70.000 jaar geleden hebben er "Moderne Mensen" geleefd in de Blombos Grot in Zuid-Afrika.

Het kruisje op de kaart hierboven markeert de plaats van de Blombos grot.

Ingang van de Blombos grot.

Op 8 december 2001 had de New York Times een hoofdonderwerp in het wetenschapskatern met de titel: "Afrikaanse kunstvoorwerpen suggereren de vroege aanwezigheid van een Moderne Mens". Het onderwerp gaat over de archeologische opgravingen in de Blombos grot, 300 km. ten oosten van Kaapstad. Een team onderleiding van Dr. Christopher Henshilwood, een bekend archeoloog, heeft daar gepolijste en verfijnde gereedschappen gevonden die gemaakt waren van botten, prachtig gesneden punten waarvan sommige zo dun waren dat ze alleen maar gediend kunnen hebben als kunstvoorwerp en rode oker dat net zolang geschraapt is dat er poeder onststond, waarschijnlijk voor grotschilderingen of misschien lichaamsversiering. Al deze fysieke bewijzen wijzen op de vroege aanwezigheid van menselijk leven en de mogelijkheid van deze mensen om deze vondsten te maken, hetgeen erop duidt dat ze veel verder ontwikkeld waren dan de primaten. Toch is de bodemlaag waarin deze vondsten gedaan werden gedateerd op 70.000 jaar geleden.Dr. Henhilwood zei: "we zijn stellig overtuigd van de leeftijd van de vondsten", en de New York Times beschreef de ontdekkingen als volgt: "Een theorie waaraan lang is vastgehouden, wordt op zijn kop gezet."

De reden hiervan? In de 20ste eeuw werd de prehistorie en de gebeurtenissen in het Neanderthal door archeologen en antropologen gezien als de missing link tussen de zich ontwikkelende primaten en de Cro-Magnon Homo Sapiens Sapiens. Maar toen die missing link denkbeeldig was gebleken, begon onderzoek in Afrika het denkbeeld over het ontstaan van de mens te beïnvloeden. Nieuwe feiten zoals ontdekt in de Blombos grot wijzen erop dat zowel de restanten als het gedrag van de moderne mens afkomstig is uit zuidelijk Afrika en dat dit misschien zelfs 100.000 jaar terug gaat. Dit is 30.000 jaar meer als eerst gedacht werd in academische kringen.

Tot de nieuwe ontdekking in de Blombos grot, waarover geschreven zal worden in de december uitgave "the journal of Human Evolution", waren de oudste bewerkte botten gedateerd op een ouderdom van 25.000 jaar. Sommige wetenschappers redeneren dat de menselijke taal en het moderne gedrag zich pas 50.000 jaar geleden begonnen te ontwikkelen als het resultaat van een genetische mutatie in de hersenen.

Onderstaande is afkomstig uit een vraaggesprek met Dr. Richard G. Milo, professor in de antropologie en archeologie aan de Universiteit van Chicago.

Gereedschap dat gemaakt werd uit botfragmenten.

"Het grootste aantal gereedschappen die we vonden waren priemen, die hoogstwaarschijnlijk gebruikt werden om iets de doorsteken. Als ik moest gissen werden ze gebruikt om huiden te doorsteken voordat ze aan elkaar werden genaaid. Als je deze gereedschappen onderzoekt, waarvan de gemiddelde lengte 13 cm. is, kun je zien dat ze gemaakt zijn van een botfragment afkomstig van een antilope dat waarschijnlijk afgebroken is tijdens het uitkoken van het merg of misschien wel opzettelijk om aan een stuk te komen om deze priem uit te maken. De makers namen vervolgens een scherpe steen en begonnen daarmee het smallere stuk tot een punt te slijpen.

Als je een dergelijk stuk gereedschap onder een microscoop onderzoekt is het soms mogelijk om te zien hoe de vingers, in het bijzonder de duim en de wijsvinger, stonden toen de gebruiker begon met het polijsten van het bot.

Door het gebruik?

Door het gebruik. En deze gepolijste stukken bevinden zich het dichtst bij de punt. Op driekwart van de punt vind je aanwijzingen dat het gereedschap tussen duim en wijsvinger met het stompe einde tegen de handpalm aan, vastgeklemd door de middelvinger, ringvinger en duim. We kunnen zelfs vaststellen dat de meeste werden gebruikt door rechtshandige mensen aan de hand van de vingerafdrukken op de plaats van de grip.

Hoe vergelijkt u de gevonden voorwerpen in de Blombos grot in tegnstelling tot andere oude voorwerpen?

