een vliegende schotel te bergen." Binnen een paar uur wordt de basis overspoeld door telefoontjes van over de hele wereld.

Marcel arriveert bij Fort Worth en ontmoet daar Generaal Ramey. Marcel laat de wrakstukken aan hem zien. Ramey neemt Marcel vervolgens mee naar de kaartenkamer om hem de plaats van het ongeval aan te wijzen. Als Marcel terugkomt zijn de wrakstukken verdwenen; ze zijn omgeruild voor stukken van een oude weerballon.

Ramey beveelt dat de echte wrakstukken overgebracht worden naar Wright Field, Dayton.

De militairen maken het terrein, op Brazels boerderij, waar de wrakstukken gevonden zijn schoon en transporteren alles naar Wright Field.

Er wordt een persconferentie gehouden waarin officier Irving Newton de wrakstukken identificeert als zijnde afkomstig van een weerballon. Marcel krijgt het bevel om vooral niets over het gebeurde te zeggen en Ramey bevestigt dat het personeel van Roswell een vergissing heeft gemaakt. Marcel krijgt het bevel zich te laten fotograferen met de resten van de ballon.

De interesse voor deze zaak koelt af aangezien de wrakstukken geïdentificeerd zijn.

Woensdag, 9 juli 1947

Brazel's veld is compleet ontdaan van alle wrakstukken. Deze restanten worden via de luchtmachtbasis van Kirtland naar Los Alamos gezonden.

Brazel wordt door vrienden gezien als hij onder geleide vanaf de luchtmachtbasis naar de stad wordt gebracht. Volgens zijn vrienden zag hij er geschrokken en overstuur uit. Brazel bekent tegenover een vriend, dat hij zijn verhaal aan heeft moeten passen om zijn gezin te beschermen.

Haut's persbericht wordt in beslag genomen door militair personeel.

Veel grondpersoneel op Wright Field zegt te hebben gezien hoe vreemde wrakstukken uit ongemerkte vliegtuigen werd geladen. Anderen rapporteren dat ze vreemde lichamen hebben gezien op luchtmachtbasis Andrews.

Marcel ontmoet Sheridan Cavitt, die nu beweert dat hij nooit met Marcel naar het veld met wrakstukken geweest is.

Donderdag, 10 juli 1947

Sheriff Wilcox neemt contact op met de vader van Glenn Dennis om hem te informeren over het feit dat zijn zoon problemen heeft met de militairen en adviseert hem met zijn zoon te praten opdat deze zich stil houdt.

De plaatselijke kranten geven een uitleg over weerballonnen.

Vrijdag, 11 juli 1947

Glenn Dennis probeert contact op te nemen met een verpleegster die hem verteld had dat ze geholpen had met de autopsie op een van de lichamen. Wanneer hij echter de basis belt, krijgt hij te horen dat niemand weet waar ze is.

Al het militair personeel dat betrokken was bij de berging en de schoonmaakoperatie krijgt te horen dat ze alles wat ze gezien hebben maar beter kunnen vergeten.

De Militaire Politie begint mensen die op de plaats van het ongeluk waren te bezoeken. Zij krijgen de waarschuwing om het stil te houden anders zouden zij en hun familie weleens spoorloos kunnen verdwijnen.

Zaterdag, 12 juli 1947

Mac Brazel's zoon Bill komt aan op de boerderij om te helpen zolang zijn vader onder militaire hoede is.

Dinsdag, 15 juli 1947

Mac Brazel wordt eindelijk vrijgelaten. Alles wat hij over zijn gevangenschap kwijt wil is dat de militairen dezelfde vraag bleven herhalen. Hij bekent dat hij heeft moeten zweren om nooit te vertellen wat hij heeft gezien.

November 1947

Arthur Exon, een piloot, gelegerd op Wright Field zegt dat hij vanuit de lucht nog steeds kan zien waar het ongeluk heeft plaatsgevonden.

December 1947

Dr W. Curry Holden en Dr C. Bertrand Schultz wonen een vergadering bij in Albuquerque. Zij bespreken de gebeurtenissen in Roswell en Holden vertelt Schultz dat hij een "hiel-vormig" luchtschip heeft gezien en de lichamen van de buitenaardse bemanning.

Het Roswell incident blijft daarna 30 jaar lang begraven tot Jesse Marcel zichzelf toestaat een interview te geven aan verscheidene onderzoekers, waaronder Leonard Stringfield en Stanton Friedman.

Charles Berlitz en William L. Moore publiceren het boek "The Roswell Incident" in 1980 nadat zij meer dan 70 getuigen hebben ondervraagd. Sinds de uitgave van het boek is de zaak door vele andere onderzoekers doorgelicht en zijn er nog vele boeken over geschreven.

Er zijn vele gevallen van oplichting in verband gebracht met deze zaak, zoals onder andere de Majestic-12 documenten en de inmiddels beruchte "Alien Autopsie Video". Geen van deze gevallen helpt bij de oplossing van het mysterie.

