Adamski; grappenmaker of niet?

In 1953 beweerde George Adamski dat hij de eerste mens was die een wezen van een andere planeet had ontmoet. Mark Ian Birdsall over de man en de mythe.

George Adamski.

Op 20 november nam de Poolse immigrant George Adamski zes van zijn vrienden mee op een expeditie naar de Mojave-woestijn in Californië. Ze hadden een duidelijk doel voor ogen: oog in oog staan met buitenaardse ruimteschepen en ze fotograferen. Het werd geen teleurstelling. Kort na een lichte lunch, toen de groep vrienden de hemel afzocht naar activiteit, kwam er een enorm, sigaarvormig ruimteschip aanzweven. Om het van dichtbij te bekijken en misschien zelfs foto's te maken, reed Adamski met twee vrienden de woestijn in. Aan het eind van een weggetje nam Adamski door een draagbare telescoop op een statief een paar foto's van het zilveren schip. Daarna ging hij alleen de woestijn in om nog duidelijkere foto's te maken. Kort daarop veranderde het buitenaardse ruimteschip van koers en schoot met grote snelheid de ruimte in. Maar de buitenaardse ontmoeting was nog niet voorbij. Een paar minuten later verscheen er een tweede, wat kleiner schip, dat tussen twee bergtoppen vóór Adamski aan kwam zweven. Terwijl hij de vliegende schotel bekeek en fotografeerde, zag hij hoe een man hem vanaf zo'n 400 meter verderop stond te wenken. Maar het was geen gewone man, zoals hij al snel zou merken.

Klik het logo voor een kijkje bij de Adamski stichting.

Buitenaardse ontmoeting.

"De schoonheid van zijn verschijning overtrof alles wat ik ooit had gezien," herinnerde Adamski zich later. De mensachtige figuur was ongeveer 1,60 meter lang, had lang blond haar en een gladde, zonverbrande huid. Hij droeg een bruin pak uit één stuk met een brede riem, en rode schoenen. Met zijn vrienden- die een paar honderd meter verderop stonden- als getuigen, gaf Adamski aan dat bij handen wilden schudden met het wezen. Er werd palm-tegen-palm contact gemaakt, en de twee begonnen te communiceren middels telepathie en gebarentaal.

De bezoeker maakte duidelijk dat hij van Venus kwam, en dat hij op aarde was om de mensheid te waarschuwen voor de gevaren van atoomenergie en vervuiling. Orthon, zoals hij zichzelf noemde, zei dat hij in God geloofde, en beweerde dat hij en zijn mede-Venusbewoners een zuiver en spiritueel leven leidden. Hij wilde niet gefotografeerd worden, stapte in zijn schip en zweefde de ruimte in. Het eerste contact was gelegd.

Eerdere contacten.

Dit ongelooflijke verhaal, dat Adamski tot in details vertelt in zijn eerste boek Vliegende schotels zijn geland, was het eerste van veel intensieve bezoeken van Venusbewoners. Maar het was niet Adamski's eerste kennismaking met de buitenaardse wereld. Hij beweerde dat hij al op 9 oktober 1946, negen maanden voor de legendarische waarneming van een vliegende schotel door Kenneth Arnold, gezien had hoe een "luchtschip-achtig moederschip" boven zijn huis in Californië vloog. Maar wie was eigenlijk deze man die door onze buitenaardse buren was uitgekozen om de eerste planetaire ambassadeur van de aarde te worden?

Twee jaar na zijn geboorte op 17 april 1891 in Polen werd George Adarnski door zijn familie mee naar New York genomen. Van 1913 tot 1916 diende hij in het Amerikaanse leger bij de l3de Cavalerie, K-Troop, en in 1918 werkte hij als decorschilder voor de regering in het Yellowstone National Park. Ook werkte hij bij de National Guard in Portland, in Oregon, waar hij in 1919 eervol werd ontslagen.

Men gelooft nu dat Adamski tijdens de Drooglegging (1920-1933) met succes drank smokkelde. In 1926 vestigde hij zich in Laguna, in Californië en begon college te geven in oosterse filosofie, hoewel hij daar niet voor opgeleid was. In 1940 verhuisde hij opnieuw, nu naar Valley Center in Californië, waar hij steeds mystieker werd, en een populaire sekte oprichtte die de Koninklijke Orde van Tibet heette. Hij begon zichzelf ook allerlei titels toe te kennen, zoals "professor" en "filosoof".

