Analyse van de autopsie op buitenaardse wezens.

Op 28 augustus 1995 zagen tien miljoen televisiekijkers in de Verenigde Staten hoe pathologen voorzichtig een levensvorm ontleedden die buitenaards leek te zijn. In een serie korrelige zwart-wit filmfragmenten toonde de Fox Network documentaire Autopsie op Buitenaardse Wezens: Feit of Fictie, een filmpje uit 1947 dat uit het archief zou komen. Aan het einde van de dag was de film wereldwijd uitgezonden en de grote vraag die daarna in 42 verschillende talen werd gesteld was: is dit echt?

Hoe de film werd gevonden.

Men beweert dat een filmproducer in Londen, Ray Santilli, de film voor 100.000 Engelse Ponden had gekocht. Hij was bezig geweest met onderzoek voor een muziekdocumentaire in de zomer van 1993 in Cleveland, Ohio, toen hij bij toeval een filmfragment over Elvis Presley tegenkwam dat nog nooit eerder was vertoond.

Nadat hij erin was geslaagd de film van Presley tegen contanten te verkopen, bood de cameraman Santilli een "waardevolle film" aan die tijdens zijn verblijf in het leger was opgenomen. De film zou het terrein van een UFO-crash tonen en een autopsie op buitenaardse wezens. Santilli keek naar de film en was zo onder de indruk dat hij bereid was voldoende geld bij elkaar te brengen om de film in november 1994 te kunnen kopen.

Bij zijn terugkeer in Engeland bracht Santilli de film naar de Britse Vereniging voor UFO-onderzoek, waar Philip Mantle, de hoofdonderzoeker, verklaarde dat "de film enig in zijn soort" was. "Het is, voor zover wij weten, de enige film met buitenaardse wezens." In de perspublicatie van 26 maart 1994 beweerde Mantle het volgende: "We hebben de film laten natrekken door Kodak die bevetigde dat hij 50 jaar oud is... we willen hem nu laten onderzoeken door filmdeskundigen in Sheffield".

Andere UFO-logen maakten zich echter zorgen over de manier waarop de video werd verspreid, zonder bewijs dat z'n authenticiteit kon waarborgen. Velen uitten hun bedenkingen over het feit dat de gevestigde onderzoekers van Roswell geen toegang kregen tot de film.

Geen bewijzen.

Doordat men nu in UFO-kringen naarstig onderzoek naar het verhaal ging doen, kwamen er nog meer vreemde zaken aan het licht. De belangrijkste werd vastgelegd door Graham Birdsall, de uitgever van UFO Magazine. Terwijl hij de bewering onderzocht dat volgens Kodak de film in 1947 vervaardigd was, sprak Birdsall met Peter Milson, een hooggeplaatst personeelslid van Kodak in Engeland. Milson was verbaasd over Mantle's uitlatingen aan de pers.

Toen Birdsall dit bij andere kantoren van Kodak naging, kwam hij erachter dat geen enkel kantoor iets wist over het uitvoeren van testen. Pas op 5 juli 1995 werd een verkoper van het kantoor van Kodak in Kopenhagen benaderd door iemand die namens Santilli kwam. De verkoper werd gevraagd of het vierkant en de driehoek die op de rand van de film stonden betekende dat het jaar van de vervaardiging 1947 was. De verkoper zocht dit na en bevestigde dat dit zo was.

Wat de verkoper zich niet realiseerde was dat diezelfde randmarkeringen konden zijn aangebracht op elke film die was vervaardigd in 1927, 1947 of 1967.

Ook Peter Milson van Kodak wees Ray Santilli erop dat "de datum van de vervaardiging niet de datum hoeft te zijn waarop de film werd opgenomen of ontwikkeld."

Omdat er aan de authenticiteit van de film nog steeds werd getwijfeld, bood Kodak aan om de datering vast te stellen.

Er waren twee kaders van het autopsiefragment nodig voor de vereiste testcriteria, maar toen de première van de autopsie in augustus 1995 op de televisie plaatsvond, had Kodak nog steeds geen film ontvangen.

Het vaststellen van de datum.

Er is aan Santilli gevraagd om een bevestiging van het feit dat Kodak de film had onderzocht. Hij hield vol dat dit zo was en dat ze hadden vastgesteld hoe oud de film was. Om dit na te trekken werd er gesproken met Tony Amato, de filmspecialist van Kodak die het proces van authenticiteit zou hebben begeleid. Hij verklaarde dat ondanks de beloftes van Santilli via een Amerikaanse bemiddelaar, "Kodak nooit enige kaders van Santilli's film hadden ontvangen".

Michael Hesemann, een Duitse UFO-onderzoeker en uitgever van een magazine, deed zelf onderzoek naar de film. In zijn rapport Feiten tegenover Ongeloof in de Dicussie over de Film van de Autopsie op Buitenaardse Wezens, meldde Hesemann dat twee fragmenten met elk drie kaders voor onderzoek aan Bob Shell waren gegeven, de uitgever van het fotomagazine Shutterbug, die ook ooit fotoadviseur voor de FBI was geweest.