Ze zijn duidelijk op een opzettelijke manier voor een duidelijk doel gemaakt. Als je ze echter vergelijkt met gereedschap dat door latere mensen is gemaakt zou je ze niet in een stuk plexiglas op je schoorsteenmantel zetten. De symmetrische, goed gepolijste punten zijn echter een staaltje vakmanschap zoals je in geen enkele tijd tegenkomt.

Tweezijdige stenen punten.

Tweezijdige stenen punten en gereedschap
gemaakt van beenderen.

Ze zijn beslist niet de enige bewijzen uit de grot voor wat we veronderstellen vergevorderd cultureel denken te zijn geweest. We hebben ook opmerkelijk mooie stenen punten gevonden, met een ongelooflijke preciesie gemaakt, enorm symmetrisch, zeer dun en deze zijn ook in grote getale terug gevonden in lagen die dateren uit de middelste Steentijd. Sommige punten waren zo dun dat je met gemak kunt veronderstellen dat ze niet tijdens de jacht gebruikt werden. Ze zouden gebroken zijn zodra ze met de huid van de prooi in contact kwamen. We kunnen ons dus afvragen: "Als ze niet bedoeld waren voor het dagelijks gebruik, waarom werden ze dan gemaakt?"

Het antwoord op deze vraag komt vanzelf bovendrijven. De punten werden waarschijnlijk gemaakt om iets te demonstreren dat niets met een simpele punt te maken had. En wat wilden ze dan demonstreren, zult u zich afvragen. Misschien zijn ze wel bedoeld om het vakmanschap van de maker te laten zien. Dit is op zichzelf al een symbolische daad die leek te hebben gezegd: "Kijk eens naar deze, ik wed dat jij niet zo'n mooie kan maken."

Het rode oker.

Afgeschraapt oker uit de Blombos grot.

Naast de vondsten van de diverse gereedschappen is er nog iets waar ik beslist op wil wijzen en dat de vraag oproept van het moderne in hun gedrag en dat is de vondst van een natuurlijke kleurstof met de naam rode oker. Oker, en dan in het bijzonder rode oker, is duizenden jaren door de mens gebruikt als kleurmiddel. Het werd gebruikt als verfstof voor rotstekeningen of voor persoonlijke versiering.

Zoals de moderne cosmetische middelen bijvoorbeeld?

Op een bepaalde manier wel, maar hun gebruik van het middel had een bredere sociale functie in tegenstelling tot het moderne gebruik van deze middelen. Een sjamaan of ander belangrijk iemand binnen de groep verfde zijn lichaam als onderdeel van een gemeenschappelijke activiteit, misschien een genezingsceremonie of een contact met de geesten van de voorouders. Het had dus een grote symbolische waarde.

Het symbolische denken.

En dat leidt tot Dr. Henshilwood's quote aan de New York Times die als volgt luidt: "Symbolisch denken geeft aan dat mensen iets gebruiken dat weer iets anders betekent. De gereedschappen hoeven niet alleen maar een praktische waarde te hebben en het oker kan ook gebruikt zijn om hun gereedschap of hun zelf te decoreren. Dat is het symbool voor iets anders, iets dat we niet begrijpen. Het suggereert echter wel dat deze mensen de spraak al hadden en konden verstaan en communiceren over dergelijke symbolen."

Ja, dat klopt precies. Men maakt geen symbool als de manier om over die symbolen te communiceren ontbreekt. Het maken van symbolen, of dat nu in een groep of door individualisten gebeurd, houdt in dat er een gemeenschappelijke begrip bestaat over de betekenis van die symbolen.

Maar het is natuurlijk een schandalig gezegde, in archeologisch en antropologisch opzicht, om te beweren dat er 70.000 jaar geleden mensen waren die konden spreken over symbolische zaken?

Het is niet alleen een inbreuk op het denkproces van archeologen en antropologen. Het representateert ook een enorme verandering in de ontwikkelingslijn van de mensheid. Het was de verandering die ervoor zorgde dat de wereldbevolking in een periode van 30.000 jaar kon groeien tot enorme hoogte.

En er is tot op heden niemand die kan verklaren wat deze sprong in de ontwikkeling mogelijk maakte?

Dat is zeer zeker juist. Het is een van de meest verleidelijke mysteries die er nog zijn in de speurtocht naar de oorsprong van onze eigen soort.

En dat is dus het belangrijkste aan de vondst in de Zuid-Afrikaanse grot, de vondst van die moderne demonstraties van kunnen: het maken van speciale gereedschappen en het gebruik van verfstof voor het maken van kunst of het versieren van het eiegen lichaam. En dat allemaal op één plaats, 70.000 jaar geleden?

