Waarnemingen van astronauten.
Hebben astronauten tijdens hun ruimtereizen buitenaardse activiteit waargenomen? De UFO-onderzoeker Nick Redfern speurt naar bewijzen voor een dofpotaffaire bij de NASA.
In 1985 verscheen de astronaut kolonel Gordon Cooper, één van de eerste Amerikanen die rond de aarde cirkelde, voor een commissie van de Verenigde Naties, met de toenmalige secretaris-generaal Kurt Waldheim als voorzitter. Hij legde een verontrustende verklaring af: "Ik geloof dat... buitenaardse vervoermiddelen en hun bemanning deze planeet bezoeken vanaf andere planeten, die technisch wat verder gevorderd zijn dan wij op aarde. Ik vind dat er op topniveau een wetenschappelijk onderzoeksprogramma moet komen om gegevens over alle ontmoetingen te verzamelen en te analyseren, om te bekijken hoe we het beste op een vriendelijke manier met deze bezoekers in contact kunnen komen."
Cooper voelde zich gerechtigd om deze verklaring af te leggen, naar zijn zeggen omdat hij "de buitenkant had bezocht van de enorme gebieden waarin "zij" reizen". Bovendien was ik in 1951 twee dagen lang in staat om een hoop vluchten van "hen" te observeren, waarbij ze met ruimtevaartuigrn van verschillende afmetingen in formatie vlogen... ze waren op een hoogte die wij niet konden bereiken."
Ziehier één van Amerika's grootste pioniers, recordhouder van de langste ruimtevlucht- 34 uur-, die aan enkele van de machtigste mensen ter wereld verklaarde dat hij ontmoetingen had gehad met luchtvaartuigen die door buitenaardse intelligenties werden bestuurd. Kon dit echt waar zijn?

Apollo 14: Deze reeks foto's werd genomen tijdens de eerste missie die gewijd was aan een wetenschappelijke verkenning van de maan. Volgens Robert Dean vloog er een "groot, verlicht object met ramen" in beeld, toen de maancapsule Antares over de kraters "Lansberg C" en "A" schoot. Kunnen de heldere vlekken op het maanoppervlak licht zijn dat door de ramen van een buitenaards ruimteschip schijnt? Of zijn het gewoon de lichten van de maancapsule? De NASA wil hier weer geen uitsluitsel over geven.
Een lange geschiedenis van waarnemingen.
Sinds de NASA in 1958 werd opgericht heeft een aantal testpiloten en astronauten verklaringen afgelegd over de waarneming van UFO's en ongeïdentificeerde luchtvaartuigen. De eerste was Joseph Walker, een piloot van het baanbrekende X-15 vliegtuig.
Uit een speech die hij in mei 1962 hield tijdens een nationale conferentie over het vreedzaam gebruik van ruimte-onderzoek bleek dat Walker de maand daarvoor een ontmoeting in de lucht had gehad met twee schotelvormige voorwerpen en ze ook had gefilmd. Er zijn rapporten dat in juli van datzelfde jaar een andere X-15 piloot merkte dat hij op 314.000 voet in een formatie UFO's vloog.
Ondanks de geloofwaardigheid van deze ooggetuigen weigerde da NASA om de piloten te steunen. Foto's en films van de ongewone verschijnselen werden niet openbaar gemaakt en officieel heette het dat de UFO's geïdentificeerd waren als "stukjes ijs". Hoewel de NASA ontkende in UFO's geinteresseerd te zijn bleek spoedig het tegenovergestelde.
In 1995 hoorde de Amerikaanse FBI uit vertrouwelijke bron dat een NASA-informant stiekem informatie over UFO's liet uitlekken. De informatie kwam terecht bij twee individuen uit Pittsburgh, die volgens de FBI "persoonlijk in UFO's waren geïnteresseerd, en bekenden waren van de NASA-werknemer".
Een FBI-rapport van 2 september 1965 stelt: "De bron gelooft dat de informatie misschien geheim is. De bron zei, bivoorbeeld, dat [censuur] een filmopname had gezien waarop een raket te zien was die werd afgeschoten, en een UFO. Vóór de vlucht van Gemini 4 waarschuwde [censuur] om goed op te letten omdat het ruimtevaartuig apparatuur aan boord had om UFO's op te sporen..."
In de doofpot.
Een studie van het FBI-materiaal levert twee belangrijke zaken op. Ten eerste betekent de vermelding van een "filmopname" waarop een UFO te zien was dat de NASA over informatie over UFO's beschikt waar het grote publiek niet van mag weten. Ten tweede is de vermelding van Gemini 4 interessant omdat één van de piloten, James McDivitt bevestigd heeft dat hij tijdens de reis inderdaad een of ander ongeïdentificeerd voorwerp heeft gezien.
Hoewel McDivitt niet gelooft dat er iets bijzonders met het voorwerp was, gelooft hij niet in de theorie van de UFO-scepticus James Oberg dat het voorwerp gewoon de tweede trap van de Titan-raket was die de Gemini 4 had gelanceerd. Zoals onderzoeker Timothy Good zich afvraagt in zijn boek Beyond Top Secret uit 1996: "als dat zo was, hoe komt het dan dat McDivitt zijn eigen raket niet herkende?"
Mysteries op de maan.