De Amerikaanse regering heeft na 40 jaar toegegeven dat het verhaal van de weerballon slechts als dekmantel diende. Het was echter geen dekmantel voor een buitenaards ruimteschip maar voor Project Mogul, een geheim project dat ondernomen werd door de luchtmacht en de lichamen waren afkomstig van resusapen.

San Agustin

Bij het Roswell incident leek het erop dat het alleen maar om wrakstukken van één of ander vliegtuig ging, omdat er geen hoofdonderdelen of lichamen gevonden konden worden op de boerderij van Brazel. Dit leidde tot de speculatie dat het hoofd onderdeel van het voertuig erin is geslaagd om verder te vliegen. De vlakten bij San Agustin lijkt de aangewezen plaats te zijn waar het hoofdonderdeel neerstortte.

Het voertuig kwam neer in een gebied ten westen van Socorro, New Mexico, bekent onder de naam Vlakten van San Agustin. Hier ontdekten getuigen een vreemd metalen voorwerp met dode lichamen.

De eerste getuige die ter plaatse was, Grady 'Barney' Barnett, had zijn vrienden verteld dat hij begin juli 1947 een ontmoeting had gehad met een metaal, schotelvormig "vliegtuig" met een diameter van ongeveer 7,5 meter. Terwijl hij het aan het onderzoeken was arriveerde er een kleine groep mensen die zeiden afkomstig te zijn van een archeologisch onderzoeksteam van de Universiteit van Pennsylvania. Barnett verklaarde aanvankelijk het volgende tegenover zijn vrienden.

"Ik merkte op dat zij rond een neergestorte machine stonden en dat zij enkele lichamen bestudeerden. Ik denk dat er nog anderen in de machine waren. De machine zag eruit als een metalen schotel. Hij was geeneens zó groot. Hij leek gemaakt te zijn van een metaalsoort die eruit zag als vuil roestvrij staal. De machine was opengespleten als door een explosie.

Ik probeerde dichterbij te komen om te zien hoe de lichamen eruit zagen. Ze waren allemaal dood voor zover ik kon zien en ze lagen zowel in de machine als er buiten. Die er buiten lagen waren er waarschijnlijk tijdens het ongeluk uit geslingerd. Ze zagen eruit als mensen, maar het waren geen mensen. De hoofden waren rond, de ogen waren klein en ze hadden geen haar. De ogen lagen vreemd ver uit elkaar. Ze waren klein van postuur in verhouding met onze lengte en hun hoofden waren verhoudingsgewijs groter. Hun kleding leek uit één stuk te bestaan en was grijs van kleur. Je kon geen ritssluitingen, riemen of knopen zien. Het leken mannen te zijn. Ik was er dicht genoeg bij om ze aan te raken, maar dat heb ik niet gedaan. Ik werd namelijk weggeleid voordat ik dat kon.

Terwijl we stonden te kijken kwam er een legerofficier aanrijden die het bevel overnam. Hij vertelde iedereen dat het leger de zaak overnam en dat we uit de weg moesten blijven. Er kwam versterking en het gebied werd hermetisch afgesloten. Ons werd verteld het gebied te verlaten en we mochten met niemand praten over hetgeen we gezien hadden.... Het was onze plicht tegenover het vaderland om het stilzwijgen te bewaren."

Helaas overleed Barnett voordat hij geïnterviewd kon worden door een UFO-onderzoeker. Hij werd omschreven als een respectabel en eerlijk burger.

Een nieuwe informant met de naam Gerald Anderson kwam in 1990 met zijn verhaal naar buiten en bevestigde het verhaal van Barnett. Na grondig onderzoek door Kevin Randle en anderen is echter aan het licht gekomen dat het hier een geval van oplichting betreft. Randle spoorde alle studenten van de universiteit die in het gebied waren op en niemand weet iets van een vermeend ongeval.

Zo werd ook dit geval geregistreerd als oplichting totdat anders bewezen wordt.

Maury Island

Dit is waarschijnlijk het enige geregistreerde geval van oplichting waarbij onderzoekers om het leven kwamen.

Het verhaal werd aan het licht gebracht door Ray Palmer (medewerker van het tijdschrift Amazing Stories), en betrof een man, Fred Crisman, die beweerde tastbaar bewijs van een vliegende schotel in zijn bezit te hebben.

Palmer gaf het verhaal door aan Kenneth Arnold, die UFO zaken aan het onderzoeken was in het noordwesten. Arnold interviewde Crisman en zijn compagnon Harold Dahl, die beweerden dat ze havenwachters waren (hun eerste leugen). Crisman vertelde dat ze een schotelvormig vliegtuig afval hadden zien dumpen op het strand. De volgen morgen was er een mysterieuze man in het zwart langsgekomen die Dahl bedreigd had met de woorden, "Ik weet meer over de ervaring die je gehad hebt dan je ooit zult geloven".