Precies, en het zet de klok waarop de komst van de creatieve uitingen staat enorm naar voren.

En u bent dan ook van mening dat deze data beslist herzien moeten worden?

Zeer beslist. Deze vondsten zijn- ik durf het woord bijna niet te gebruiken- revolutionair, omdat ze geven ons de eerste concrete bewijzen dat de moderne mens zich al duizenden, misschien wel tienduizenden, jaren op een positieve manier aan het ontwikkelen was. Het lijkt erop dat als we de mensen die 70.000 jaar geleden in Blombos leefden zouden tegenkomen, we hen zouden herkennen als mensen zoals die nu leven.

Wanneer we echter de groep, of mensentype zoals die in Europa leefden op hetzelfde ogenblik, tegen komen, zouden we hen waarschijnlijk niet als mensen herkennen.

De Neanderthalers.

U beweert dus dat de Zuid-Afrikaanse groep herkenbaarder over zou komen?

Dat klopt. En dat leidt weer tot een ander punt waarom de vondst in Blombos zo belangrijk is. Er heerst een langzaam groeiend besef, dat nog niet door iedereen is aanvaardt, dat de hedendaagse mens afkomstig is van één groep voorouders.

Maar als we allemaal afkomstig zijn van een groep in Zuid-Afrika, hoe komt het dan dat we in Europa met de Neanderthalers zitten en de modernere Homo Sapiens Sapiens soort in Zuid Afrika?

Dat is een zeer goede vraag. De Neanderthalers waren de afstammelingen van een zeer vroege voorouder die waarschijnlijk 800.000 jaar geleden al naar Europa trokken. Ze waren de afstammelingen van een groep voorouders die, gebaseerd op hedendaags bewijsmateriaal, afkomstig waren uit oostelijk Afrika. Deze oost Afrikaanse pioniers, zoals we ze wel kunnen noemen, verspreidden zich langzamerhand over de rest van de wereld. Ze pastten zich aan de meest uiteenlopende omstandigheden aan en werkten onderling samen wat tevens het grootste verschil was met de aapachtigen. De Neanderthalers waren 300.000 jaar geleden een Europees ontwikkelde mensensoort.

En daarom heeft DNA onderzoek uitgesloten dat er geen onderlinge intieme contacten waren tussen de Neanderthalers en de Cro-Magnon Homo Sapiens Sapiens.

Dat is helemaal juist, waarmee niet gezegd hoeft te worden dat dergelijke contacten onmogelijk waren. De verschillen in gedrag, uiterlijk en de manier van paren waren dusdanig dat ze elkaar misschien niet hebben herkend als wezens van dezelfde soort.

Is het niet ironisch dat we in het jaar 2001 voor de eerste maal een ontdekking doen over de aanwezigheid van een mensensoort ontdekken die 70.000 jaar terug in de tijd gaat, terwijl we de gehele 20ste eeuw ervan zijn uitgegaan dat de Neanderthaler onze voorouder is geweest?

Dat is het zeker. Het is tot op zekere hoogte ook bedroefend omdat we nu moeten erkennen dat vele ideeën gebaseerd waren op een bepaalde hoeveelheid archeologisch en fossiel bewijs uit diverse plaatsen. Ik verwacht ten stelligste dat wanneer het archeologische onderzoek in Afrika doorgaat, en dan vooral in Zuid Afrika, we misschien zelfs bewijzen vinden van modern menselijk gedrag die nog verder terug gaan dan 70.000 jaar.

Heeft u enig skeletdeel gevonden in de grot in Zuid-Afrika?

Helaas niet. Dat is echter een van de punten in het voortdurende onderzoek. Er is een handvol tanden gevonden die afkomstig lijken te zijn van moderne mensen, maar het zou beter zijn om completere skeletdelen te vinden. Al was dit alleen maar om te bewijzen dat de mensen die de merkwaardige kunstvoorwerpen gemaakt hebben een soort boodschap de toekomst in stuurden om te laten zien dat zij op ons lijken en wij op hen. Het zou prachtig zijn dat we dit ook aan konden tonen.

Zijn er in het gebied rond de grot resten van mensen gevonden?

Er zijn resten in de buurt van de Klasies rivier gevonden, dicht bij de grot. Deze lokatie is iets ouder dan Blombos en er zijn in de jaren 60 resten gevonden die niet echt anders waren dan de moderne mens. Deze skeletten zijn echter voor een groot deel gebroken omdat ze gevonden zijn onder de rotsen en andere soorten bodembedekking waar ze ongeveer 100.000 jaar hebben gelegen. Er zijn echter genoeg overeenkomsten om te laten zien dat ze anatomisch gezien moderne mensen waren.