Na nog een tocht door Californië streken Adamski en zijn volgelingen tenslotte neer op de zuidelijke helling van de Mount Palomar, beroemd om zijn hoge top en een sterrenkundige observatorium dat in hoog aanzien staat.

Het was het begin van een periode waarin deze bescheiden Poolse immigrant wereldberoemd zou worden als de eerste mens die buitenaards contact had gehad.

Dit sigaarvormige ruimteschip, door Adamski "Het Moederschip" genoemd, werd in 1951 gefotografeerd in Palomar Gardens, in Californië. Later beweerde Adamski dat hij ruimtereizen maakte in dit schip en andere van Venus, en hij tekende details van het interieur (onder).

Steeds meer aanhangers.

Naarmate Adamski meer colleges gaf en hij steeds meer aanhangers kreeg, namen zijn buitenaardse ontmoetingen toe. Hij stelde iedereen die kwam luisteren tevreden met steeds bizarder verhalen, waarin sprake was van reizen naar afgelegen werelden, zoals de maan, Venus en Mars. Kranten berichtten wereldwijd over de merkwaardige professor van het Observatorium van Palomar, en verbaasden zich over het feit dat hij zijn beweringen kon staven met foto's van vreemde ruimteschepen die hij door zijn telescoop had gemaakt.

Er werd ook flink afgedongen op Adamski's beweringen. Zo zei hij in dienst te zijn van het Observatorium, en dat bleek slechts een beetje waar: hij had een hot dog-kar op het terrein. Maar toen hij zijn eerste boek Vliegende Schotels zijn geland publiceerde, in 1953, met de Britse co-auteur Desmond Leslie, werd het een bestseller, en het stelde 's werelds beroemdste ufo-waarnemer in staat om zijn horizon te verbreden. Dat deed hij dan ook, en het resultaat was zijn volgende boek, twee jaar later, Binnen in de Vliegende Schotels.

Zoals de titel van het boek aangeeft, beschrijft dit boek Adamski's ervaringen aan boord van een ruimteschip afkomstig van Venus.

Hij vertelde over zijn ruimte-reizen en beschreef tot in detail de maan, die door de ruimtevaart nog onderzocht moest worden. Maanbewoners "wandelden over de trottoirs" in maansteden, vertelde hij, en het maanoppervlak werd gesierd door bossen, meren en met sneeuw bedekte bergen.

In weerwil van overweldigend bewijs dat zijn planetaire uitstapjes waandenkbeelden waren van een verwarde geest, bleef Adamski aan het hoofd staan van een groep volgelingen. Zelfs Koningin Juliana ontving hem aan het hof, en er wordt beweerd dat Paus Johannes XXIII hem op 31 mei 1963 in privé-audiëntie ontving. (Het Vaticaan ontkent dit.) In 1961 werd een derde boek gepubliceerd, Vaarwel aan de Vliegende Schotels, maar toen waren Adamski's verhalen al onderuit gehaald. In 1959 had de Sovjet-sonde Luna 3 gedetailleerde opnames van het maanoppervlak gemaakt, waarop niets anders te zien was dan rotsen, kraters en stof. Adamski gaf als commentaar dat de Sovjets de foto's hadden geretoucheerd om de VS te misleiden.

Buitenaardse erfenis.

Toen Adamski op 23 april 1965, 73 jaar oud, stierf, liet hij een erfenis na waar ongetwijfeld nog jaren over gebekvecht zal worden. Dit in weerwil van zijn bizarre overdrijvingen die hem eigenlijk al zijn reputatie hadden gekost. Hij leverde niet alleen losse aanwijzingen, maar had ook een enorme verzameling foto's en filmopnamen, die nog steeds worden bestudeerd. Zijn omstreden foto's van "Moederschepen" en "Verkenners" zijn misschien te mooi om waar te zijn, maar de filmopnamen van 26 februari 1965 horen tot de overtuigendste opnames van ufo's die ooit zijn gemaakt. Op dit moment wordt er een analyse gemaakt van een ander stukje 8 mm-film waar op een zogenaamde Verkenner staat. Wat er ontdekt gaat worden op deze films zou George Adamski wel eens in een heel ander licht kunnen plaatsen. Er staat ons misschien een grote schok te wachten.