De twee mannen lieten Arnold het materiaal zien, en deze nam vervolgens contact op met een officier van de militaire inlichtingendienst, Luitenant Frank Brown, die afkomstig was van vliegbasis Hamilton in Californië, deze werd vergezeld door een collega.

De twee luchtmacht officieren herkenden het materiaal al snel als gewoon aluminium, maar zeiden dit niet tegen Arnold, zodat deze zich niet hoefde te verontschuldigen. Terwijl de officieren terugvlogen, vatte hun B-52 vlam en stortte neer, de mannen kwamen om het leven.

Crisman en Dahl bekenden later tegenover onderzoekers dat het allemaal een verzinsel was. Vlak voor zijn dood veranderde Crisman het verhaal, het zou een Amerikaans vliegtuig hebben betroffen, die radioactief afval zou hebben gedropt en dus niet om een vliegende schotel.

Paradise Valley

Een ander vermoedelijk ongeluk vond plaats in Paradise Valley, Phoenix, Arizona in 1947 . Dit ongeluk was ook afkomstig uit Frank Scully's informatiebronnen en betrof een schotel van iets meer dan 10 meter in doorsnede met daarin twee mensachtige lichamen.

De hoofdgetuige was Selman E. Graves, een voormalig zakenman en piloot, die samen met twee vrienden een deel van de bergingsactie zag tijdens een jachttrip. Graves legde de volgende verklaring af:

"Er waren een paar verlaten, slapende mijnschachten en een kleine heuvel, we klommen hierop en we goed rondkijken en alles zien wat er gebeurde. Er lag een groot- het best te omschrijven als koepelvormig- aluminium ding, met ruwweg de afmetingen van een huis. Na een precieze meting bleek het 10.8 meter in doorsnee te zijn.

We konden zien dat er puntige bouwwerken- tenten- bijstonden en dat er veel mensen rondliepen. Op dat moment hadden wij er geen flauw idee van waar we naar stonden te kijken. We dachten dat het een observatorium was, maar waarom zouden ze het daar beneden gezet hebben?"

Verdere informatie werd geleverd door Scully's informant Silas Newton. Hij vertelde:

"Aangenomen werd dat het een paar mensachtige wezens betrof- ongeveer 1.35 meter lang, zoals gerapporteerd".

Wederom stelden de belangrijkste UFO-onderzoekers vast dat het om een grap moest gaan, die voor Scully werd opgevoerd en die het op zijn beurt weer in zijn boek opnam.

Aztec

De schrijver Frank Scully publiceerde in 1950 het nu beruchte boek 'Behind the Flying Saucers', waarin hij 4 UFO ongelukken beschrijft. (De meeste hiervan zijn algemeen als onbetrouwbaar bestempeld)

Dit ongeval vond plaats in de buurt van Aztec, New Mexico, in 1948. De meeste informatie over dit geval kwam van een informant die zich 'Dr. Gee' liet noemen. Dit was een fictief personage dat opgebouwd was uit de getuigenissen van acht verschillende personen.

Scully had vastgesteld dat de schotel die bij Aztec was geland een doorsnede moet hebben gehad van meer dan 30 meter en was gemaakt van een licht soort metaal dat erg veel leek op aluminium maar met een hardheid dat hitte of boren geen effect hadden op het voorwerp.

De schotel bestond waarschijnlijk uit grote metalen ringen die rond een centrale gestabiliseerde cabine roteerden en gebruik maakten van een ongebruikelijk soort versnellingsbak. Er waren geen bouten, moeren, schroeven of lassen te zien. Onderzoekers waren in staat om binnenin de schotel te komen door met een lange stok door een gat op een knop te duwen en zo een geheime deur te openen.

Scully's informant verklaarde ook dat er overblijfselen van 16 mensachtige wezens gevonden waren, die in lengte varieerden van 75 - 90 cm en een donker bruine kleur hadden.

Scully kreeg te horen dat de schotel op eigen kracht geland was, en dus onbeschadigd was gebleven. Na onderzoek was gebleken dat het ruimteschip in elkaar gezet was met een ingenieus systeem van groeven en pinnen. Het toestel en de lichamen werd later overgevlogen naar de vliegbasis Wright Patterson.

In 1987 vond William Steinman verder bewijs in deze zaak, maar hij weigerde om zijn bron te openbaren. Steinman verklaarde dat het ongeluk op 25 maart had plaatsgevonden en gezien was geworden op drie verschillende radarschermen. Schijnbaar hadden de radars het ongeluk veroorzaakt.

Steinman's versie verhaalde echter over 14 mensachtige wezens en niet over de 16 die Scully had genoemd.

Zonder verder bewijs zal deze zaak een "waarschijnlijk" bergingsgeval blijven.

Spitzbergen

In juni 1952 begonnen er verhalen los te komen over een UFO ongeval op het eiland Spitzbergen, voor de noordkust van Noorwegen.