Na de Gemini-reizen ging de race in de ruimte pas goed van start met het Apollo-programma. Na president Kennedy's belofte dat er een Amerikaan op de maan zou landen, kreeg de belangstelling voor de geheimen van de ruimte en de maan het grote publiek in zijn greep. Dus toen de astronauten van de Apollo 11 ten slotte op 20 juli 1969 hun eerste voorzichtige schreden op het maanoppervlak zetten, zal zelfs de meest rabiate scepticus aan de mogelijkheid hebben gedacht dat er een of andere vorm van buitenaards leven zou worden gevonden.
Hoewel er werd beweerd dat de astronauten niets ongewoons hebben gezien, ontstonden er veel geruchten dat de bemanning tijdens het verblijf op de maan geen enkel moment alleen was. Hier volgt bijvoorbeeld een gesprek tussen de bemanning van de Apollo 11 en Miision Control dat geheim gehouden zou zijn:
Apollo 11: Wat was dat? Wat was dat verdorie? Ik wil weten wat het was. Het waren grote jongens, sir... O, god, niet te geloven...
NASA: Wat? Wat gebeurt er in hemelsnaam?
Apollo 11: Ze zijn hier, onder de oppervlakte.
NASA: Wie zijn er? Mission Control roept Apollo 11.
Apollo 11: Roger, we zijn er alledrie. Maar we hebben bezoekers aangetroffen... Ze moeten hier al een tijdje zijn, als je die installaties ziet... Ik verzeker je dat er hier andere ruimteschepen zijn. Ze staan in rijen opgesteld aan de ander kant van de kraterrand...
Maar de bewijzen voor deze ontmoeting zijn flinterdun. Volgens Otto Binder, een ex-NASA-medewerker werd dit gesprek door radioamateurs opgepikt van een "geheim kanaal" bestemd voor zulke boodschappen. Neil Armstrong, de eerste mens die een voet op de maan zette, heeft echter tegen onderzoeker Timothy Good gezegd dat "er geen andere dan natuurlijke objecten aangetroffen of gezien zijn tijdens Apollo 11 of welke andere Apollo-vlucht dan ook."
De enige bevestiging van het verhaal kwam van Maurice Chatelain, een communicatie-deskundige van de NASA. Hij meldde in een interview in 1979 dat de vertraging in het overseinen van de dialoog tussen Mission Control en de Apollo 11 ruimte liet om informatie over de "bezoekers" te censureren.
Gemini 12: In 1966 kiekte Edwin "Buzz"Aldrin iets wat lijkt op drie lichtgevende bollen. In een periode van drie minuten nam hij 15 foto's waarop de voorwerpen bewegen (rechts). De NASA beweert dat de lichtverschijnselen reflecties zijn van de boordinstrumentenverlichting van een docking-station in de buurt.
Gebrek aan bewijs.
Het is onmogelijk na te gaan of het UFO-incident met de Apollo 11 echt heeft plaatsgevonden. Veel onderzoekers twijfelen aan de beweringen van Binder en Chatelain, en de NASA ontkent te hebben gecensureerd. Maar gelijksoortige gebeurtenissen tijdens de vlucht van het ruimteveer Discovery verplaatst het "kosmische Watergate" naar de jaren "90 en laat een bizar aspect zien van de beweerde ontmoetingen tussen astronauten en buitenaardsen.
Op 14 maart 1990, rond 06.30 uur was de radioamateur Donald Ratsch uit Baltimore, Maryland aan het luisteren naar de signalen van de Discovery, toen hij het volgende hoorde: "Houston, Discovery, we hebben een probleem. Er is brand." Kort daarna was volgens Ratsch nog iets te horen: "Houston, dit is de Discovery. We observeren nog steeds het buitenaardse ruimteschip."
Natuurlijk was dit een reden voor een aantal mensen, waaronder Bob Oeschler, een ex-deskundige bij de NASA-missies, om een eigen onderzoek in te stellen. Hij kwam tenslotte tot de conclusie dat de boodschap niet afkomstig was van het ruimteveer. Zijn theorie is dat hij werd uitgezonden in de buurt van Fort Meade in Maryland, waar de Amerikaanse Nationale Veiligheidsdienst zetelt, die zich al heel lang bemoeit met onderzoek naar UFO-waarnemingen. Oeschler kon alleen maar concluderen dat de uitzending "een zorgvuldig geplande nep-boodschap was die iets met de inlichtingendienst te maken had".

Apollo 13: Voordat een ontploffende zuurstoftank een einde maakte aan de noodlottige missie van de Odyssey, nam de crew een paar onbegrijpelijke foto's. In dit geval blijkt na een computerbewerking dat het voorwerp massa heeft en dus geen reflectie is.
De dubbelhartigheid van de NASA.
Maar inmiddels heeft een oudgediende bij de NASA Oeschler meegedeeld dat het ruimteveer wel degelijk betrokken was bij een UFO-incident op dat tijdstip. Oeschler vertelde dat de ontmoeting acht uur duurde en de elektrische systemen van de Discovery in de war stuurde. Er wordt verder onderzoek gedaan om alle gerezen vragen te beantwoorden.
Het lijkt erop dat ufologen niet zullen rusten totdat de NASA officieel toegeeft dat haar astronauten echte buitenaardse ontmoetingen hebben gehad. Maar nu de ruimtevaartorganisatie al 30 jaar haar mond dicht houdt over UFO's is het onwaarschijnlijk dat er snel officiële mededelingen komen.