Shell bevestigde dat de kaders van voor 1956 waren. Hij concludeerde ook dat het een Super XX-Panchromatic Safety Film was, een soort film die binnenshuis gebruikt wordt en die niet langer dan twee jaar kan meegaan. Shell is er zeker van dat de film binnen deze periode van twee jaar werd gemaakt en ontwikkeld, en hij dateert de film op zeker vóór 1958. Er was wel één probleem: het buitenaardse wezen stond niet op die filmfragmenten.

Wie nam de film op?

Terwijl de meningen over de authenticiteit van de film nog steeds verdeeld waren, werd de aandacht nu gericht op de cameraman- die van Ray Santilli het pseudoniem "Jack Barnett" had gekregen. In 1995 gaf "Barnett" een verklaring waarbij hij de situatie rondom zijn opdracht in 1947 schetste om het terrein waar de crash en de daaropvolgende autopsie hadden plaatsgevonden te filmen. Daarin beweert Barnett dat hij een oproep kreeg om naar het terrein te gaan waar een Russisch spionagevliegtuig was neergestort.

"Barnett" zei dat hij van Washington DC naar Wright-Patterson Air Field in Ohio vloog om daar spullen op te halen voordat hij naar Roswell vertrok. Vanuit Wright-Patterson vloog hij naar New Mexico en daarna nam hij een auto dwars door het woestijngebied totdat hij het terrein met de wrakstukken aantrof. Hoewel Barnett vaag was over de eigenlijke lokatie van de wrakstukken, leidde hij later de onderzoeker Martin Hesemann naar een terrein bij Socorro in New Mexico, en beweerde dat de crash had plaatsgevonden op 31 mei 1947, en niet bij Roswell in juli 1947.

Kent Jeffrey, het hoofd van de International Roswell Initiative, een UFO-onderzoeksgroep, probeerde Barnett's verklaring na te trekken. Om hem te helpen bracht hij oud-cameramannen uit 1947 mee.

Professionele meningen.

Deze cameramannen waren Joe Longo, de president van de Internationale Combat Camera Vereniging; Bill Gibson, die verantwoordelijk was voor de verfilming van de beroemde opstijging van de B-25 bommenwerpers op weg naar de "Doolittle raid"; en de oud Luchtmacht Luitenant Kolonel Daniel A. McGovern, een filmprojectofficier voor de Luchtmacht die gestationeerd was in Washington DC in juni 1947- in dezelfde periode dat Santilli's cameraman, Barnett, daar was.

De veteranen waren het er over eens dat het geen zin zou hebben gehad om een cameraman vanuit Washington DC naar Roswell te laten overvliegen. Er waren namelijk bekwame cameramannen door het hele land gestationeerd, ook in New Mexico. In het geval van een UFO-crash had men cameramannen uit de Legerluchtbasis van Roswell zelf kunnen inschakelen.

Volgens McGovern, die een aantal normale autopsies tijdens zijn loopbaan had gefilmd, werden alle medische procedures standaard in kleur gefilmd. Santilli's cameraman nam de film over de autopsie op in zwart-wit en zonder geluid. Het camerawerk rammelde aan alle kanten, er werd niet scherp ingesteld en voortdurend met de hand bediend. Daardoor vonden Longo, Gibson en McGovern de film erg slecht en ver beneden de militaire norm.

Kolonel McGovern, die dacht dat de film bedrog was, bood aan om de authenticiteit van de cameraman vast te stellen. McGovern wilde de volledige naam en het serienummer van de cameraman weten zodat hij zijn militaire dienst bij het Registratiecentrum voor de Luchtmacht kon verifiëren. McGovern beloofde alle andere gegevens, evenals de identiteit van de cameraman, strikt geheim te houden.

McGovern deed dit aanbod aan Santilli en het antwoord luidde als volgt: "Ik kan met zekerheid verklaren dat de laatste persoon waarin de cameraman zijn vertrouwen zal stellen een voormalig lid uit het leger is... in de huidige situatie zou de cameraman zichzelf en zijn gezin tekort doen door in de openbaarheid te treden... hij zal gemangeld worden, hoe geloofwaardig hij ook is."

Er gaat de laatste tijd een theorie door UFO-kringen, volgens welke de film opzettelijk door "de autoriteiten" als een slecht bedrog werd gemaakt om het Roswell voorval ongeloofwaardig te maken.

Verkeerde informatie?

Gezien de pogingen die in het verleden door de Amerikaanse regering werden ondernomen om UFO-fotografen in diskrediet te brengen, is deze theorie over verkeerde informatie niet zo ongeloofwaardig. In die gevallen bepalen gedetailleerde analyses van de oorspronkelijke afdrukken meestal of de foto's echte vliegende schotels tonen of normale voorwerpen. Helaas heeft nog niemand de kans gehad om een deel van de film van de autopsie te analyseren. En zolang dat niet gebeurd is, zullen de UFO-logen doorgaan met het zoeken naar de waarheid.