De verhalen rapporteren dat 6 Noorse straaljagers met een oefenvlucht bezig waren toen het radiocontact werd verbroken ten gevolge van een atmosferische storing. Tegelijkertijd vertoonde het radarscherm in Narvik een verstoord signaal van de straaljagers en de aanwezigheid van een UFO.

Terwijl de straaljagers rondcirkelden nam de kapitein, Olaf Larsen, een grote metalen schotel waar in de sneeuw die eruit zag alsof hij daar neergestort was. De kapitein rapporteerde zijn bevindingen, waarop er bergingsteams naar de aangegeven plaats werden gezonden.

Toen de teams arriveerden, vonden ze een schotelvormig voorwerp met een diameter van 45 meter en ze namen radioactieve straling waar. Ze omschreven het als gekleurd zilver met vreemde symbolen op de buitenkant. De teams gingen ervan uit dat het om een prototype van een Russisch vliegtuig ging. Het toestel werd naar Narvik gestuurd waar het onderzocht werd.

De resultaten van het onderzoek werden twee jaar lang stilgehouden, en het rapport verklaarde dat het toestel noch van Russische makelij was, noch van enig ander land op aarde. Het was zelfs zo dat het materiaal waarvan het gemaakt was niet geïdentificeerd kon worden.

Helaas zijn deze rapporten nooit geverifieerd en veel mensen denken dan ook dat dit het zoveelste geval van oplichting is.

Kingman

Het gerucht gaat de ronde dat er op 20 mei 1953 nabij het woestijnstadje Kingman in Arizona een UFO neergestort is.

Deze zaak werd voor het eerst in de openbaarheid gebracht door Raymond Fowler in juni 1973. Fowler had bewijzen gekregen van een getuige die hij "Fritz Werner" noemde.

Werner verklaarde dat hij volgens een speciaal contract aan een nucleair testterrein had gewerkt in Nevada. Op 21 mei werd hij weggehaald door zijn baas met de opmerking dat hij een speciale opdracht kreeg. Hij werd overgevlogen naar Phoenix en in een afgeschermde bus naar een locatie ten noordwesten van Phoenix gebracht. Hij en de anderen in de bus werd verteld dat ze onder geen enkele voorwaarde met elkaar mochten spreken.

Toen ze op hun bestemming arriveerden, werden ze meegenomen naar een schotelvormig voorwerp van ongeveer 9 meter doorsnee die ingegraven zat in het zand. Het geheel werd verlicht door militaire schijnwerpers. Het voorwerp zag eruit alsof het van aluminium gemaakt was. Er zat een klein gat in het voorwerp, dat waarschijnlijk het gevolg was van een ongeluk.

Het was Werner's taak om uit te rekenen met welke snelheid het voorwerp de grond had geraakt. Toen hij daarmee klaar was sprak hij heel kort de anderen die zeiden dat ze een cabine hadden gezien met daarin kleine stoelen.

Terwijl ze in de bus op weg terug waren, werden ze gedwongen om de "officiële geheimhoudings akte" te ondertekenen en werd hen verteld om nooit met iemand over het incident te praten. Werner zegt ook het lichaam van een klein wezen te hebben gezien in een ziekenhuis tent. De lengte van het wezen was ongeveer 1,20 meter. Het wezen droeg een helm en een zilverkleurig pak uit één stuk.

Fowler deed navraag naar de integriteit van Werner en iedereen vertelde hem dat het een integer mens was met wetenschappelijke aanleg.

Ondersteuning voor dit verhaal kwam wederom van een personeelslid van vliegbasis Wright Patterson die aangaf getuige te zijn geweest van aflevering van goederen die afkomstig waren van een ongeluks-plaats in Arizona in het jaar 1953. Hij zei dat er drie lichamen geborgen waren die verpakt zaten in droog ijs, 1,20 meter lang waren, grote hoofden hadden en een bruinachtige huid.

Sinds die dag zijn er ook nog andere getuigen naar voren gekomen, waaronder een toekomstig Vietnam-commandant, die allen het verhaal bevestigden.

Ubatuba

Een van de weinige gevallen van een neergestorte UFO en lichamelijk bewijs is de zaak die plaatsvond op het strand van Ubatuba, Brazilië, in september 1957.

Het verhaal begon toen Ibrahim Sued, journalist bij O Globo (een toonaangevende krant in Brazilië), op 13 september een brief ontving die op een uiterst onduidelijke manier ondertekend was. Hier stond het volgende in:

"Als trouw lezer en bewonderaar, wil ik u iets geven dat uiterst belangrijk kan zijn voor een journalist en het gaat over vliegende schotels. Dat wil zeggen, indien u ook daadwerkelijk gelooft dat ze bestaan. Ik geloofde ook niets van de berichten die ik er over hoorde, maar een paar dagen geleden werd ik gedwongen om mijn mening te herzien. Ik was met een stel vrienden aan het vissen op een plaats dicht bij het stadje Ubatuba, Sao Paulo, toen ik een vliegende schotel in het zicht kreeg. Hij kwam met een ongelooflijke snelheid op het strand af en het feit dat hij ging verongelukken leek niet te vermijden. Op het allerlaatste moment, vlak voor hij het water zou raken, maakte hij een snelle steile opwaartse draai. We volgden verward en opgewonden het spektakel, toen we het toestel ineens zagen exploderen. Hij brak in duizenden vurige fragmenten, die met een prachtige helderheid naar beneden vielen, Ondanks dat het midden op de dag was leek het op vuurwerk. De meeste fragmenten kwamen in zee terecht, maar een aantal kleine deeltjes kwam vlak bij het strand terecht, waardoor wij in staat waren om ze te verzamelen. Het leek zo licht als papier te zijn. Ik sluit een paar deeltjes bij deze brief. Ik ken niemand die ik genoeg kan vertrouwen, zodat ik niet weet waar ik deze deeltjes kan laten analyseren. Ik heb nog nooit gelezen dat iemand erin geslaagd was om deeltjes van een vliegende schotel te verzamelen."

Twee van de drie deeltjes werden naar het APRO gestuurd, terwijl het derde bij de Braziliaanse UFOloog Dr. Olavo Fontes terechtkwam.

De drie deeltjes zagen eruit als ongebruikelijk en erg verroest metaal met een doffe witachtig grijze kleur.

Het eerste deeltje werd onderzocht bij het minerale productie laboratorium van het Braziliaanse ministerie van landbouw. Zij pasten chemische, spectografische en röntgen techniek toe. Deze proeven wezen uit dat het materiaal bestond uit bijna puur magnesium. De analist had nog opgemerkt dat de gebruikelijke sporen elementen die normaal in magnesium zitten allemaal afwezig waren.

Fontes verbruikte het hele monster gebruik makend van röntgen techniek in het geologisch laboratorium en liet ook stukjes opsturen naar het Braziliaanse leger en de Marine. Het leger en de marine hielde hun bevindingen echter geheim.

Het geologische laboratorium vond uit dat het magnesium van een zeer hoge puurheid was met een uitlezing van 1.87 terwijl de normale waarde 1.74 is.

APRO stuurde een deeltje naar de Amerikaanse luchtmacht, maar het kreeg een "ongelukje" terwijl ze met een test bezig waren. Er werd om een vervangend deeltje gevraagd maar APRO gaf een negatieve reactie.

De overgebleven deeltjes werden met variërend resultaat in verdere tests gebruikt totdat ze te klein werden om nog te kunnen gebruiken.

APRO heeft echter nog steeds een deeltje in hun kluizen liggen.

Las Vegas

Eén van de meest intrigerende ongevalsrapporten die in de loop der jaren de kop heeft opgestoken is het verhaal van een ongeluk dat heeft plaatsgevonden op de vliegbasis Nellis, Nevada, in het jaar 1962. Vele jaren is men ervan uitgegaan dat het niet meer was dan een gerucht onder UFO-onderzoekers. Verslagen van ooggetuigen staken echter langzaam de kop op hetgeen genoeg reden was voor de onderzoekers om de zaak nader te bestuderen.

Het voorwerp werd voor het eerst gezien boven Oneida, New York terwijl het in westwaartse richting ging. Er waren ook verslagen van het voorwerp in Kansas, Colorado en Eureka in Utah. Vervolgens werd het voorwerp gezien boven het stadje Reno in Nevada en werd het gezien terwijl het omdraaide richting Nellis, alwaar het verdween. Het voorwerp werd ook op diverse radarschermen gezien.

Het object werd gezien door meer dan 1000 mensen van wie de meeste dachten dat het om een meteoor ging. Verscheidene kranten deden de volgende morgen verslag van het verhaal en de meeste concludeerden ook dat het een speciaal soort meteoor moet zijn geweest.

Het Luchtverdedigings commando besloot echter, na het voorwerp enkele uren op de radar te hebben gevolgd, om een paar gevechtsvliegtuigen te laten opstijgen. En dat is niet iets wat ze normaal gesproken deden na het zien van een meteoor.

Er werd gezegd dat het voorwerp nabij Eureka neerkwam, op hetzelfde moment kregen de inwoners van het stadje te maken met een totale stroomstoring. Daarna werd echter gezien dat het toestel opnieuw opsteeg en terwijl dat gebeurde werd ook de toestand weer normaal in het stadje.

Het voorwerp werd ook op verschillende tijden door verschillende piloten van de burgerluchtvaart waargenomen.

De officiële luchtmacht verklaring luidde dat het waargenomen voorwerp een meteoor betrof. Dit verklaarde echter niet waarom gevechtsvliegtuigen moesten opstijgen, waarom het van koers veranderde en hoe het kon landen en weer opstijgen.

RAF Cosford

Volgens verscheidene bronnen observeerden 2 RAF personeelsleden op 10 december 1963 een vreemd koepelvormig voorwerp dat neerstortte achter een hangar op vliegbasis Cosford, Wolverhampton, Engeland.

De twee mannen verklaarden dat het voorwerp het vliegveld aftastte met een vreemde groene straal. Toen ze echter terug kwamen met hulp was het voorwerp verdwenen.

De twee werden vervolgens onderworpen aan een intensieve ondervraging, en de gebeurtenissen werden vervolgens stil gehouden.

Een paar dagen later landde er een bijzonder groot transportvliegtuig, hetgeen op zich al een bijzonderheid was. Dit toestel werd beladen met een enorm groot en afgedekt voorwerp.

Fort Riley

Op 10 december 1964, op de legerbasis Fort Riley in Kansas, stond er een wachtpost in de garage. Hij en drie anderen kregen toen het bevel om naar een afgelegen uithoek van de basis te gaan.

Bij hun aankomst merkten ze dat er een grote militaire helikopter stond die met zijn schijnwerpers een vreemd voorwerp dat op de grond stond verlichtte. Het voorwerp was al omsingeld door verscheidene militaire figuren.

De wachtpost kreeg vervolgens het bevel om gericht te schieten op eventuele burgers die zouden proberen om in de buurt te komen. Hij kreeg ook de waarschuwing om er vooral met niemand over te praten.

Hij omschreef het voorwerp als een gigantische hamburger, 12 bij 5 meter, met een donkere lijn eroverheen en een kleine vinvormige staart stabilisator. Hij merkte ook op dat de omringende lucht heel warm was ondanks het feit dat het een bitterkoude nacht was.

Enige tijd later verkregen UFO-onderzoekers ondersteunende verklaringen te horen. Zoals die van een andere wachtpost, die verklaarde dat hij de daar op volgende morgen een grote dieplader met een rond voorwerp erop dat afgedekt was met canvas onder de hoogste veiligheidsvoorzieningen had zien vertrekken.

Kecksburg

Honderden getuigen zagen op 9 december 1965 in Michigan, Ohio en Pennsylvania een UFO verongelukken. Het leek eerst niets meer te zijn dan een spectaculaire meteoor inslag maar gedurende een periode van meer dan 30 jaar is er veel over gesproken onder de UFO-onderzoekers.

In maart 1966 stelde UFO-onderzoeker Ivan Sanderson een gedetailleerd verslag op van verslagen van ooggetuigen en hij kwam al spoedig tot de conclusie dat er meer aan de hand was geweest dan alleen maar een meteoor inslag.

Zijn bevindingen duidden erop dat het voorwerp een duidelijke route had gevolgd van het noordwesten naar het zuidoosten. De totale zichtbare tijd dat het voorwerp te zien was geweest was ongeveer 6 minuten, hetgeen aangaf dat de snelheid veel te laag was voor een meteoor. Sanderson berekende een snelheid van circa 2500 km. per uur.

Niet alle ooggetuigen bevonden zich op de grond ten tijde van de waarneming, er waren ook verscheidene piloten die aangaven dat ze getroffen waren door schokgolven toen het grote heldere voorwerp voorbij kwam. Ook door getuigen op de grond werd gesproken over schokgolven en sonische knallen.

Het dampspoor dat door het voorwerp werd uitgestoten was zo intens dat het meer dan 20 minuten zichtbaar bleef. In deze tijd werden de sporen door verschillende mensen gefilmd.

Er werden verscheidene zilverachtige wrakstukken gevonden bij Lapeer, Michigan en men is ervan uit gegaan dat deze afkomstig waren van het voorwerp. Latere analyse van deze stukken wees uit dat het om aluminium ging.

Het meest overtuigende bewijs dat het niét om een meteoor ging was de koerswijziging die het voorwerp uitvoerde toen het richting oosten koerste.

Het voorwerp kwam uiteindelijk neer in de bossen bij het stadje Kecksburg en werd voor het eerst gezien door twee kinderen die het omschreven als "een brandende ster die uit de lucht viel". Hun moeder dacht in eerste instantie dat haar kinderen getuige waren geweest van een vliegtuigongeluk en belde dan ook de politie en de brandweer.

Zodra ze klaar was met telefoneren ging ze het bos in en tot haar verrassing zag ze dat er al een militaire eenheid op de plaats van het ongeval was. Deze eenheid nam het gezag in handen en vertelde alle burgers, politie en brandweer om het gebied onmiddellijk te verlaten.

De militaire eenheid verklaarde later tegenover de politie dat ze niets gevonden had. Dit is zo gebleven tot UFO-onderzoekers de zaak na 15 jaar heropenden.

Na enig onderzoek kwam men erachter dat de brandweer tot een afstand van 60 meter van het voorwerp was genaderd voordat ze door de militairen werd weggestuurd. De brandweerlieden vertelden dat ze blauwe knipperende lichten hadden gezien en ook waren de toppen van sommige bomen afgebroken, alsof er een voorwerp doorheen was gevlogen.

De onderzoekers vonden ook getuigen die een grote dieplader met daarop een groot ovalen voorwerp onder dekzeilen hadden zien wegrijden uit het gebied. Een andere getuige verklaarde dat hij had gezien hoe de militairen het voorwerp op de vrachtwagen laadden. Hij omschreef het als een groot eikelvormig voorwerp met "bumpers" aan de onderkant en vreemde hiërogliefen aan de bovenkant.

Deze zaak werd opgenomen in het Project Blue Book dossier en geeft aan dat een team van drie mannen erop uit gestuurd is om een brandgevaarlijk voorwerp op te halen in de bossen. Van dit team is nu bekend dat het een onderdeel was van het in die tijd uiterst geheime 'Project Moon Dust'.

De officiële verklaring van deze zaak luidde dat het een meteoor betrof.

In 1990 is er een nieuwe getuige naar voren gekomen die beweerde deel te hebben uitgemaakt van het bergingsteam. Hij had de orders meegekregen om op iedereen te schieten die te dichtbij kwam. Hij vertelde ook dat het voorwerp afgevoerd was naar de vliegbasis Wright Patterson.

De laatste belangrijke ontdekking in deze zaak betreft een werknemer van de vliegbasis die zegt dat er op 16 december van dat jaar, een paar dagen na de gebeurtenissen in Kecksburg een vreemd voorwerp werd binnengebracht. Hij beschreef het voorwerp op bijna dezelfde manier als de andere getuige. Terwijl hij het voorwerp observeerde kwam er een wachtpost op hem af, die hem naar buiten begeleidde met de woorden, "het voorwerp dat je net hebt gezien, zal over 20 jaar gemeengoed zijn".

Rendlesham Forest/Bentwaters AFB

In 1980, net na Kerstmis, werd de plaatselijke paranormale onderzoekster Brenda Butler opgebeld door een Amerikaanse vriend, die veiligheidsbeambte was op de tweelingbasis Bentwaters en Woodbridge bij Suffolk, Engeland (een basis die gerund wordt door de Amerikaanse Luchtmacht).

De vriend vertelde dat hij in de vroege uurtjes van 26 december, samen met twee andere bewakers de bossen van Rendlesham was ingestuurd (dit bos scheidt Bentwaters van Woodbridge). Er waren rapporten van een helder licht dat vanuit de hemel in de bossen was neergestort. Toen de mannen arriveerden, vonden ze een schotelvormig bouwwerk op drie benen. Ze meldden zich per radio bij de basis en vroegen om versterking. De daarop volgende uren kwamen de hogere personeelsleden polshoogte nemen op de bewuste plek.

De vriend vertelde ook dat hij verscheidene kleine wezens, met een gemiddelde lengte van 0,90 meter had waargenomen die rond het voertuig bezig waren alsof ze met reparaties doende waren. Ook vertelde hij dat een van zijn commandanten had geprobeerd om door middel van gebarentaal met de wezens te communiceren.

Ook dit scheen weer zo'n zaak die niet door afdoende bewijs scheen te kunnen worden gestaafd, totdat ook een andere onderzoeker een bijna gelijkwaardig verhaal te horen kreeg. De meeste onderzoekers vonden het echter nog steeds een dubieuze zaak. Jenny Randles gaf echter de moed niet op en begon samen met Dot Street en Brenda Butler met het verzamelen van verslagen van ooggetuigen. Deze werden samengevoegd in een boek met de titel "Sky Crash". Dit boek was de aanleiding tot het loskomen van een stortvloed van verslagen.

Eén van deze getuigen, een boswachter, vond de ongevalsplaats een dag na het ongeluk. Hij rapporteerde de schade aan de bomen en de merktekens op de grond aan de plaatselijke autoriteiten. Toen hij echter de dag erna op de plaats aankwam waren de bomen geveld en de grond omgeploegd.

Een andere getuige, Gordon Levitt, observeerde het voorwerp terwijl het geruisloos over het huis vloog. Hij omschreef het als een "omgekeerde paddestoel die een fosforescerende gloed uitstraalde". Zijn hond, wiens geblaf hem op het voorwerp attendeerde, werd de daaropvolgende dag ernstig ziek en stierf korte tijd later.

De onderzoekers slaagden erin om met behulp van Amerikaanse UFO-onderzoekers de hand te leggen op een geheim memo van het FOIA. Dit memo dat geschreven was door luitenant-kolonel Charles Halt, was verzonden naar het Britse ministerie van defensie. (Zij beweerden op hun beurt dat een dergelijk memo nooit bestaan had).

Het Halt memo ging over drie aparte gebeurtenissen. De landing van een klein toestel in de eerste nacht. De ontdekking van bodemsporen met een buitengewoon grote straling en een andere waarneming de nacht daarop die door Halt zelf werd gedaan.

De Halt memo spreekt ook over een tweede document dat echter niet vrijgegeven is voor UFO-onderzoekers omdat het een bedreiging is voor de nationale veiligheid.

Een radar operator, van een nabij gelegen radarpost, vertelde aan de onderzoekers dat er twee dagen na de voorvallen bezoek kwam van Amerikaans luchtmachtpersoneel. Zij namen alle radaropnamen van de afgelopen twee nachten mee. Deze werden nooit meer teruggezien.

Al deze nieuwe informatie werd samen met een bandopname die Halt gemaakt had op de nacht van de ontmoeting, en waarin hij het voertuig probeert te identificeren, opgenomen in het schitterende boek van Jenny Randles 'From Out of the Blue'.

De beste verklaring die door de sceptici kon worden gegeven is dat 30 militairen inclusief hun commandanten het bos werden ingestuurd om naar de lichten van een nabijgelegen vuurtoren te kijken.

Dit is waarschijnlijk, op Roswell na, de best beschreven zaak die er is.

Er is nog steeds onderzoek gaande.

Kalahari Woestijn

Eén van de beroemdste zaken (en waarschijnlijk een geval van oplichting) vond plaats in 1990 toen de Zuid Afrikaanse Luchmacht beweerde dat ze een "vliegende schotel" had neergeschoten.

Tony Dodd, voormalig politieagent en coördinator van de stichting Quest (de voormalig Yorkshire UFO-sociëteit) beweert dat hij in juli 1990 contact heeft gehad met kapitein James van Gruenen. Deze was verbonden aan de inlichtingendienst van de Zuid Afrikaanse luchtmacht en belast met speciale onderzoeken.

Volgens van Gruenen werd er boven de Kalahari woestijn een UFO neergeschoten door twee Mirage gevechtsvliegtuigen die bewapend waren met een experimenteel laserkanon. Hij gaf Dodd een kort dossier over de zaak. Dit gaf een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen. Het voorwerp zou met een snelheid van 9000 km per uur hebben gevlogen en was vervolgens opgespoord door het NORAD radar systeem.

Er werd een speciaal team naar de betreffende plaats gestuurd en zij troffen een grote zilverachtige schotel aan die ingegraven lag in het zand. Er werd een hoge radioactieve straling gemeten. Het wrak werd naar Valhalla, de vliegbasis, gebracht.

Vervolgens werd er beweerd dat toen het toestel eenmaal in een hangar stond er een luik openging en er twee wezens uitstapten. Zij werden naar de ziekenboeg gebracht en medisch onderzocht. Hun lengte was 1,20 meter, grijze huid, geen lichaamsbeharing, te grote hoofden en grote ogen. De twee wezens werden vervolgens naar Wright Patterson gestuurd.

Gedurende lange tijd is er heftig gedebatteerd tussen UFO-onderzoekers omtrent de echtheid van deze zaak.

Van Greunen ontmoette Dodd in Engeland, maar al spoedig kreeg hij van de Zuid Afrikaanse regering het bevel om terug te keren. Later ontvluchtte hij naar Duitsland alwaar hij zijn verhaal publiceerde.

Het document dat Van Greunen had geleverd werd onderzocht en frauduleus bevonden.

CARP

In 1989 beweerde één van Bob Oeschler's bronnen, die zichzelf "Guardian" noemde, dat er in een gebied ten westen van Ottawa een opmerkelijk incident had plaatsgevonden op 4 november. Volgens deze bron was er een voorwerp op de radar opgemerkt en gevolgd totdat het in de buurt van West Carleton neerstortte. Het gebied werd onmiddellijk hermetisch afgesloten en grote helikopters en militaire eenheden, speciaal getraind om met dit soort zaken om te gaan werden ter plekke afgezet.

Zijn bron leverde een schat aan informatie. Zo gebruikte het toestel een pulserend elektromagnetisch veld om te vliegen en was het gemaakt van een magnesium legering. Hij beweerde ook dat deze bezoekers kwaadwillend waren, zij waren de voorbode van een buitenaardse invasiemacht.

Ofschoon het verhaal te "gek" was om waar te kunnen zijn beschikte Oeschler over enige bewijzen. Zijn bron had hem in februari 1992 een pakketje gestuurd met daarin een video, verscheidene documenten en een kaart van het gebied.

De video duurde 30 minuten en bevatte 6 minuten beweging en de rest bestond uit stillevens. De video toonde vreemde lichten, bewegingen van de "buitenaardsen"rond het toestel en ook een close-up van een van hen.

De videoband werd geanalyseerd en er werden bewijzen gevonden dat er mee geknoeid was, dat er op afstand bestuurbare helikopters waren gebruikt en dat er lichtfakkels waren gebruikt. Ze waren ook in staat om de winkel op te sporen die het masker van het buitenaardse wezen had geleverd.

Deze zaak heeft ervoor gezorgd dat Oeschler ontslag nam bij MUFON. Men neemt algemeen aan dat dit een geval van oplichting is.